Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Rotterdam

ECLI:NL:RBROT:2023:8922

2023-09-08 Civiel recht 10543081 / CV EXPL 23-16082
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Uitspraakdatum
2023-09-08
Publicatiedatum
2023-09-25
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zaaknummer
10543081 / CV EXPL 23-16082
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Incident. Absolute bevoegdheid. Het verstekvonnis is gewezen door de enkelvoudige kamer van het team Handel en Haven van deze rechtbank en daarom had de verzetdagvaarding ook bij het team Handel en Haven van deze rechtbank moeten worden aangebracht. Artikel 147 lid 1 Rv. Verwijzing op grond van artikel 71 lid 1 Rv.

Citeert (1)

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (5.275 tekens)
RECHTBANK ROTTERDAM


locatie Rotterdam



zaaknummer: 10543081 / CV EXPL 23-16082



datum uitspraak: 8 september 2023




Vonnis in het incident van de kantonrechter




in de zaak van





[eiseres]
,
wonende in [woonplaats 1],
eiseres,
gemachtigde: mr. J.X.C. Peters te Woudenberg,



tegen





[gedaagde]
,
wonende in [woonplaats 2],
gedaagde,
gemachtigde: mr. C.H. Bijvank te Rotterdam.



De partijen worden hierna ‘[eiseres]’ en ‘[gedaagde]’ genoemd.





1De procedure

1.1.
Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:


de dagvaarding van 27 januari 2023, met bijlagen;


het verstekvonnis van 15 maart 2023 van de enkelvoudige kamer van deze rechtbank met zaaknummer C/10/652074 / HA ZA 23-119;


de verzetdagvaarding van 1 mei 2023, met bijlagen;


de incidentele conclusie van [eiseres];


de reactie op de incidentele conclusie van [gedaagde].







2De beoordeling



Waar gaat de zaak over?



2.1.

[eiseres] heeft op 27 januari 2023 een dagvaarding laten betekenen aan [gedaagde]. Die dagvaarding is aangebracht bij het team Handel en Haven van deze rechtbank. Vervolgens heeft de enkelvoudige kamer van het team Handel en Haven van deze rechtbank op 15 maart 2023 een verstekvonnis gewezen. Met deze zaak komt [gedaagde] in verzet tegen dat verstekvonnis. De verzetdagvaarding van [gedaagde] is aangebracht bij de kantonrechter van deze rechtbank. [eiseres] is het daar niet mee eens; volgens haar had [gedaagde] de verzetdagvaarding moeten aanbrengen bij de rechter die het verstekvonnis heeft gewezen. Daarom eist [eiseres] dat deze zaak wordt verwezen naar het team Handel en Haven van deze rechtbank. [gedaagde] refereert zich aan het oordeel van de kantonrechter.



De zaak wordt verwezen naar het team Handel en Haven van deze rechtbank




2.2.

[gedaagde] heeft zijn verzetdagvaarding ten onrechte bij de kantonrechter van deze rechtbank aangebracht. Het verstekvonnis is immers gewezen door de enkelvoudige kamer van het team Handel en Haven van deze rechtbank en daarom had de verzetdagvaarding ook bij het team Handel en Haven van deze rechtbank moeten worden aangebracht. Door het verzet wordt de instantie immers heropend en wordt de verstekprocedure voortgezet (zie artikel 147 lid 1 Rv). Dit betekent dat de kantonrechter de zaak met toepassing van artikel 71 lid 1 Rv naar het team Handel en Haven van deze rechtbank verwijst.




[gedaagde] moet de proceskosten van [eiseres] in het incident betalen




2.3.
Omdat [gedaagde] de verzetdagvaarding ten onrechte niet bij het team Handel en Haven van deze rechtbank heeft aangebracht, moet [gedaagde] de proceskosten van [eiseres] in het incident betalen (artikel 237 Rv). De kantonrechter stelt deze kosten aan de kant van [eiseres] tot vandaag vast op € 199,00 aan salaris voor de gemachtigde (één punt). Voor kosten die [eiseres] maakt na deze uitspraak moet [gedaagde] een bedrag betalen van € 99,50. Hier kan nog een bedrag bijkomen als de uitspraak wordt betekend. In dit vonnis hoeft hierover niet apart te worden beslist (zie de uitspraak van de Hoge Raad van 10 juni 2022, gepubliceerd onder ECLI:NL:HR:2022:853).





3De beslissing
De kantonrechter:



in het incident




3.1.
wijst de vordering tot verwijzing van de zaak naar het team Handel en Haven van deze rechtbank toe;



3.2.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten die aan de kant van [eiseres] tot vandaag worden vastgesteld op € 199,00;



in de hoofdzaak





3.3.
verwijst de zaak naar de civiele rol van het team Handel en Haven van deze rechtbank van woensdag 20 september 2023 om 10:00 uur;



3.4.
wijst partijen erop dat zij in het vervolg van de procedure door een advocaat moeten worden bijgestaan;



3.5.
wijst [gedaagde] erop dat hij griffierecht moet betalen van € 86,00 omdat deze zaak is verwezen en hij op basis van een toevoeging procedeert, welk bedrag binnen vier weken na de hiervoor genoemde roldatum moet zijn betaald en waarvoor [gedaagde] een nota met betaalinstructies van het Landelijk Dienstencentrum voor de Rechtspraak (LDCR) zal ontvangen;



3.6.
draagt de griffier op om de processtukken en een afschrift van dit vonnis tijdig voor de genoemde rolzitting toe te sturen aan de griffier van het team Handel en Haven van deze rechtbank.


Dit vonnis is gewezen door mr. F. Aukema-Hartog en in het openbaar uitgesproken.
38671