Raad van State
ECLI:NL:RVS:2022:376
2022-02-08
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
202200624/1/V1
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
Bij besluiten van 12 november 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid aanvragen van de vreemdelingen om hun een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.
Citeert (2)
- ECLI:NL:RVS:2021:2738 Raad van State 26-11-2021
- ECLI:NL:RVS:2022:49 Raad van State 10-01-2022
Geciteerd door (41)
- ECLI:NL:RBDHA:2023:5354 Rechtbank Den Haag 06-04-2023
- ECLI:NL:RBDHA:2023:4816 Rechtbank Den Haag 04-04-2023
- ECLI:NL:RBDHA:2023:7793 Rechtbank Den Haag 03-04-2023
- ECLI:NL:RBDHA:2023:7842 Rechtbank Den Haag 24-03-2023
- ECLI:NL:RBDHA:2023:7790 Rechtbank Den Haag 13-03-2023
- ECLI:NL:RBDHA:2023:4921 Rechtbank Den Haag 28-02-2023
- ECLI:NL:RBDHA:2023:3799 Rechtbank Den Haag 28-02-2023
- ECLI:NL:RBDHA:2023:3806 Rechtbank Den Haag 28-02-2023
- ECLI:NL:RBDHA:2023:4918 Rechtbank Den Haag 28-02-2023
- ECLI:NL:RBDHA:2023:4928 Rechtbank Den Haag 28-02-2023
- ECLI:NL:RBDHA:2023:2182 Rechtbank Den Haag 24-02-2023
- ECLI:NL:RBDHA:2023:3273 Rechtbank Den Haag 22-02-2023
- ECLI:NL:RBDHA:2023:3162 Rechtbank Den Haag 22-02-2023
- ECLI:NL:RBDHA:2023:3164 Rechtbank Den Haag 22-02-2023
- ECLI:NL:RBDHA:2023:3166 Rechtbank Den Haag 22-02-2023
- ECLI:NL:RBDHA:2023:3277 Rechtbank Den Haag 22-02-2023
- ECLI:NL:RBDHA:2023:3266 Rechtbank Den Haag 22-02-2023
- ECLI:NL:RBDHA:2023:3268 Rechtbank Den Haag 22-02-2023
- ECLI:NL:RBDHA:2023:3104 Rechtbank Den Haag 22-02-2023
- ECLI:NL:RBDHA:2023:3168 Rechtbank Den Haag 22-02-2023
- ECLI:NL:RBDHA:2023:1938 Rechtbank Den Haag 20-02-2023
- ECLI:NL:RBDHA:2023:3275 Rechtbank Den Haag 17-02-2023
- ECLI:NL:RBDHA:2023:4883 Rechtbank Den Haag 08-02-2023
- ECLI:NL:RBDHA:2023:3464 Rechtbank Den Haag 03-02-2023
- ECLI:NL:RBDHA:2023:3097 Rechtbank Den Haag 02-02-2023
- ECLI:NL:RBDHA:2023:2482 Rechtbank Den Haag 25-01-2023
- ECLI:NL:RBDHA:2023:2451 Rechtbank Den Haag 23-01-2023
- ECLI:NL:RBDHA:2023:2443 Rechtbank Den Haag 23-01-2023
- ECLI:NL:RBDHA:2023:225 Rechtbank Den Haag 13-01-2023
- ECLI:NL:RBDHA:2023:1831 Rechtbank Den Haag 13-01-2023
- ECLI:NL:RBDHA:2022:15203 Rechtbank Den Haag 20-12-2022
- ECLI:NL:RBDHA:2022:12593 Rechtbank Den Haag 21-11-2022
- ECLI:NL:RBDHA:2022:12593 Rechtbank Den Haag 21-11-2022
- ECLI:NL:RBDHA:2022:12311 Rechtbank Den Haag 17-11-2022
- ECLI:NL:RBDHA:2022:10132 Rechtbank Den Haag 03-10-2022
- ECLI:NL:RBDHA:2022:9718 Rechtbank Den Haag 20-09-2022
- ECLI:NL:RBDHA:2022:8589 Rechtbank Den Haag 23-08-2022
- ECLI:NL:RBDHA:2022:8048 Rechtbank Den Haag 05-08-2022
- ECLI:NL:RBDHA:2022:13793 Rechtbank Den Haag 21-06-2022
- ECLI:NL:RBDHA:2022:5300 Rechtbank Den Haag 27-05-2022
- ECLI:NL:RBDHA:2022:4028 Rechtbank Den Haag 26-04-2022
Volledige tekst
Volledige tekst (2.327 tekens)
202200624/1/V1.
Datum uitspraak: 8 februari 2022
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van:
[vreemdeling 1] en [vreemdeling 2]. mede voor hun minderjarige kind.,
appellanten,
tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Zwolle, van 21 januari 2022 in zaak nr. NL21.17838 en NL21.17840 in het geding tussen:
de vreemdelingen
en
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid.
Procesverloop
Bij besluiten van 12 november 2021 heeft de staatssecretaris aanvragen van de vreemdelingen om hun een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.
Bij uitspraak van 21 januari 2022 heeft de rechtbank de daartegen door de vreemdelingen ingestelde beroepen ongegrond verklaard.
Tegen deze uitspraak hebben de vreemdelingen, vertegenwoordigd door mr. H. Meijerink, advocaat te Beilen, hoger beroep ingesteld.
Overwegingen
1. Het hoger beroep leidt niet tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank. Dit oordeel hoeft niet verder te worden gemotiveerd. De reden daarvoor is dat het hogerberoepschrift geen vragen bevat die in het belang van de rechtseenheid, de rechtsontwikkeling of de rechtsbescherming in algemene zin beantwoord moeten worden (artikel 91, tweede lid, van de Vw 2000).
1.1. Het hoger beroep gaat over een rechtsvraag die eerder door de Afdeling is beantwoord (uitspraken van 26 november 2021, ECLI:NL:RVS:2021:2738, onder 1., en van 10 januari 2022, ECLI:NL:RVS:2022:49, onder 1., over de situatie in Italië voor Dublinclaimanten). Het hoger beroep biedt geen reden hierover in dit geval anders te oordelen.
2. Het hoger beroep is ongegrond. De uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
bevestigt de aangevallen uitspraak.
Aldus vastgesteld door mr. H.J.M. Baldinger, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. J. Verbeek, griffier.
Het lid van de enkelvoudige kamer is verhinderd de uitspraak te ondertekenen
w.g. Verbeek
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 8 februari 2022
574
Datum uitspraak: 8 februari 2022
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van:
[vreemdeling 1] en [vreemdeling 2]. mede voor hun minderjarige kind.,
appellanten,
tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Zwolle, van 21 januari 2022 in zaak nr. NL21.17838 en NL21.17840 in het geding tussen:
de vreemdelingen
en
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid.
Procesverloop
Bij besluiten van 12 november 2021 heeft de staatssecretaris aanvragen van de vreemdelingen om hun een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.
Bij uitspraak van 21 januari 2022 heeft de rechtbank de daartegen door de vreemdelingen ingestelde beroepen ongegrond verklaard.
Tegen deze uitspraak hebben de vreemdelingen, vertegenwoordigd door mr. H. Meijerink, advocaat te Beilen, hoger beroep ingesteld.
Overwegingen
1. Het hoger beroep leidt niet tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank. Dit oordeel hoeft niet verder te worden gemotiveerd. De reden daarvoor is dat het hogerberoepschrift geen vragen bevat die in het belang van de rechtseenheid, de rechtsontwikkeling of de rechtsbescherming in algemene zin beantwoord moeten worden (artikel 91, tweede lid, van de Vw 2000).
1.1. Het hoger beroep gaat over een rechtsvraag die eerder door de Afdeling is beantwoord (uitspraken van 26 november 2021, ECLI:NL:RVS:2021:2738, onder 1., en van 10 januari 2022, ECLI:NL:RVS:2022:49, onder 1., over de situatie in Italië voor Dublinclaimanten). Het hoger beroep biedt geen reden hierover in dit geval anders te oordelen.
2. Het hoger beroep is ongegrond. De uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
bevestigt de aangevallen uitspraak.
Aldus vastgesteld door mr. H.J.M. Baldinger, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. J. Verbeek, griffier.
Het lid van de enkelvoudige kamer is verhinderd de uitspraak te ondertekenen
w.g. Verbeek
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 8 februari 2022
574