Raad van State
ECLI:NL:RVS:2022:49
2022-01-10
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
202107577/1/V1
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 20 september 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.
Citeert (1)
- ECLI:NL:RVS:2021:881 Raad van State 19-04-2021
Geciteerd door (63)
- ECLI:NL:RBDHA:2023:6175 Rechtbank Den Haag 25-04-2023
- ECLI:NL:RBDHA:2023:5656 Rechtbank Den Haag 20-04-2023
- ECLI:NL:RBDHA:2023:7251 Rechtbank Den Haag 17-04-2023
- ECLI:NL:RBDHA:2023:5642 Rechtbank Den Haag 14-04-2023
- ECLI:NL:RBDHA:2023:5645 Rechtbank Den Haag 14-04-2023
- ECLI:NL:RBDHA:2023:5439 Rechtbank Den Haag 12-04-2023
- ECLI:NL:RBDHA:2023:5397 Rechtbank Den Haag 11-04-2023
- ECLI:NL:RBDHA:2023:5387 Rechtbank Den Haag 11-04-2023
- ECLI:NL:RBDHA:2023:5072 Rechtbank Den Haag 07-04-2023
- ECLI:NL:RBDHA:2023:4701 Rechtbank Den Haag 04-04-2023
- ECLI:NL:RBDHA:2023:4892 Rechtbank Den Haag 04-04-2023
- ECLI:NL:RBDHA:2023:4890 Rechtbank Den Haag 04-04-2023
- ECLI:NL:RBDHA:2023:4703 Rechtbank Den Haag 04-04-2023
- ECLI:NL:RBDHA:2023:5174 Rechtbank Den Haag 31-03-2023
- ECLI:NL:RBDHA:2023:4697 Rechtbank Den Haag 30-03-2023
- ECLI:NL:RBDHA:2023:4264 Rechtbank Den Haag 29-03-2023
- ECLI:NL:RBDHA:2023:3580 Rechtbank Den Haag 20-03-2023
- ECLI:NL:RBDHA:2023:3578 Rechtbank Den Haag 20-03-2023
- ECLI:NL:RBDHA:2023:3929 Rechtbank Den Haag 20-03-2023
- ECLI:NL:RBDHA:2023:3926 Rechtbank Den Haag 20-03-2023
- ECLI:NL:RBDHA:2023:3657 Rechtbank Den Haag 15-03-2023
- ECLI:NL:RBDHA:2023:3653 Rechtbank Den Haag 15-03-2023
- ECLI:NL:RBDHA:2023:3356 Rechtbank Den Haag 10-03-2023
- ECLI:NL:RBDHA:2023:3076 Rechtbank Den Haag 07-03-2023
- ECLI:NL:RBDHA:2023:3079 Rechtbank Den Haag 07-03-2023
- ECLI:NL:RBDHA:2023:2728 Rechtbank Den Haag 07-03-2023
- ECLI:NL:RBDHA:2023:2731 Rechtbank Den Haag 07-03-2023
- ECLI:NL:RBDHA:2023:3082 Rechtbank Den Haag 07-03-2023
- ECLI:NL:RBDHA:2023:2407 Rechtbank Den Haag 27-02-2023
- ECLI:NL:RBDHA:2023:2409 Rechtbank Den Haag 27-02-2023
- ECLI:NL:RBDHA:2023:4275 Rechtbank Den Haag 24-02-2023
- ECLI:NL:RBDHA:2023:4277 Rechtbank Den Haag 23-02-2023
- ECLI:NL:RBDHA:2023:2106 Rechtbank Den Haag 23-02-2023
- ECLI:NL:RBDHA:2023:2030 Rechtbank Den Haag 16-02-2023
- ECLI:NL:RBDHA:2023:4276 Rechtbank Den Haag 16-02-2023
- ECLI:NL:RBDHA:2023:1954 Rechtbank Den Haag 15-02-2023
- ECLI:NL:RBDHA:2023:1958 Rechtbank Den Haag 15-02-2023
- ECLI:NL:RBDHA:2023:1865 Rechtbank Den Haag 14-02-2023
- ECLI:NL:RBDHA:2023:1859 Rechtbank Den Haag 14-02-2023
- ECLI:NL:RBDHA:2023:1880 Rechtbank Den Haag 14-02-2023
- ECLI:NL:RBDHA:2023:1594 Rechtbank Den Haag 08-02-2023
- ECLI:NL:RBDHA:2023:565 Rechtbank Den Haag 23-01-2023
- ECLI:NL:RBDHA:2023:619 Rechtbank Den Haag 19-01-2023
- ECLI:NL:RBDHA:2023:533 Rechtbank Den Haag 19-01-2023
- ECLI:NL:RBDHA:2023:465 Rechtbank Den Haag 17-01-2023
- ECLI:NL:RBDHA:2023:679 Rechtbank Den Haag 16-01-2023
- ECLI:NL:RBDHA:2023:657 Rechtbank Den Haag 10-01-2023
- ECLI:NL:RBDHA:2023:444 Rechtbank Den Haag 06-01-2023
- ECLI:NL:RBDHA:2022:13941 Rechtbank Den Haag 22-12-2022
- ECLI:NL:RBDHA:2022:15203 Rechtbank Den Haag 20-12-2022
- ECLI:NL:RBDHA:2022:13825 Rechtbank Den Haag 15-12-2022
- ECLI:NL:RBDHA:2022:12311 Rechtbank Den Haag 17-11-2022
- ECLI:NL:RBDHA:2022:11418 Rechtbank Den Haag 28-10-2022
- ECLI:NL:RBDHA:2022:11481 Rechtbank Den Haag 28-10-2022
- ECLI:NL:RBDHA:2022:15243 Rechtbank Den Haag 21-10-2022
- ECLI:NL:RBDHA:2022:15249 Rechtbank Den Haag 21-10-2022
- ECLI:NL:RVS:2022:2902 Raad van State 10-10-2022
- ECLI:NL:RBDHA:2022:10132 Rechtbank Den Haag 03-10-2022
- ECLI:NL:RVS:2022:2657 Raad van State 12-09-2022
- ECLI:NL:RVS:2022:2115 Raad van State 25-07-2022
Volledige tekst
Volledige tekst (2.567 tekens)
202107577/1/V1.
Datum uitspraak: 10 januari 2022
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van:
[de vreemdeling],
appellant,
tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats 's-Hertogenbosch, van 29 november 2021 in zaak nr. NL21.14895 in het geding tussen:
de vreemdeling
en
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid.
Procesverloop
Bij besluit van 20 september 2021 heeft de staatssecretaris een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.
Bij uitspraak van 29 november 2021 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard.
Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. J.M. Walls, advocaat te Breda, hoger beroep ingesteld.
Overwegingen
1. Het hoger beroep gaat onder meer over een rechtsvraag die eerder door de Afdeling is beantwoord (uitspraak van 19 april 2021, ECLI:NL:RVS:2021:881, over de situatie in Italië voor Dublinclaimanten). Het hoger beroep biedt geen reden hierover in dit geval anders te oordelen. Hierbij wordt in aanmerking genomen dat het door de vreemdeling aangehaalde rapport van Schweizerische Flüchtlingshilfe en borderline-europe van 10 juni 2021 geen wezenlijk ander beeld schetst van de situatie in Italië voor Dublinclaimanten dan uit de landeninformatie volgt die al bij voornoemde uitspraak van 19 april 2021 is betrokken.
2. Voor het overige leidt het hoger beroep evenmin tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank. Dit oordeel hoeft niet verder te worden gemotiveerd. De reden daarvoor is dat het hogerberoepschrift geen vragen bevat die in het belang van de rechtseenheid, de rechtsontwikkeling of de rechtsbescherming in algemene zin beantwoord moeten worden (artikel 91, tweede lid, van de Vw 2000).
3. Het hoger beroep is ongegrond. De uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
bevestigt de aangevallen uitspraak.
Aldus vastgesteld door mr. N. Verheij, voorzitter, en mr. A.W.M. Bijloos en mr. J.H. van Breda, leden, in tegenwoordigheid van mr. J. Verbeek, griffier.
De voorzitter is verhinderd de uitspraak te ondertekenen
w.g. Verbeek
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 10 januari 2022
574
Datum uitspraak: 10 januari 2022
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van:
[de vreemdeling],
appellant,
tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats 's-Hertogenbosch, van 29 november 2021 in zaak nr. NL21.14895 in het geding tussen:
de vreemdeling
en
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid.
Procesverloop
Bij besluit van 20 september 2021 heeft de staatssecretaris een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.
Bij uitspraak van 29 november 2021 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard.
Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. J.M. Walls, advocaat te Breda, hoger beroep ingesteld.
Overwegingen
1. Het hoger beroep gaat onder meer over een rechtsvraag die eerder door de Afdeling is beantwoord (uitspraak van 19 april 2021, ECLI:NL:RVS:2021:881, over de situatie in Italië voor Dublinclaimanten). Het hoger beroep biedt geen reden hierover in dit geval anders te oordelen. Hierbij wordt in aanmerking genomen dat het door de vreemdeling aangehaalde rapport van Schweizerische Flüchtlingshilfe en borderline-europe van 10 juni 2021 geen wezenlijk ander beeld schetst van de situatie in Italië voor Dublinclaimanten dan uit de landeninformatie volgt die al bij voornoemde uitspraak van 19 april 2021 is betrokken.
2. Voor het overige leidt het hoger beroep evenmin tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank. Dit oordeel hoeft niet verder te worden gemotiveerd. De reden daarvoor is dat het hogerberoepschrift geen vragen bevat die in het belang van de rechtseenheid, de rechtsontwikkeling of de rechtsbescherming in algemene zin beantwoord moeten worden (artikel 91, tweede lid, van de Vw 2000).
3. Het hoger beroep is ongegrond. De uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
bevestigt de aangevallen uitspraak.
Aldus vastgesteld door mr. N. Verheij, voorzitter, en mr. A.W.M. Bijloos en mr. J.H. van Breda, leden, in tegenwoordigheid van mr. J. Verbeek, griffier.
De voorzitter is verhinderd de uitspraak te ondertekenen
w.g. Verbeek
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 10 januari 2022
574