Raad van State
ECLI:NL:RVS:2022:2210
2022-08-02
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
202203828/1/V3
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 7 juni 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling in bewaring gesteld.
Citeert (1)
- ECLI:NL:RVS:2022:85 Raad van State 13-01-2022
Geciteerd door (200)
- ECLI:NL:RBDHA:2026:26434 Rechtbank Den Haag 11-09-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:24226 Rechtbank Den Haag 26-08-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:19429 Rechtbank Den Haag 14-07-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:9255 Rechtbank Den Haag 16-04-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:318 Rechtbank Den Haag 09-01-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2026:456 Rechtbank Den Haag 05-01-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2025:22864 Rechtbank Den Haag 03-12-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:20472 Rechtbank Den Haag 04-11-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:20271 Rechtbank Den Haag 31-10-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:19952 Rechtbank Den Haag 30-10-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:18760 Rechtbank Den Haag 11-09-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:16774 Rechtbank Den Haag 10-09-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:16408 Rechtbank Den Haag 04-09-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:16491 Rechtbank Den Haag 04-09-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:16494 Rechtbank Den Haag 04-09-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:16419 Rechtbank Den Haag 04-09-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:16411 Rechtbank Den Haag 04-09-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:11465 Rechtbank Den Haag 27-06-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:11466 Rechtbank Den Haag 27-06-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:11468 Rechtbank Den Haag 27-06-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:11469 Rechtbank Den Haag 27-06-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:11467 Rechtbank Den Haag 27-06-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:9755 Rechtbank Den Haag 03-06-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:9698 Rechtbank Den Haag 02-06-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:9699 Rechtbank Den Haag 02-06-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:9167 Rechtbank Den Haag 23-05-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:8009 Rechtbank Den Haag 02-05-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:12893 Rechtbank Den Haag 01-05-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:6993 Rechtbank Den Haag 25-04-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:6991 Rechtbank Den Haag 25-04-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:6845 Rechtbank Den Haag 22-04-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:6701 Rechtbank Den Haag 22-04-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:6749 Rechtbank Den Haag 18-04-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:4876 Rechtbank Den Haag 25-03-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:4900 Rechtbank Den Haag 25-03-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:4878 Rechtbank Den Haag 25-03-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:4869 Rechtbank Den Haag 25-03-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:3416 Rechtbank Den Haag 06-03-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:1742 Rechtbank Den Haag 10-02-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:1111 Rechtbank Den Haag 30-01-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:1115 Rechtbank Den Haag 30-01-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:1106 Rechtbank Den Haag 30-01-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:764 Rechtbank Den Haag 23-01-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:477 Rechtbank Den Haag 16-01-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:479 Rechtbank Den Haag 16-01-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:478 Rechtbank Den Haag 16-01-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:410 Rechtbank Den Haag 14-01-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2024:22144 Rechtbank Den Haag 27-12-2024
- ECLI:NL:RBDHA:2024:20809 Rechtbank Den Haag 11-12-2024
- ECLI:NL:RBDHA:2024:19364 Rechtbank Den Haag 22-11-2024
- ECLI:NL:RBDHA:2024:18691 Rechtbank Den Haag 13-11-2024
- ECLI:NL:RBDHA:2024:17844 Rechtbank Den Haag 31-10-2024
- ECLI:NL:RBDHA:2024:17843 Rechtbank Den Haag 31-10-2024
- ECLI:NL:RBDHA:2024:17368 Rechtbank Den Haag 24-10-2024
- ECLI:NL:RBDHA:2024:16873 Rechtbank Den Haag 17-10-2024
- ECLI:NL:RBDHA:2024:16870 Rechtbank Den Haag 17-10-2024
- ECLI:NL:RBDHA:2024:16877 Rechtbank Den Haag 17-10-2024
- ECLI:NL:RBDHA:2024:16513 Rechtbank Den Haag 10-10-2024
- ECLI:NL:RBDHA:2024:15879 Rechtbank Den Haag 03-10-2024
- ECLI:NL:RBDHA:2024:15305 Rechtbank Den Haag 26-09-2024
Volledige tekst
Volledige tekst (2.194 tekens)
202203828/1/V3.
Datum uitspraak: 2 augustus 2022
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van:
[de vreemdeling],
appellant,
tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Middelburg, van 20 juni 2022 in zaak nr. NL22.10519 in het geding tussen:
de vreemdeling
en
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid.
Procesverloop
Bij besluit van 7 juni 2022 heeft de staatssecretaris de vreemdeling in bewaring gesteld.
Bij uitspraak van 20 juni 2022 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. R.E. Temmen, advocaat te Bergen op Zoom, hoger beroep ingesteld.
Overwegingen
1. Wat de vreemdeling in zijn enige grief aanvoert, leidt niet tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank. De rechtbank is namelijk onder 5 van haar uitspraak terecht en op goede gronden tot haar oordeel gekomen dat de weigering van de vreemdeling om mee te werken aan de coronatest niet maakt dat het zicht op overdracht binnen een redelijke termijn ontbreekt (vergelijk de uitspraak van de Afdeling van 13 januari 2022, ECLI:NL:RVS:2022:85).
1.1. Dit oordeel hoeft niet verder te worden gemotiveerd. De reden daarvoor is dat het hogerberoepschrift geen vragen bevat die in het belang van de rechtseenheid, de rechtsontwikkeling of de rechtsbescherming in algemene zin beantwoord moeten worden (artikel 91, tweede lid, van de Vw 2000).
2. Het hoger beroep is ongegrond. De uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
bevestigt de aangevallen uitspraak.
Aldus vastgesteld door mr. C.M. Wissels, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. M.T. Annen, griffier.
w.g. Wissels
lid van de enkelvoudige kamer
w.g. Annen
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 2 augustus 2022
765-962
Datum uitspraak: 2 augustus 2022
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van:
[de vreemdeling],
appellant,
tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Middelburg, van 20 juni 2022 in zaak nr. NL22.10519 in het geding tussen:
de vreemdeling
en
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid.
Procesverloop
Bij besluit van 7 juni 2022 heeft de staatssecretaris de vreemdeling in bewaring gesteld.
Bij uitspraak van 20 juni 2022 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. R.E. Temmen, advocaat te Bergen op Zoom, hoger beroep ingesteld.
Overwegingen
1. Wat de vreemdeling in zijn enige grief aanvoert, leidt niet tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank. De rechtbank is namelijk onder 5 van haar uitspraak terecht en op goede gronden tot haar oordeel gekomen dat de weigering van de vreemdeling om mee te werken aan de coronatest niet maakt dat het zicht op overdracht binnen een redelijke termijn ontbreekt (vergelijk de uitspraak van de Afdeling van 13 januari 2022, ECLI:NL:RVS:2022:85).
1.1. Dit oordeel hoeft niet verder te worden gemotiveerd. De reden daarvoor is dat het hogerberoepschrift geen vragen bevat die in het belang van de rechtseenheid, de rechtsontwikkeling of de rechtsbescherming in algemene zin beantwoord moeten worden (artikel 91, tweede lid, van de Vw 2000).
2. Het hoger beroep is ongegrond. De uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
bevestigt de aangevallen uitspraak.
Aldus vastgesteld door mr. C.M. Wissels, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. M.T. Annen, griffier.
w.g. Wissels
lid van de enkelvoudige kamer
w.g. Annen
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 2 augustus 2022
765-962