Rechtbank Den Haag
ECLI:NL:RBDHA:2026:23347
2026-08-19
Civiel recht; Intellectueel-eigendomsrecht
C/09/686259 / HA ZA 25-500
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
IE. Bevoegdheids- en oproepingsincident. Vorderingen tot nihil verminderd na debat over bevoegdheid. Bevoegdheid t.a.v. de grensoverschrijdende vorderingen kan niet worden ontleend aan art. 8 Brussel I bis-Vo, omdat de ankergedaagde woonplaats heeft in een ander arrondissement.
Citeert (7)
- ECLI:NL:RBDHA:2025:10217 Rechtbank Den Haag 10-06-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:8216 Rechtbank Den Haag 12-05-2025
- ECLI:NL:RBGEL:2025:5090 Rechtbank Gelderland 30-06-2025
- ECLI:NL:GHARL:2026:2224 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 14-04-2026
- ECLI:EU:C:2026:293
- ECLI:NL:HR:2007:BA3516 Hoge Raad 29-06-2007
- ECLI:NL:HR:2012:BV7828 Hoge Raad 06-04-2012
Geciteerd door (0)
- geen
Wetsverwijzingen
Volledige tekst
Volledige tekst (36.861 tekens)
RECHTBANK Den Haag
Team handel
zaak- / rolnummer: C/09/686259 / HA ZA 25-500
Vonnis van 19 augustus 2026
in de zaak van
1. de rechtspersoon naar buitenlands recht
STOKKE AS te Ålesund, Noorwegen,2. de rechtspersoon naar buitenlands recht
[bedrijf] AS te [vestigingsplaats] , Noorwegen,
eiseressen in de hoofdzaak en in het oproepings- en aanhoudingsincident, verweersters in het bevoegdheidsincident,
advocaat: mr. T. Cohen Jehoram te Amsterdam,
tegen
1BABY JUNGLE B.V.te Aalsmeer,
advocaat: mr. D.E. Stols te Amsterdam,
gedaagde in de hoofdzaak, verweerster in het oproepingsincident, 2. de rechtspersoon naar buitenlands recht
CYBEX GMBH te Bayreuth, Duitsland,
advocaat: mr. M.E. Verwoert te Amsterdam,gedaagde in de hoofdzaak, verweerster in het oproepingsincident, eiseres in het bevoegdheidsincident,
3. de rechtspersoon naar buitenlands recht
CYBEX RETAIL GMBH te Bayreuth, Duitsland,
advocaat: mr. M.B. van Oostrum te Amsterdam, voorheen mr. M.E. Verwoert te Amsterdam,
gedaagde in de hoofdzaak, verweerster in het oproepingsincident, eiseres in het bevoegdheidsincident.
Eiseressen in de hoofdzaak worden hierna samen Stokke c.s. genoemd en afzonderlijk Stokke en [bedrijf] AS. Gedaagden in de hoofdzaak worden hierna samen Baby Jungle c.s. genoemd en afzonderlijk Baby Jungle, Cybex GmbH en Cybex Retail. Cybex GmbH en Cybex Retail zullen samen Cybex c.s. worden genoemd.
1De procedure
1.1.
Het procesdossier bestaat uit de volgende stukken:
- de rolbeslissing van 11 maart 2026 en de daarin genoemde stukken, in welke beslissing de rechtbank heeft bepaald dat de zaak wordt aangehouden totdat het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: HvJEU) arrest heeft gewezen in de gevoegde zaken C-672/23 en
C-673/23;
- de akte houdende eisvermindering van 20 mei 2026 van Stokke c.s. waarbij zij haar vorderingen jegens Baby Jungle c.s. vermindert tot nihil, met compensatie van kosten;
- de akte na rolbeslissing van 20 mei 2026 van Baby Jungle;
- de akte na arrest in gevoegde zaken C-672/23 en C-673/23 van 20 mei 2026 van Cybex c.s.;
- de akte reactie eisvermindering van 3 juni 2026 van Baby Jungle, met één productie;
- de akte na eisvermindering tevens houdende overlegging aanvullende producties van 3 juni 2026 van Cybex c.s., met producties GP16 tot en met GP19;
- het B16-formulier van 3 juni 2026 van Stokke c.s., waarin zij afziet van antwoordakte en verzoekt om bij antwoordakte te mogen reageren op de akte van Cybex c.s. van 3 juni 2026 waarin Cybex c.s. om een beslissing over de proceskosten vraagt;
- de akte houdende reactie op de aktes van Cybex c.s. en Baby Jungle van Stokke c.s. van 1 juli 2026.
1.2.
Ten slotte is een datum voor vonnis in de incidenten bepaald.
2De feiten
2.1.
Stokke is een Noors bedrijf dat zich bezighoudt met de ontwikkeling, productie en verkoop van (design)meubels, waaronder de hieronder afgebeelde Tripp Trapp-stoel, die is ontworpen door [eiser] , die het auteursrecht op de Tripp Trapp-stoel in 1984 aan [bedrijf] AS heeft overgedragen.
2.2.
Stokke heeft een wereldwijde, exclusieve licentie om de Tripp Trapp-stoel te produceren en verkopen.
2.3.
Cybex GmbH is een Duits bedrijf dat zich bezighoudt met het ontwerpen en ontwikkelen van kinderproducten en is sinds 2014 onderdeel van het Chinese bedrijf Goodbaby International Holdings Ltd. (hierna: Goodbaby). Goodbaby beheert een portfolio van kindermerken, waaronder het merk Cybex.
2.4.
Cybex Retail is verantwoordelijk voor de productie en wereldwijde verkoop van de artikelen van Cybex c.s.
2.5.
Op 15 maart 2025 heeft Cybex c.s. de hieronder afgebeelde Iris Chair gelanceerd binnen de Europese markt. Zij biedt deze ter verkoop aan retailers aan.
2.6.
Baby Jungle is een Nederlands bedrijf gericht op import, export en handel in onder meer kinderartikelen en exploiteert zowel een fysieke winkel in Aalsmeer als een webshop.
2.7.
De heer [naam 1] is als key accountmanager werkzaam bij Stokke. Hij heeft, nadat zijn partner, mevrouw [naam 2] , aanvankelijk telefonisch te horen had gekregen dat de Iris stoel niet te koop is op de Nederlandse markt, zelf gebeld met de heer [naam 3] van Baby Jungle, die na enig aandringen heeft gezegd dat de Iris stoel wel in Duitsland wordt verkocht en dat hij die daar wel voor hem kon bestellen. Bij e-mail van 13 maart 2025 schrijft de heer [naam 1] (met gebruikmaking van het e-mailadres van zijn partner):
Beste [naam 3] ,
Hartelijk bedankt voor het goede contact eerder vandaag over de Cybex Iris kinderstoel. Ik heb even overlegd en we willen, ondanks de levertijd, toch graag alvast bestellen om het risico van oplopende levertijden te vermijden. Omdat je aangaf dat de levertijden voor alle kleuren ongeveer even lang zijn, willen we graag de Cybex Iris 3-in-1 in de kleur All-Natural bestellen.
Hierbij mijn gegevens van mijn vriendin, zij kan het pakket ontvangen:
(…)
[naam partner, adres in [plaats] ]
Graag ontvangen we een bevestiging van de order. Mocht je het fijn vinden dat we de betaling alvast regelen, dan kun je ook een betaallink sturen.
Hartelijke groet,
[naam 1]
Op 14 maart 2025 schrijft de heer [naam 3] in een e-mail aan de heer [naam 1] :
Hi [naam 1] ,
Ik heb het voor je besteld en gevraagd of er spoed op gezet kon worden.
Ik denk dat jullie wel echt een van de eersten zijn die hem gaan krijgen.
Ik heb hem zojuist bij Cybex betaald, ik ben daar altijd meer van want dan heb ik zekerheid wanneer het bij hen binnen is dat wij het ook meteen krijgen.
Ik stuur je zo een betaallink per Pay.nl en deze kan je met IDEAL betalen. Hier zit overigens ook je invoice aan verbonden.
Als je order er is krijg je vanzelf een tracking in je email.
(…)
Bij de order is onderstaande factuur verstuurd met besteldatum 14 maart 2025.
2.8.
Bij brieven van 16 maart 2025 heeft Stokke c.s. Baby Jungle c.s. gesommeerd de inbreuk op haar auteursrechten te staken.
2.9.
Baby Jungle heeft de onder 2.7. bedoelde order van de Iris Chair per e-mail van 17 maart 2025 geannuleerd. De heer [naam 3] schrijft aan de heer [naam 1] en zijn partner:
Goedemorgen [naam 1] en [naam 2] ,
Ik heb helaas jullie bestelling moeten annuleren vanwege een kwestie die Stokke tegen Cybex aanspant over de stoel.
Wij krijgen deze namelijk nu niet meer geleverd dus moeten wij helaas jullie bedrag crediteren.
Excuses voor het ongemak, ik hoop dat jullie ergens voor de stoel kunnen slagen.
2.10.
In een e-mail van 20 maart 2025 aan de advocaten van Stokke c.s. heeft Baby Jungle toegezegd zich te onthouden van het aanbieden en/of verkopen van de Iris Chair, maar aangegeven niet akkoord te gaan met een ‘boete op voorhand’.
2.11.
Bij brief van 21 maart 2025 heeft (de advocaat van) Cybex c.s. betwist dat sprake is van inbreuk.
2.12.
Op 21 maart 2025 heeft Stokke c.s. een aanvraag gedaan voor datumbepaling in een kort gedingprocedure voor deze rechtbank tegen Baby Jungle c.s. Daarna is een zittingsdatum bepaald op dinsdag 29 april 2025. Stokke c.s. heeft de dagvaarding op 24 maart 2025 aan Baby Jungle c.s. uitgebracht. Nadat Baby Jungle vrijwillig aan de vorderingen van Stokke c.s. had voldaan, is het kort geding jegens alle drie de gedaagden op 3 april 2025 ingetrokken.
2.13.
Op 24 maart 2025 heeft Stokke c.s. Baby Jungle c.s. in deze procedure gedagvaard.
2.14.
Op 25 maart 2025 heeft Cybex c.s. een bodemprocedure tegen Stokke c.s. aanhangig gemaakt bij de rechtbank van Frankfurt en op 22 april 2025 bij de rechtbank van Rome. In beide procedures vordert zij een verklaring voor recht dat de Iris Chair geen inbreuk maakt op de vermeende auteursrechten van Stokke c.s. op de Tripp Trapp-stoel op respectievelijk Duits en Italiaans grondgebied.
2.15.
Stokke c.s. hebben op 28 maart 2025 een datum aangevraagd voor een tweede kort geding bij de voorzieningenrechter in Den Haag tegen Cybex c.s. en twee andere detailhandelsbedrijven, Babypark B.V. en Baby-Dump B.V. Stokke c.s. hebben gedaagden op 1 april 2025 gedagvaard voor dit kort geding dat ook was bepaald op 29 april 2025. Stokke c.s. vorderden onder meer een verbod om inbreuk te maken op auteursrechten op de Tripp Trapp-stoel door verhandeling van de Iris Chair in Nederland (ten aanzien van Babypark en Baby-Dump) en de Europese Unie (ten aanzien van Cybex c.s.).
Dit tweede kort geding heeft Stokke c.s. op 25 april 2025 ingetrokken, nadat Cybex c.s. bij conclusie van antwoord een bevoegdheidsverweer had opgeworpen, dat inhield dat de internationale bevoegdheid van de voorzieningenrechter in Den Haag ten aanzien van Cybex c.s. beperkt is tot Nederland. Zij heeft daarbij betoogd dat haar verweer niet zou opgaan als de voorzieningenrechter zou zijn aangezocht van het arrondissement waar Babypark of Baby-dump statutair is gevestigd (Babypark is statutair gevestigd in Kesteren, gemeente Neder-Betuwe). Stokke c.s. heeft gedaagden min of meer gelijktijdig gedagvaard voor de voorzieningenrechter van de rechtbank Gelderland (zie r.o. 2.17.).
2.16.
Op 2 april 2025 heeft Baby Jungle een onthoudingsverklaring getekend, waarin Baby Jungle heeft verklaard dat zij de Iris-stoel nimmer via haar website (dan wel enig ander verkoopplatform) of in haar showroom heeft aangeboden en “tot op heden éénmaal een aanvraag kreeg van een particulier om een Iris-stoel te leveren, welke aanvraag niet heeft geleid tot een bestelling bij CYBEX, en dus ook niet tot levering aan die ene particulier;” en waarin Baby Jungle onder meer verklaart dat zij geen Iris-stoel op voorraad heeft gehad en zich zal onthouden van iedere inbreuk op de auteursrechten en/of andere intellectuele eigendomsrechten van Stokke c.s. ten aanzien van de Tripp Trapp-stoel, op straffe van een onmiddellijk opeisbare boete van € 1.000,-.
2.17.
Op 28 april 2025 is Stokke c.s. een kortgedingprocedure gestart tegen Babypark B.V., Baby-dump B.V., Cybex c.s. en Columbus Trading-Partners GmbH & Co. KG bij de rechtbank Gelderland, waarin zij onder meer een voorlopig verbod vorderde om inbreuk te maken op de auteursrechten op de Tripp Trapp-stoel. De voorzieningenrechter van de rechtbank Gelderland heeft dat verbod bij vonnis van 30 juni 2025 toegewezen, waartegen Cybex c.s. en Columbus Trading hoger beroep hebben ingesteld. Bij arrest van 14 april 2026 heeft het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden het vonnis voor zover gewezen tussen Stokke c.s. en Cybex c.s. bekrachtigd, behalve voor zover de verbodsvordering ook is toegewezen buiten Nederland.
2.18.
Stokke c.s. heeft bij dagvaarding van 26 juni 2025 in overeenstemming met artikel 1019i Rv een eis in de hoofdzaak ingesteld bij de rechtbank Gelderland.
3De vorderingen in de hoofdzaak
3.1.
In de hoofdzaak – die Stokke c.s. met dagvaarding van 24 maart 2025 bij deze rechtbank is gestart – vordert Stokke c.s., samengevat weergegeven en na wijzigingen van eis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
I. een verklaring voor recht dat de Iris Chair inbreuk maakt op de auteursrechten die rusten op het ontwerp van de Tripp Trapp-stoel op het grondgebied van de Europese Unie, met uitzondering van het grondgebied van Duitsland en Italië;
II. een aan Baby Jungle op te leggen inbreukverbod op de auteursrechten die rusten op het ontwerp van de Tripp Trapp-stoel op het grondgebied van Nederland;
III. een aan Cybex c.s. op te leggen inbreukverbod op de auteursrechten die rusten op het ontwerp van de Tripp Trapp-stoel op het grondgebied van de gehele Europese Unie, een en ander met uitzondering van het grondgebied van Duitsland en Italië;
IV. een aan Cybex c.s. op te leggen veroordeling om zich te onthouden van iedere onrechtmatige gedraging jegens Stokke c.s., op het grondgebied van de gehele Europese Unie, een en ander met uitzondering van het grondgebied van Duitsland en Italië;
V. een aan Cybex c.s. op te leggen opgavebevel;
VI. een voor iedere Gedaagde afzonderlijke dwangsom van € 50.000,- voor iedere dag dat de betreffende Gedaagde in strijd handelt met het onder II tot en met V gevorderde, dan wel van € 1.000,- per product waarmee de betreffende Gedaagde daarmee in strijd handelt, met een maximum van € 2.000.000,-;
VII. een aan Baby Jungle c.s. op te leggen veroordeling tot het betalen van schadevergoeding voor handelingen verricht in de Europese Unie, met uitzondering van het grondgebied van Duitsland en Italië, nader op te maken bij staat;
VIII. een aan Cybex c.s. op te leggen veroordeling tot het betalen van schadevergoeding als gevolg van de door Cybex c.s. gepleegde onrechtmatige daad in de Europese Unie, met uitzondering van het grondgebied van Duitsland en Italië, nader op te maken bij staat;
IX. een hoofdelijke proceskostenveroordeling in de zin van artikel 1019h Rv en nakosten, te vermeerderen met de wettelijke rente.
3.2.
Stokke c.s. legt aan haar vorderingen – zakelijk weergegeven en voor zover hier van belang – ten grondslag dat Baby Jungle c.s. door het (laten) vervaardigen, aanbieden, verkopen, distribueren of anderszins verhandelen van de Iris Chair inbreuk maken op haar auteursrecht, omdat de Iris Chair een ongeoorloofde verveelvoudiging is van de Tripp Trapp-stoel. Daarnaast handelt Cybex c.s. onrechtmatig in de zin van artikel 6:162 BW, omdat zij ondanks het verbod in het Kort Geding Vonnis haar retailers aanmoedigt de Iris Chair te blijven verkopen. Dit is in strijd is met de maatschappelijke zorgvuldigheid die Cybex c.s. jegens Stokke c.s. in acht dient te nemen.
4De vorderingen in de incidenten
in het bevoegdheidsincident
4.1.
Cybex c.s. vordert in het incident dat de rechtbank, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
I. zich onbevoegd verklaart om op grond van artikel 8 lid 1 Brussel I bis-Vo kennis te nemen van de (pan-Europese) vorderingen van Stokke c.s.;
II. Stokke c.s. hoofdelijk veroordeelt tot betaling van de door Cybex c.s. gemaakte proceskosten in het incident op de voet van artikel 1019h Rv en nakosten, te vermeerderen met de wettelijke rente.
4.2.
Cybex c.s. legt hieraan primair ten grondslag dat op grond van artikel 8 lid 1 Brussel I bis-Vo een buitenlandse gedaagde kan worden gedagvaard voor het gerecht van de woonplaats van één van haar mede-gedaagden. Baby Jungle heeft haar statutaire zetel en hoofdvestiging in de gemeente Aalsmeer, zodat de rechtbank Amsterdam de enige arrondissementsrechtbank is in de woonplaats van Baby Jungle. Dat brengt met zich mee dat enkel de rechtbank Amsterdam – en dus niet de rechtbank Den Haag – op grond van artikel 8 lid 1 Brussel I bis-Vo bevoegd is om van de vorderingen jegens Cybex c.s. kennis te nemen. Subsidiair legt Cybex c.s. aan haar vordering ten grondslag dat Stokke c.s. door het instellen van onderhavige procedure bij een Nederlandse rechter misbruik maakt van artikel 8 lid 1 Brussel I bis-Vo, omdat zij tot doel heeft zich te onttrekken aan de bevoegdheid van de Duitse rechter. Bovendien was oproeping van Cybex c.s. voor de Nederlandse rechter niet voorzienbaar, omdat de vorderingen jegens Cybex c.s. geen nauwe band hebben met de vorderingen jegens Baby Jungle.
4.3.
Stokke c.s. voert verweer strekkende tot afwijzing van de incidentele vordering met voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad te verklaren hoofdelijke veroordeling van Cybex c.s. in de proceskosten in het incident op grond van artikel 1019h Rv.
4.4.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.
in het oproepings- en aanhoudingsincident
4.5.
Stokke c.s. vordert in het incident dat de rechtbank, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
I. Stokke c.s. toestaat Columbus Trading op te roepen op grond van artikel 118 Rv op een termijn van zes weken na de datum van dit vonnis;
II. bepaalt dat de hoofdzaak wordt aangehouden tot een datum gelegen zes weken na de datum waartegen Columbus Trading wordt opgeroepen;
III. Baby Jungle c.s. hoofdelijk veroordeelt tot betaling van de door Stokke c.s. gemaakte proceskosten in het incident op de voet van artikel 1019h Rv en nakosten, te vermeerderen met de wettelijke rente.
4.6.
Stokke c.s. legt hieraan ten grondslag dat Columbus Trading, als dochteronderneming van Cybex GmbH, verantwoordelijk is voor de distributieketen van Cybex c.s. en dat Columbus Trading in dat kader de Iris Chair aan Nederlandse retailers heeft aangeboden. Stokke c.s. heeft een zwaarwegend belang dat Columbus Trading procespartij wordt in deze procedure, omdat Columbus Trading is geïntegreerd in de toeleveringsketen van Cybex c.s., zodat zij gezamenlijk inbreuk maken op haar auteursrechten. Bovendien is de proceseconomie gediend met oproeping van Columbus Trading als procespartij en is Columbus Trading vrijwillig tussengekomen in de Italiaanse procedure, nadat die aanhangig was gemaakt door Cybex c.s.
4.7.
Baby Jungle refereert zich aan het oordeel van de rechtbank. Cybex c.s. voert verweer strekkende tot afwijzing van de incidentele vordering met voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad te verklaren hoofdelijke veroordeling van Stokke c.s. in de proceskosten in het incident op grond van artikel 1019h Rv.
4.8.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.
5De beoordeling
internationale bevoegdheid
5.1.
Omdat Baby Jungle in Nederland is gevestigd, is de rechtbank op grond van artikel 4 lid 1 Brussel I bis-Vo internationaal bevoegd om van de vordering tegen Baby Jungle kennis te nemen. Dat de rechtbank ook relatief bevoegd is van de vorderingen jegens haar kennis te nemen (die zich beperken tot het Nederlandse grondgebied), is door Baby Jungle, die haar statutaire zetel en hoofdvestiging in de gemeente Aalsmeer heeft (derhalve niet zijnde in het arrondissement Den Haag), niet bestreden, zodat de rechtbank op grond van artikel 108 Rv bevoegd is om van de vorderingen tegen Baby Jungle kennis te nemen.
5.2.
Voor zover Stokke aan haar vorderingen jegens Cybex c.s. ten grondslag heeft gelegd dat zij ook inbreuk maakt in dit arrondissement, is de rechtbank bevoegd op grond van artikel 7 lid 2 Brussel I bis-Vo. Die bevoegdheid is beperkt tot het Nederlandse grondgebied.
5.3.
Er bestaat geen bevoegdheid om van de vorderingen tegen Cybex c.s. kennis te nemen voor zover die grensoverschrijdend van aard zijn. Stokke heeft gesteld dat die bevoegdheid voortvloeit uit artikel 8 lid 1 Brussel I bis-Vo. Dat artikel bepaalt dat een verweerder die op het grondgebied van een lidstaat woonplaats heeft, indien er meer dan één verweerder is, kan worden opgeroepen voor het gerecht van de woonplaats van één van hen, op voorwaarde dat er tussen de vorderingen een “zo nauwe band” bestaat dat een goede rechtsbedeling vraagt om hun gelijktijdige behandeling en berechting, teneinde te vermijden dat bij afzonderlijke berechting van de zaken onverenigbare beslissingen worden gegeven.
5.4.
Deze bijzondere bevoegdheidsregel, waarmee wordt afgeweken van de in artikel 4 lid 1 van de verordening neergelegde beginselbevoegdheid van de rechter van de woonplaats van de verweerder, moet echter eng worden uitgelegd. Die uitleg mag zich enkel uitstrekken tot de in de verordening uitdrukkelijk bedoelde gevallen. Anders dan artikel 4 lid 1, wijst de bijzondere bevoegdheidsgrond van artikel 8 lid 1 Brussel I bis-Vo niet de gerechten van de lidstaat waar de gedaagde woonplaats heeft als bevoegde rechter aan, maar een specifiek gerecht, te weten het gerecht van de woonplaats van de medeverweerder.
Cybex c.s. is gevestigd in Duitsland. Baby Jungle heeft haar statutaire zetel en hoofdvestiging als gezegd in de gemeente Aalsmeer, zodat de rechtbank Amsterdam de enige arrondissementsrechtbank is in de woonplaats van Baby Jungle. Dat brengt met zich dat enkel de rechtbank Amsterdam – en dus niet de rechtbank Den Haag – op grond van artikel 8 lid 1 Brussel I bis-Vo bevoegd is om van de grensoverschrijdende vorderingen tegen Cybex c.s. kennis te nemen. Het HvJEU heeft in zijn arrest van 16 april 2026 immers beslist dat artikel 8 lid 1 Brussel I bis-Vo zo moet worden uitgelegd dat die bepaling zowel de internationale als de relatieve bevoegdheid rechtstreeks en onmiddellijk toekent aan het gerecht van de plaats waar een van de verweerders woonplaats heeft.
5.5.
Stokke c.s. heeft nog verzocht dat de rechtbank bij (gedeeltelijke) onbevoegdheid de zaak op grond van artikel 110 Rv verwijst naar de rechtbank Amsterdam, doch dat verzoek wordt gepasseerd alleen al omdat Stokke c.s. haar vorderingen heeft verminderd tot nihil.
in het bevoegdheidsincident
5.6.
Uit het vorenstaande volgt dat het beroep van Cybex c.s. op onbevoegdheid van de rechtbank gedeeltelijk slaagt, namelijk voor zover de vordering van Stokke c.s. jegens Cybex c.s. een grensoverschrijdend karakter heeft.
in het oproepingsincident
5.7.
Door het verminderen van de vorderingen tot nihil hoeft de rechtbank niet meer te oordelen over en te beslissen op het oproepingsincident. Columbus Trading hoeft immers niet meer te worden opgeroepen als partij in het geding.
proceskosten
5.8.
Stokke c.s. verzoekt de rechtbank primair te bepalen dat de proceskosten zullen worden gecompenseerd, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt. Volgens Stokke c.s. is dit redelijk en billijk omdat de eisvermindering van Stokke c.s. uitsluitend is ingegeven door proceseconomische overwegingen die alle partijen ten goede komen. Op het moment dat Stokke c.s. deze procedure bij de rechtbank Den Haag aanbracht, moest het HvJEU zich nog uitlaten over de vraag of artikel 8 Brussel I bis-Vo het relatief bevoegde gerecht rechtstreeks en onmiddellijk aanwijst, met terzijdestelling van het nationale recht. Dat heeft het HvJEU op 16 april 2026 gedaan. Het is daarom niet (langer) in het proceseconomisch belang van de bij deze procedure betrokken partijen om deze procedure in Den Haag uit te procederen naast de lopende zaak bij de rechtbank Gelderland.
5.9.
Stokke c.s. betoogt dat Cybex c.s. en Baby Jungle juist zijn bevoordeeld door intrekking van de vorderingen van Stokke c.s. met compensatie van de proceskosten, omdat, als deze procedure was uitgeprocedeerd, dit naar alle waarschijnlijkheid had geresulteerd in een gerechtelijk verbod en kostenveroordeling tegen Cybex c.s. en Baby Jungle.
5.10.
Subsidiair verzoekt Stokke c.s. begroting van de proceskosten overeenkomstig het indicatietarief voor een (zeer) eenvoudig incident. Deze procedure heeft zich immers tot nu toe (vrijwel) uitsluitend toegespitst op zuiver procesrechtelijke kwesties waarop artikel 1019h Rv niet van toepassing is en de inhoudelijke merites van de onderliggende IE-inbreuk (vrijwel) niet aan de orde zijn geweest.
Ten aanzien van Cybex c.s.
5.11.
Cybex c.s. vordert volledige vergoeding van de proceskosten in de incidenten, omdat Stokke c.s. bij de eiswijziging de vordering had kunnen laten vallen. Stokke c.s. weet, althans behoort te weten, dat haar bevoegdheidsgrond geen stand houdt. Stokke c.s. maakt misbruik van procesrecht door een bevoegdheidsincident aan te houden waarvan zij weet dat die onhoudbaar is. Stokke c.s. heeft in Nederland in korte tijd zes procedures aanhangig gemaakt tegen Cybex c.s. en verschillende medegedaagden over exact hetzelfde onderwerp en deze procedures ook deels weer ingetrokken. Dit is volgens Cybex c.s. een intimidatietechniek van Stokke c.s. die erop gericht is Cybex c.s. op dermate hoge kosten te jagen dat zij gedwongen zou worden toe te geven aan de sommaties van Stokke c.s. Ook dit wijst op misbruik van procesrecht.
5.12.
Stokke c.s. betwist dat sprake is van misbruik van recht. Er is volgens Stokke c.s. geen grond om Stokke c.s. te veroordelen in de volledige proceskosten van Cybex c.s.
5.13.
Subsidiair verzoekt Cybex c.s. om Stokke c.s. ex artikel 1019h Rv te veroordelen in de proceskosten van Cybex c.s. en vergoeding van haar verschotten. Gelet op het geschetste patroon en het feit dat er een mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden, acht Cybex c.s. het passend en redelijk dat Stokke c.s. wordt veroordeeld tot betaling van proceskosten in een normale zaak als ware de zaak uitgeprocedeerd. In het alternatief verzoekt Cybex c.s. begroting op basis van twee maal een complex incident, aangevuld met een vergoeding van € 3.000, hetgeen overeenkomt met de verhoging die bij een normale bodemzaak geldt voor een (aanvullende) mondelinge behandeling.
5.14.
De rechtbank zal Stokke c.s. als de in het ongelijk gestelde partij veroordelen tot betaling van de proceskosten van Cybex c.s. Krachtens vaste rechtspraak geldt een eisvermindering tot nihil als een intrekking van de vordering. Een eisende partij die zijn vordering aldus tot nihil vermindert moet de kosten van de gedaagde partij dragen.
5.15.
Blijkens de door Cybex c.s. overgelegde specificaties zijn de door haar gemaakte proceskosten:
- proceskosten in oproepingsincident € 3.674 (GP04);
- proceskosten in bevoegdheidsincident € 10.362,50 (GP08);
- aanvullende proceskosten € 34.807,50 (GP16);
- verschotten € 23.958 (GP17).
5.16.
Voor de door Cybex c.s. gevorderde veroordeling van Stokke c.s. in de werkelijke proceskosten van Cybex c.s. is slechts plaats in gevallen van misbruik van (proces)recht of onrechtmatig handelen door het instellen van de vordering.
5.17.
Volgens vaste rechtspraak is van misbruik van procesrecht of onrechtmatig procederen sprake als het instellen van een vordering, gelet op de evidente ongegrondheid ervan, in verband met de betrokken belangen van de wederpartij achterwege had behoren te blijven. Hiervan kan pas sprake zijn als de eiser zijn vordering baseert op feiten en omstandigheden waarvan hij de onjuistheid kende dan wel behoorde te kennen of op stellingen waarvan hij op voorhand moest begrijpen dat deze geen kans van slagen hadden. Bij het aannemen van misbruik van procesrecht of onrechtmatig handelen door het aanspannen van een procedure past terughoudendheid, gelet op het recht op toegang tot de rechter dat mede gewaarborgd wordt door artikel 6 EVRM.
5.18.
De rechtbank is van oordeel dat van een situatie als hiervoor omschreven geen sprake is. Mede gelet op de prejudiciële vragen die zijn gesteld aan het HvJEU over wat precies met het gerecht van de woonplaats van de ankergedaagde wordt bedoeld, is niet gebleken dat de vorderingen van Stokke c.s. op voorhand geheel kansloos waren. Rekening houdend met de hiervoor weergegeven terughoudendheid die moet worden betracht bij het aannemen van misbruik van procesrecht, komt de rechtbank tot het oordeel dat van een dergelijk misbruik of onrechtmatig procederen geen sprake is.
5.19.
Cybex c.s. maakt op de voet van artikel 1019h Rv aanspraak op vergoeding van de volledige proceskosten.
5.20.
De onderhavige zaak is een zaak ter handhaving van intellectuele eigendomsrechten in de zin van artikel 1019 Rv. Teneinde de redelijkheid en evenredigheid van de opgevoerde kosten te kunnen beoordelen, wordt dan ook volledig aansluiting gezocht bij de Indicatietarieven in IE-zaken (Versie 1 februari 2026). De daarin vermelde tarieven worden geacht redelijk en evenredig te zijn. Onderhavige zaak valt naar het oordeel van de rechtbank onder de categorie ‘complex incident’ met een maximumtarief van € 6.000. De rechtbank merkt de zaak aan als een complexe zaak, gelet op de inhoud van de zaak en het aantal processtukken dat partijen hebben gewisseld. Nu het gaat om twee incidenten en er een mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden ziet de rechtbank aanleiding het dubbele tarief toe te passen, zodat een bedrag van € 12.000,- voor vergoeding in aanmerking komt. Dit bedrag zal worden toegewezen; het meer gevorderde wordt afgewezen.
5.21.
Ook de als verschotten opgevoerde bedragen van in totaal € 23.958,- worden als niet bestreden toegewezen.
5.22.
Het bedrag voor salaris advocaat van € 12.000,- wordt verhoogd met € 23.958,- aan verschotten en € 714,- aan griffierecht, waarmee het totaalbedrag uitkomt op € 36.672,-. De gevorderde wettelijke rente daarover vanaf veertien dagen na de datum van dit vonnis zal als onbestreden worden toegewezen.
Ten aanzien van Baby Jungle
5.23.
Baby Jungle stelt zich op het standpunt dat het onredelijk is dat ieder de eigen kosten draagt, zoals Stokke c.s. verzoekt. Baby Jungle heeft geen ervaring met IE-geschillen en heeft aanzienlijke kosten moeten maken om verweer te voeren. Krachtens vaste rechtspraak geldt eisvermindering tot nihil als een intrekking van de vordering. Een eisende partij die zijn vordering aldus tot nihil vermindert moet de kosten van de gedaagde partij dragen.
5.24.
Baby Jungle betoogt dat zij als gedaagde bij de onderhavige procedure is betrokken met geen ander doel dan te pogen bevoegdheid jegens Cybex c.s. te creëren bij de rechtbank Den Haag. De beweerdelijke ‘inbreuk’ is door Stokke c.s. zelf kunstmatig gecreëerd. Baby Jungle heeft de betreffende bestelling nooit geleverd en het aankoopbedrag is gecrediteerd. Bovendien heeft Baby Jungle een onthoudingsverklaring getekend. Baby Jungle heeft nooit geadverteerd met de Iris stoel en heeft deze nooit op voorraad gehad. De materiële inzet van het hoofdgeding was feitelijk een schadevordering van nul euro. Jegens Baby Jungle is er niets doelmatigs aan de plotselinge beslissing het debat voort te zetten bij de rechtbank Gelderland. Baby Jungle is immers niet bij die procedure betrokken.
5.25.
Baby Jungle verzoekt Stokke c.s. te veroordelen in de kosten op de voet van artikel 1019h Rv, inclusief de nakosten en wettelijk rente. Blijkens de door Baby Jungle overgelegde specificaties worden de door haar gemaakte proceskosten becijferd op een bedrag van € 10.846 inclusief verschotten (€ 5.184,- en aanvullende kosten van € 2.376,- en € 2.412,- plus verschotten van € 874,- waaronder het griffierecht van € 714,-).
5.26.
De rechtbank ziet in deze gang van zaken aanleiding om Stokke c.s. in de proceskosten te veroordelen, nu zij door de intrekking van haar vorderingen als de in het ongelijk gestelde partij moet worden aangemerkt.
5.27.
De onderhavige zaak is een zaak ter handhaving van intellectuele eigendomsrechten in de zin van artikel 1019 Rv. Teneinde de redelijkheid en evenredigheid van de opgevoerde kosten te kunnen beoordelen, wordt dan ook volledig aansluiting gezocht bij de Indicatietarieven in IE-zaken (Versie 1 februari 2026). De daarin vermelde tarieven worden geacht redelijk en evenredig te zijn. Onderhavige zaak valt naar het oordeel van de rechtbank onder de categorie ‘complex incident’ met een maximumtarief van € 6.000. De rechtbank merkt de zaak aan als een complexe zaak, gelet op de inhoud van de zaak en het aantal processtukken dat partijen hebben gewisseld. Nu Baby Jungle geen partij is in het bevoegdheidsincident gaat het voor haar om één incident en een mondelinge behandeling waarbij zij aanwezig was. De rechtbank ziet aanleiding het enkele tarief toe te passen, zodat een bedrag van € 6.000 voor vergoeding in aanmerking komt. Dit bedrag zal worden toegewezen; het meer gevorderde wordt afgewezen.
5.28.
Ook de als verschotten opgevoerde bedragen van in totaal € 874,- worden als niet bestreden toegewezen.
5.29.
Het bedrag voor salaris advocaat van € 6.000,- wordt verhoogd met € 874,- aan verschotten (waarin begrepen € 714,- aan griffierecht), waarmee het totaalbedrag uitkomt op € 6.874. De gevorderde wettelijke rente daarover vanaf veertien dagen na de datum van dit vonnis zal als onbestreden worden toegewezen.
de beoordeling in de hoofdzaak
5.30.
Cybex c.s. heeft haar vorderingen tot nihil verminderd nadat de mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden en na aktewisselingen. De rechtbank verstaat dit aldus dat Cybex c.s. op de vorderingen in de hoofdzaak geen beslissing meer wenst en dat daarover dus geen geschil resteert.
6De beslissing
De rechtbank:
6.1.
verklaart zich onbevoegd van de grensoverschrijdende vorderingen tegen Cybex c.s. kennis te nemen;
6.2.
verstaat dat de vorderingen tot nihil zijn verminderd en dat daarop niet behoeft te worden beslist;
6.3.
veroordeelt Stokke c.s. in de proceskosten, tot op heden aan de zijde van Cybex c.s. begroot op € 36.672,-, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover zoals bedoeld in artikel 6:119 BW vanaf veertien dagen na de vonnisdatum tot aan de dag van algehele voldoening;
6.4.
veroordeelt Stokke c.s. in de proceskosten, tot op heden aan de zijde van Baby Jungle begroot op € 6.874, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover zoals bedoeld in artikel 6:119 BW vanaf veertien dagen na de vonnisdatum tot aan de dag van algehele voldoening;
6.5.
verklaart dit vonnis voor wat betreft de proceskostenveroordelingen uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. J. Th. van Walderveen en in het openbaar uitgesproken op 19 augustus 2026.
Rb. Den Haag 10 juni 2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:10217
Rb. Den Haag 12 mei 2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:8216
Rechtbank Gelderland 30 juni 2025, ECLI:NL:RBGEL:2025:5090
Hof Arnhem-Leeuwarden 14 april 2026, ECLI:NL:GHARL:2026:2224
Burgerlijk Wetboek
Verordening (EU) nr. 1215/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2012 betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken (herschikking).
HvJEU 16 april 2026, ECLI:EU:C:2026:293, gevoegde zaken Electricity & Water Authority (C-672/23) en Smurfit Kappa c.s. (C-673/23)
Hoge Raad 29 juni 2007, ECLI:NL:HR:2007:BA3516
Zie Hoge Raad 6 april 2012, ECLI:NL:HR:2012:BV7828
Team handel
zaak- / rolnummer: C/09/686259 / HA ZA 25-500
Vonnis van 19 augustus 2026
in de zaak van
1. de rechtspersoon naar buitenlands recht
STOKKE AS te Ålesund, Noorwegen,2. de rechtspersoon naar buitenlands recht
[bedrijf] AS te [vestigingsplaats] , Noorwegen,
eiseressen in de hoofdzaak en in het oproepings- en aanhoudingsincident, verweersters in het bevoegdheidsincident,
advocaat: mr. T. Cohen Jehoram te Amsterdam,
tegen
1BABY JUNGLE B.V.te Aalsmeer,
advocaat: mr. D.E. Stols te Amsterdam,
gedaagde in de hoofdzaak, verweerster in het oproepingsincident, 2. de rechtspersoon naar buitenlands recht
CYBEX GMBH te Bayreuth, Duitsland,
advocaat: mr. M.E. Verwoert te Amsterdam,gedaagde in de hoofdzaak, verweerster in het oproepingsincident, eiseres in het bevoegdheidsincident,
3. de rechtspersoon naar buitenlands recht
CYBEX RETAIL GMBH te Bayreuth, Duitsland,
advocaat: mr. M.B. van Oostrum te Amsterdam, voorheen mr. M.E. Verwoert te Amsterdam,
gedaagde in de hoofdzaak, verweerster in het oproepingsincident, eiseres in het bevoegdheidsincident.
Eiseressen in de hoofdzaak worden hierna samen Stokke c.s. genoemd en afzonderlijk Stokke en [bedrijf] AS. Gedaagden in de hoofdzaak worden hierna samen Baby Jungle c.s. genoemd en afzonderlijk Baby Jungle, Cybex GmbH en Cybex Retail. Cybex GmbH en Cybex Retail zullen samen Cybex c.s. worden genoemd.
1De procedure
1.1.
Het procesdossier bestaat uit de volgende stukken:
- de rolbeslissing van 11 maart 2026 en de daarin genoemde stukken, in welke beslissing de rechtbank heeft bepaald dat de zaak wordt aangehouden totdat het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: HvJEU) arrest heeft gewezen in de gevoegde zaken C-672/23 en
C-673/23;
- de akte houdende eisvermindering van 20 mei 2026 van Stokke c.s. waarbij zij haar vorderingen jegens Baby Jungle c.s. vermindert tot nihil, met compensatie van kosten;
- de akte na rolbeslissing van 20 mei 2026 van Baby Jungle;
- de akte na arrest in gevoegde zaken C-672/23 en C-673/23 van 20 mei 2026 van Cybex c.s.;
- de akte reactie eisvermindering van 3 juni 2026 van Baby Jungle, met één productie;
- de akte na eisvermindering tevens houdende overlegging aanvullende producties van 3 juni 2026 van Cybex c.s., met producties GP16 tot en met GP19;
- het B16-formulier van 3 juni 2026 van Stokke c.s., waarin zij afziet van antwoordakte en verzoekt om bij antwoordakte te mogen reageren op de akte van Cybex c.s. van 3 juni 2026 waarin Cybex c.s. om een beslissing over de proceskosten vraagt;
- de akte houdende reactie op de aktes van Cybex c.s. en Baby Jungle van Stokke c.s. van 1 juli 2026.
1.2.
Ten slotte is een datum voor vonnis in de incidenten bepaald.
2De feiten
2.1.
Stokke is een Noors bedrijf dat zich bezighoudt met de ontwikkeling, productie en verkoop van (design)meubels, waaronder de hieronder afgebeelde Tripp Trapp-stoel, die is ontworpen door [eiser] , die het auteursrecht op de Tripp Trapp-stoel in 1984 aan [bedrijf] AS heeft overgedragen.
2.2.
Stokke heeft een wereldwijde, exclusieve licentie om de Tripp Trapp-stoel te produceren en verkopen.
2.3.
Cybex GmbH is een Duits bedrijf dat zich bezighoudt met het ontwerpen en ontwikkelen van kinderproducten en is sinds 2014 onderdeel van het Chinese bedrijf Goodbaby International Holdings Ltd. (hierna: Goodbaby). Goodbaby beheert een portfolio van kindermerken, waaronder het merk Cybex.
2.4.
Cybex Retail is verantwoordelijk voor de productie en wereldwijde verkoop van de artikelen van Cybex c.s.
2.5.
Op 15 maart 2025 heeft Cybex c.s. de hieronder afgebeelde Iris Chair gelanceerd binnen de Europese markt. Zij biedt deze ter verkoop aan retailers aan.
2.6.
Baby Jungle is een Nederlands bedrijf gericht op import, export en handel in onder meer kinderartikelen en exploiteert zowel een fysieke winkel in Aalsmeer als een webshop.
2.7.
De heer [naam 1] is als key accountmanager werkzaam bij Stokke. Hij heeft, nadat zijn partner, mevrouw [naam 2] , aanvankelijk telefonisch te horen had gekregen dat de Iris stoel niet te koop is op de Nederlandse markt, zelf gebeld met de heer [naam 3] van Baby Jungle, die na enig aandringen heeft gezegd dat de Iris stoel wel in Duitsland wordt verkocht en dat hij die daar wel voor hem kon bestellen. Bij e-mail van 13 maart 2025 schrijft de heer [naam 1] (met gebruikmaking van het e-mailadres van zijn partner):
Beste [naam 3] ,
Hartelijk bedankt voor het goede contact eerder vandaag over de Cybex Iris kinderstoel. Ik heb even overlegd en we willen, ondanks de levertijd, toch graag alvast bestellen om het risico van oplopende levertijden te vermijden. Omdat je aangaf dat de levertijden voor alle kleuren ongeveer even lang zijn, willen we graag de Cybex Iris 3-in-1 in de kleur All-Natural bestellen.
Hierbij mijn gegevens van mijn vriendin, zij kan het pakket ontvangen:
(…)
[naam partner, adres in [plaats] ]
Graag ontvangen we een bevestiging van de order. Mocht je het fijn vinden dat we de betaling alvast regelen, dan kun je ook een betaallink sturen.
Hartelijke groet,
[naam 1]
Op 14 maart 2025 schrijft de heer [naam 3] in een e-mail aan de heer [naam 1] :
Hi [naam 1] ,
Ik heb het voor je besteld en gevraagd of er spoed op gezet kon worden.
Ik denk dat jullie wel echt een van de eersten zijn die hem gaan krijgen.
Ik heb hem zojuist bij Cybex betaald, ik ben daar altijd meer van want dan heb ik zekerheid wanneer het bij hen binnen is dat wij het ook meteen krijgen.
Ik stuur je zo een betaallink per Pay.nl en deze kan je met IDEAL betalen. Hier zit overigens ook je invoice aan verbonden.
Als je order er is krijg je vanzelf een tracking in je email.
(…)
Bij de order is onderstaande factuur verstuurd met besteldatum 14 maart 2025.
2.8.
Bij brieven van 16 maart 2025 heeft Stokke c.s. Baby Jungle c.s. gesommeerd de inbreuk op haar auteursrechten te staken.
2.9.
Baby Jungle heeft de onder 2.7. bedoelde order van de Iris Chair per e-mail van 17 maart 2025 geannuleerd. De heer [naam 3] schrijft aan de heer [naam 1] en zijn partner:
Goedemorgen [naam 1] en [naam 2] ,
Ik heb helaas jullie bestelling moeten annuleren vanwege een kwestie die Stokke tegen Cybex aanspant over de stoel.
Wij krijgen deze namelijk nu niet meer geleverd dus moeten wij helaas jullie bedrag crediteren.
Excuses voor het ongemak, ik hoop dat jullie ergens voor de stoel kunnen slagen.
2.10.
In een e-mail van 20 maart 2025 aan de advocaten van Stokke c.s. heeft Baby Jungle toegezegd zich te onthouden van het aanbieden en/of verkopen van de Iris Chair, maar aangegeven niet akkoord te gaan met een ‘boete op voorhand’.
2.11.
Bij brief van 21 maart 2025 heeft (de advocaat van) Cybex c.s. betwist dat sprake is van inbreuk.
2.12.
Op 21 maart 2025 heeft Stokke c.s. een aanvraag gedaan voor datumbepaling in een kort gedingprocedure voor deze rechtbank tegen Baby Jungle c.s. Daarna is een zittingsdatum bepaald op dinsdag 29 april 2025. Stokke c.s. heeft de dagvaarding op 24 maart 2025 aan Baby Jungle c.s. uitgebracht. Nadat Baby Jungle vrijwillig aan de vorderingen van Stokke c.s. had voldaan, is het kort geding jegens alle drie de gedaagden op 3 april 2025 ingetrokken.
2.13.
Op 24 maart 2025 heeft Stokke c.s. Baby Jungle c.s. in deze procedure gedagvaard.
2.14.
Op 25 maart 2025 heeft Cybex c.s. een bodemprocedure tegen Stokke c.s. aanhangig gemaakt bij de rechtbank van Frankfurt en op 22 april 2025 bij de rechtbank van Rome. In beide procedures vordert zij een verklaring voor recht dat de Iris Chair geen inbreuk maakt op de vermeende auteursrechten van Stokke c.s. op de Tripp Trapp-stoel op respectievelijk Duits en Italiaans grondgebied.
2.15.
Stokke c.s. hebben op 28 maart 2025 een datum aangevraagd voor een tweede kort geding bij de voorzieningenrechter in Den Haag tegen Cybex c.s. en twee andere detailhandelsbedrijven, Babypark B.V. en Baby-Dump B.V. Stokke c.s. hebben gedaagden op 1 april 2025 gedagvaard voor dit kort geding dat ook was bepaald op 29 april 2025. Stokke c.s. vorderden onder meer een verbod om inbreuk te maken op auteursrechten op de Tripp Trapp-stoel door verhandeling van de Iris Chair in Nederland (ten aanzien van Babypark en Baby-Dump) en de Europese Unie (ten aanzien van Cybex c.s.).
Dit tweede kort geding heeft Stokke c.s. op 25 april 2025 ingetrokken, nadat Cybex c.s. bij conclusie van antwoord een bevoegdheidsverweer had opgeworpen, dat inhield dat de internationale bevoegdheid van de voorzieningenrechter in Den Haag ten aanzien van Cybex c.s. beperkt is tot Nederland. Zij heeft daarbij betoogd dat haar verweer niet zou opgaan als de voorzieningenrechter zou zijn aangezocht van het arrondissement waar Babypark of Baby-dump statutair is gevestigd (Babypark is statutair gevestigd in Kesteren, gemeente Neder-Betuwe). Stokke c.s. heeft gedaagden min of meer gelijktijdig gedagvaard voor de voorzieningenrechter van de rechtbank Gelderland (zie r.o. 2.17.).
2.16.
Op 2 april 2025 heeft Baby Jungle een onthoudingsverklaring getekend, waarin Baby Jungle heeft verklaard dat zij de Iris-stoel nimmer via haar website (dan wel enig ander verkoopplatform) of in haar showroom heeft aangeboden en “tot op heden éénmaal een aanvraag kreeg van een particulier om een Iris-stoel te leveren, welke aanvraag niet heeft geleid tot een bestelling bij CYBEX, en dus ook niet tot levering aan die ene particulier;” en waarin Baby Jungle onder meer verklaart dat zij geen Iris-stoel op voorraad heeft gehad en zich zal onthouden van iedere inbreuk op de auteursrechten en/of andere intellectuele eigendomsrechten van Stokke c.s. ten aanzien van de Tripp Trapp-stoel, op straffe van een onmiddellijk opeisbare boete van € 1.000,-.
2.17.
Op 28 april 2025 is Stokke c.s. een kortgedingprocedure gestart tegen Babypark B.V., Baby-dump B.V., Cybex c.s. en Columbus Trading-Partners GmbH & Co. KG bij de rechtbank Gelderland, waarin zij onder meer een voorlopig verbod vorderde om inbreuk te maken op de auteursrechten op de Tripp Trapp-stoel. De voorzieningenrechter van de rechtbank Gelderland heeft dat verbod bij vonnis van 30 juni 2025 toegewezen, waartegen Cybex c.s. en Columbus Trading hoger beroep hebben ingesteld. Bij arrest van 14 april 2026 heeft het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden het vonnis voor zover gewezen tussen Stokke c.s. en Cybex c.s. bekrachtigd, behalve voor zover de verbodsvordering ook is toegewezen buiten Nederland.
2.18.
Stokke c.s. heeft bij dagvaarding van 26 juni 2025 in overeenstemming met artikel 1019i Rv een eis in de hoofdzaak ingesteld bij de rechtbank Gelderland.
3De vorderingen in de hoofdzaak
3.1.
In de hoofdzaak – die Stokke c.s. met dagvaarding van 24 maart 2025 bij deze rechtbank is gestart – vordert Stokke c.s., samengevat weergegeven en na wijzigingen van eis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
I. een verklaring voor recht dat de Iris Chair inbreuk maakt op de auteursrechten die rusten op het ontwerp van de Tripp Trapp-stoel op het grondgebied van de Europese Unie, met uitzondering van het grondgebied van Duitsland en Italië;
II. een aan Baby Jungle op te leggen inbreukverbod op de auteursrechten die rusten op het ontwerp van de Tripp Trapp-stoel op het grondgebied van Nederland;
III. een aan Cybex c.s. op te leggen inbreukverbod op de auteursrechten die rusten op het ontwerp van de Tripp Trapp-stoel op het grondgebied van de gehele Europese Unie, een en ander met uitzondering van het grondgebied van Duitsland en Italië;
IV. een aan Cybex c.s. op te leggen veroordeling om zich te onthouden van iedere onrechtmatige gedraging jegens Stokke c.s., op het grondgebied van de gehele Europese Unie, een en ander met uitzondering van het grondgebied van Duitsland en Italië;
V. een aan Cybex c.s. op te leggen opgavebevel;
VI. een voor iedere Gedaagde afzonderlijke dwangsom van € 50.000,- voor iedere dag dat de betreffende Gedaagde in strijd handelt met het onder II tot en met V gevorderde, dan wel van € 1.000,- per product waarmee de betreffende Gedaagde daarmee in strijd handelt, met een maximum van € 2.000.000,-;
VII. een aan Baby Jungle c.s. op te leggen veroordeling tot het betalen van schadevergoeding voor handelingen verricht in de Europese Unie, met uitzondering van het grondgebied van Duitsland en Italië, nader op te maken bij staat;
VIII. een aan Cybex c.s. op te leggen veroordeling tot het betalen van schadevergoeding als gevolg van de door Cybex c.s. gepleegde onrechtmatige daad in de Europese Unie, met uitzondering van het grondgebied van Duitsland en Italië, nader op te maken bij staat;
IX. een hoofdelijke proceskostenveroordeling in de zin van artikel 1019h Rv en nakosten, te vermeerderen met de wettelijke rente.
3.2.
Stokke c.s. legt aan haar vorderingen – zakelijk weergegeven en voor zover hier van belang – ten grondslag dat Baby Jungle c.s. door het (laten) vervaardigen, aanbieden, verkopen, distribueren of anderszins verhandelen van de Iris Chair inbreuk maken op haar auteursrecht, omdat de Iris Chair een ongeoorloofde verveelvoudiging is van de Tripp Trapp-stoel. Daarnaast handelt Cybex c.s. onrechtmatig in de zin van artikel 6:162 BW, omdat zij ondanks het verbod in het Kort Geding Vonnis haar retailers aanmoedigt de Iris Chair te blijven verkopen. Dit is in strijd is met de maatschappelijke zorgvuldigheid die Cybex c.s. jegens Stokke c.s. in acht dient te nemen.
4De vorderingen in de incidenten
in het bevoegdheidsincident
4.1.
Cybex c.s. vordert in het incident dat de rechtbank, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
I. zich onbevoegd verklaart om op grond van artikel 8 lid 1 Brussel I bis-Vo kennis te nemen van de (pan-Europese) vorderingen van Stokke c.s.;
II. Stokke c.s. hoofdelijk veroordeelt tot betaling van de door Cybex c.s. gemaakte proceskosten in het incident op de voet van artikel 1019h Rv en nakosten, te vermeerderen met de wettelijke rente.
4.2.
Cybex c.s. legt hieraan primair ten grondslag dat op grond van artikel 8 lid 1 Brussel I bis-Vo een buitenlandse gedaagde kan worden gedagvaard voor het gerecht van de woonplaats van één van haar mede-gedaagden. Baby Jungle heeft haar statutaire zetel en hoofdvestiging in de gemeente Aalsmeer, zodat de rechtbank Amsterdam de enige arrondissementsrechtbank is in de woonplaats van Baby Jungle. Dat brengt met zich mee dat enkel de rechtbank Amsterdam – en dus niet de rechtbank Den Haag – op grond van artikel 8 lid 1 Brussel I bis-Vo bevoegd is om van de vorderingen jegens Cybex c.s. kennis te nemen. Subsidiair legt Cybex c.s. aan haar vordering ten grondslag dat Stokke c.s. door het instellen van onderhavige procedure bij een Nederlandse rechter misbruik maakt van artikel 8 lid 1 Brussel I bis-Vo, omdat zij tot doel heeft zich te onttrekken aan de bevoegdheid van de Duitse rechter. Bovendien was oproeping van Cybex c.s. voor de Nederlandse rechter niet voorzienbaar, omdat de vorderingen jegens Cybex c.s. geen nauwe band hebben met de vorderingen jegens Baby Jungle.
4.3.
Stokke c.s. voert verweer strekkende tot afwijzing van de incidentele vordering met voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad te verklaren hoofdelijke veroordeling van Cybex c.s. in de proceskosten in het incident op grond van artikel 1019h Rv.
4.4.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.
in het oproepings- en aanhoudingsincident
4.5.
Stokke c.s. vordert in het incident dat de rechtbank, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
I. Stokke c.s. toestaat Columbus Trading op te roepen op grond van artikel 118 Rv op een termijn van zes weken na de datum van dit vonnis;
II. bepaalt dat de hoofdzaak wordt aangehouden tot een datum gelegen zes weken na de datum waartegen Columbus Trading wordt opgeroepen;
III. Baby Jungle c.s. hoofdelijk veroordeelt tot betaling van de door Stokke c.s. gemaakte proceskosten in het incident op de voet van artikel 1019h Rv en nakosten, te vermeerderen met de wettelijke rente.
4.6.
Stokke c.s. legt hieraan ten grondslag dat Columbus Trading, als dochteronderneming van Cybex GmbH, verantwoordelijk is voor de distributieketen van Cybex c.s. en dat Columbus Trading in dat kader de Iris Chair aan Nederlandse retailers heeft aangeboden. Stokke c.s. heeft een zwaarwegend belang dat Columbus Trading procespartij wordt in deze procedure, omdat Columbus Trading is geïntegreerd in de toeleveringsketen van Cybex c.s., zodat zij gezamenlijk inbreuk maken op haar auteursrechten. Bovendien is de proceseconomie gediend met oproeping van Columbus Trading als procespartij en is Columbus Trading vrijwillig tussengekomen in de Italiaanse procedure, nadat die aanhangig was gemaakt door Cybex c.s.
4.7.
Baby Jungle refereert zich aan het oordeel van de rechtbank. Cybex c.s. voert verweer strekkende tot afwijzing van de incidentele vordering met voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad te verklaren hoofdelijke veroordeling van Stokke c.s. in de proceskosten in het incident op grond van artikel 1019h Rv.
4.8.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.
5De beoordeling
internationale bevoegdheid
5.1.
Omdat Baby Jungle in Nederland is gevestigd, is de rechtbank op grond van artikel 4 lid 1 Brussel I bis-Vo internationaal bevoegd om van de vordering tegen Baby Jungle kennis te nemen. Dat de rechtbank ook relatief bevoegd is van de vorderingen jegens haar kennis te nemen (die zich beperken tot het Nederlandse grondgebied), is door Baby Jungle, die haar statutaire zetel en hoofdvestiging in de gemeente Aalsmeer heeft (derhalve niet zijnde in het arrondissement Den Haag), niet bestreden, zodat de rechtbank op grond van artikel 108 Rv bevoegd is om van de vorderingen tegen Baby Jungle kennis te nemen.
5.2.
Voor zover Stokke aan haar vorderingen jegens Cybex c.s. ten grondslag heeft gelegd dat zij ook inbreuk maakt in dit arrondissement, is de rechtbank bevoegd op grond van artikel 7 lid 2 Brussel I bis-Vo. Die bevoegdheid is beperkt tot het Nederlandse grondgebied.
5.3.
Er bestaat geen bevoegdheid om van de vorderingen tegen Cybex c.s. kennis te nemen voor zover die grensoverschrijdend van aard zijn. Stokke heeft gesteld dat die bevoegdheid voortvloeit uit artikel 8 lid 1 Brussel I bis-Vo. Dat artikel bepaalt dat een verweerder die op het grondgebied van een lidstaat woonplaats heeft, indien er meer dan één verweerder is, kan worden opgeroepen voor het gerecht van de woonplaats van één van hen, op voorwaarde dat er tussen de vorderingen een “zo nauwe band” bestaat dat een goede rechtsbedeling vraagt om hun gelijktijdige behandeling en berechting, teneinde te vermijden dat bij afzonderlijke berechting van de zaken onverenigbare beslissingen worden gegeven.
5.4.
Deze bijzondere bevoegdheidsregel, waarmee wordt afgeweken van de in artikel 4 lid 1 van de verordening neergelegde beginselbevoegdheid van de rechter van de woonplaats van de verweerder, moet echter eng worden uitgelegd. Die uitleg mag zich enkel uitstrekken tot de in de verordening uitdrukkelijk bedoelde gevallen. Anders dan artikel 4 lid 1, wijst de bijzondere bevoegdheidsgrond van artikel 8 lid 1 Brussel I bis-Vo niet de gerechten van de lidstaat waar de gedaagde woonplaats heeft als bevoegde rechter aan, maar een specifiek gerecht, te weten het gerecht van de woonplaats van de medeverweerder.
Cybex c.s. is gevestigd in Duitsland. Baby Jungle heeft haar statutaire zetel en hoofdvestiging als gezegd in de gemeente Aalsmeer, zodat de rechtbank Amsterdam de enige arrondissementsrechtbank is in de woonplaats van Baby Jungle. Dat brengt met zich dat enkel de rechtbank Amsterdam – en dus niet de rechtbank Den Haag – op grond van artikel 8 lid 1 Brussel I bis-Vo bevoegd is om van de grensoverschrijdende vorderingen tegen Cybex c.s. kennis te nemen. Het HvJEU heeft in zijn arrest van 16 april 2026 immers beslist dat artikel 8 lid 1 Brussel I bis-Vo zo moet worden uitgelegd dat die bepaling zowel de internationale als de relatieve bevoegdheid rechtstreeks en onmiddellijk toekent aan het gerecht van de plaats waar een van de verweerders woonplaats heeft.
5.5.
Stokke c.s. heeft nog verzocht dat de rechtbank bij (gedeeltelijke) onbevoegdheid de zaak op grond van artikel 110 Rv verwijst naar de rechtbank Amsterdam, doch dat verzoek wordt gepasseerd alleen al omdat Stokke c.s. haar vorderingen heeft verminderd tot nihil.
in het bevoegdheidsincident
5.6.
Uit het vorenstaande volgt dat het beroep van Cybex c.s. op onbevoegdheid van de rechtbank gedeeltelijk slaagt, namelijk voor zover de vordering van Stokke c.s. jegens Cybex c.s. een grensoverschrijdend karakter heeft.
in het oproepingsincident
5.7.
Door het verminderen van de vorderingen tot nihil hoeft de rechtbank niet meer te oordelen over en te beslissen op het oproepingsincident. Columbus Trading hoeft immers niet meer te worden opgeroepen als partij in het geding.
proceskosten
5.8.
Stokke c.s. verzoekt de rechtbank primair te bepalen dat de proceskosten zullen worden gecompenseerd, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt. Volgens Stokke c.s. is dit redelijk en billijk omdat de eisvermindering van Stokke c.s. uitsluitend is ingegeven door proceseconomische overwegingen die alle partijen ten goede komen. Op het moment dat Stokke c.s. deze procedure bij de rechtbank Den Haag aanbracht, moest het HvJEU zich nog uitlaten over de vraag of artikel 8 Brussel I bis-Vo het relatief bevoegde gerecht rechtstreeks en onmiddellijk aanwijst, met terzijdestelling van het nationale recht. Dat heeft het HvJEU op 16 april 2026 gedaan. Het is daarom niet (langer) in het proceseconomisch belang van de bij deze procedure betrokken partijen om deze procedure in Den Haag uit te procederen naast de lopende zaak bij de rechtbank Gelderland.
5.9.
Stokke c.s. betoogt dat Cybex c.s. en Baby Jungle juist zijn bevoordeeld door intrekking van de vorderingen van Stokke c.s. met compensatie van de proceskosten, omdat, als deze procedure was uitgeprocedeerd, dit naar alle waarschijnlijkheid had geresulteerd in een gerechtelijk verbod en kostenveroordeling tegen Cybex c.s. en Baby Jungle.
5.10.
Subsidiair verzoekt Stokke c.s. begroting van de proceskosten overeenkomstig het indicatietarief voor een (zeer) eenvoudig incident. Deze procedure heeft zich immers tot nu toe (vrijwel) uitsluitend toegespitst op zuiver procesrechtelijke kwesties waarop artikel 1019h Rv niet van toepassing is en de inhoudelijke merites van de onderliggende IE-inbreuk (vrijwel) niet aan de orde zijn geweest.
Ten aanzien van Cybex c.s.
5.11.
Cybex c.s. vordert volledige vergoeding van de proceskosten in de incidenten, omdat Stokke c.s. bij de eiswijziging de vordering had kunnen laten vallen. Stokke c.s. weet, althans behoort te weten, dat haar bevoegdheidsgrond geen stand houdt. Stokke c.s. maakt misbruik van procesrecht door een bevoegdheidsincident aan te houden waarvan zij weet dat die onhoudbaar is. Stokke c.s. heeft in Nederland in korte tijd zes procedures aanhangig gemaakt tegen Cybex c.s. en verschillende medegedaagden over exact hetzelfde onderwerp en deze procedures ook deels weer ingetrokken. Dit is volgens Cybex c.s. een intimidatietechniek van Stokke c.s. die erop gericht is Cybex c.s. op dermate hoge kosten te jagen dat zij gedwongen zou worden toe te geven aan de sommaties van Stokke c.s. Ook dit wijst op misbruik van procesrecht.
5.12.
Stokke c.s. betwist dat sprake is van misbruik van recht. Er is volgens Stokke c.s. geen grond om Stokke c.s. te veroordelen in de volledige proceskosten van Cybex c.s.
5.13.
Subsidiair verzoekt Cybex c.s. om Stokke c.s. ex artikel 1019h Rv te veroordelen in de proceskosten van Cybex c.s. en vergoeding van haar verschotten. Gelet op het geschetste patroon en het feit dat er een mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden, acht Cybex c.s. het passend en redelijk dat Stokke c.s. wordt veroordeeld tot betaling van proceskosten in een normale zaak als ware de zaak uitgeprocedeerd. In het alternatief verzoekt Cybex c.s. begroting op basis van twee maal een complex incident, aangevuld met een vergoeding van € 3.000, hetgeen overeenkomt met de verhoging die bij een normale bodemzaak geldt voor een (aanvullende) mondelinge behandeling.
5.14.
De rechtbank zal Stokke c.s. als de in het ongelijk gestelde partij veroordelen tot betaling van de proceskosten van Cybex c.s. Krachtens vaste rechtspraak geldt een eisvermindering tot nihil als een intrekking van de vordering. Een eisende partij die zijn vordering aldus tot nihil vermindert moet de kosten van de gedaagde partij dragen.
5.15.
Blijkens de door Cybex c.s. overgelegde specificaties zijn de door haar gemaakte proceskosten:
- proceskosten in oproepingsincident € 3.674 (GP04);
- proceskosten in bevoegdheidsincident € 10.362,50 (GP08);
- aanvullende proceskosten € 34.807,50 (GP16);
- verschotten € 23.958 (GP17).
5.16.
Voor de door Cybex c.s. gevorderde veroordeling van Stokke c.s. in de werkelijke proceskosten van Cybex c.s. is slechts plaats in gevallen van misbruik van (proces)recht of onrechtmatig handelen door het instellen van de vordering.
5.17.
Volgens vaste rechtspraak is van misbruik van procesrecht of onrechtmatig procederen sprake als het instellen van een vordering, gelet op de evidente ongegrondheid ervan, in verband met de betrokken belangen van de wederpartij achterwege had behoren te blijven. Hiervan kan pas sprake zijn als de eiser zijn vordering baseert op feiten en omstandigheden waarvan hij de onjuistheid kende dan wel behoorde te kennen of op stellingen waarvan hij op voorhand moest begrijpen dat deze geen kans van slagen hadden. Bij het aannemen van misbruik van procesrecht of onrechtmatig handelen door het aanspannen van een procedure past terughoudendheid, gelet op het recht op toegang tot de rechter dat mede gewaarborgd wordt door artikel 6 EVRM.
5.18.
De rechtbank is van oordeel dat van een situatie als hiervoor omschreven geen sprake is. Mede gelet op de prejudiciële vragen die zijn gesteld aan het HvJEU over wat precies met het gerecht van de woonplaats van de ankergedaagde wordt bedoeld, is niet gebleken dat de vorderingen van Stokke c.s. op voorhand geheel kansloos waren. Rekening houdend met de hiervoor weergegeven terughoudendheid die moet worden betracht bij het aannemen van misbruik van procesrecht, komt de rechtbank tot het oordeel dat van een dergelijk misbruik of onrechtmatig procederen geen sprake is.
5.19.
Cybex c.s. maakt op de voet van artikel 1019h Rv aanspraak op vergoeding van de volledige proceskosten.
5.20.
De onderhavige zaak is een zaak ter handhaving van intellectuele eigendomsrechten in de zin van artikel 1019 Rv. Teneinde de redelijkheid en evenredigheid van de opgevoerde kosten te kunnen beoordelen, wordt dan ook volledig aansluiting gezocht bij de Indicatietarieven in IE-zaken (Versie 1 februari 2026). De daarin vermelde tarieven worden geacht redelijk en evenredig te zijn. Onderhavige zaak valt naar het oordeel van de rechtbank onder de categorie ‘complex incident’ met een maximumtarief van € 6.000. De rechtbank merkt de zaak aan als een complexe zaak, gelet op de inhoud van de zaak en het aantal processtukken dat partijen hebben gewisseld. Nu het gaat om twee incidenten en er een mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden ziet de rechtbank aanleiding het dubbele tarief toe te passen, zodat een bedrag van € 12.000,- voor vergoeding in aanmerking komt. Dit bedrag zal worden toegewezen; het meer gevorderde wordt afgewezen.
5.21.
Ook de als verschotten opgevoerde bedragen van in totaal € 23.958,- worden als niet bestreden toegewezen.
5.22.
Het bedrag voor salaris advocaat van € 12.000,- wordt verhoogd met € 23.958,- aan verschotten en € 714,- aan griffierecht, waarmee het totaalbedrag uitkomt op € 36.672,-. De gevorderde wettelijke rente daarover vanaf veertien dagen na de datum van dit vonnis zal als onbestreden worden toegewezen.
Ten aanzien van Baby Jungle
5.23.
Baby Jungle stelt zich op het standpunt dat het onredelijk is dat ieder de eigen kosten draagt, zoals Stokke c.s. verzoekt. Baby Jungle heeft geen ervaring met IE-geschillen en heeft aanzienlijke kosten moeten maken om verweer te voeren. Krachtens vaste rechtspraak geldt eisvermindering tot nihil als een intrekking van de vordering. Een eisende partij die zijn vordering aldus tot nihil vermindert moet de kosten van de gedaagde partij dragen.
5.24.
Baby Jungle betoogt dat zij als gedaagde bij de onderhavige procedure is betrokken met geen ander doel dan te pogen bevoegdheid jegens Cybex c.s. te creëren bij de rechtbank Den Haag. De beweerdelijke ‘inbreuk’ is door Stokke c.s. zelf kunstmatig gecreëerd. Baby Jungle heeft de betreffende bestelling nooit geleverd en het aankoopbedrag is gecrediteerd. Bovendien heeft Baby Jungle een onthoudingsverklaring getekend. Baby Jungle heeft nooit geadverteerd met de Iris stoel en heeft deze nooit op voorraad gehad. De materiële inzet van het hoofdgeding was feitelijk een schadevordering van nul euro. Jegens Baby Jungle is er niets doelmatigs aan de plotselinge beslissing het debat voort te zetten bij de rechtbank Gelderland. Baby Jungle is immers niet bij die procedure betrokken.
5.25.
Baby Jungle verzoekt Stokke c.s. te veroordelen in de kosten op de voet van artikel 1019h Rv, inclusief de nakosten en wettelijk rente. Blijkens de door Baby Jungle overgelegde specificaties worden de door haar gemaakte proceskosten becijferd op een bedrag van € 10.846 inclusief verschotten (€ 5.184,- en aanvullende kosten van € 2.376,- en € 2.412,- plus verschotten van € 874,- waaronder het griffierecht van € 714,-).
5.26.
De rechtbank ziet in deze gang van zaken aanleiding om Stokke c.s. in de proceskosten te veroordelen, nu zij door de intrekking van haar vorderingen als de in het ongelijk gestelde partij moet worden aangemerkt.
5.27.
De onderhavige zaak is een zaak ter handhaving van intellectuele eigendomsrechten in de zin van artikel 1019 Rv. Teneinde de redelijkheid en evenredigheid van de opgevoerde kosten te kunnen beoordelen, wordt dan ook volledig aansluiting gezocht bij de Indicatietarieven in IE-zaken (Versie 1 februari 2026). De daarin vermelde tarieven worden geacht redelijk en evenredig te zijn. Onderhavige zaak valt naar het oordeel van de rechtbank onder de categorie ‘complex incident’ met een maximumtarief van € 6.000. De rechtbank merkt de zaak aan als een complexe zaak, gelet op de inhoud van de zaak en het aantal processtukken dat partijen hebben gewisseld. Nu Baby Jungle geen partij is in het bevoegdheidsincident gaat het voor haar om één incident en een mondelinge behandeling waarbij zij aanwezig was. De rechtbank ziet aanleiding het enkele tarief toe te passen, zodat een bedrag van € 6.000 voor vergoeding in aanmerking komt. Dit bedrag zal worden toegewezen; het meer gevorderde wordt afgewezen.
5.28.
Ook de als verschotten opgevoerde bedragen van in totaal € 874,- worden als niet bestreden toegewezen.
5.29.
Het bedrag voor salaris advocaat van € 6.000,- wordt verhoogd met € 874,- aan verschotten (waarin begrepen € 714,- aan griffierecht), waarmee het totaalbedrag uitkomt op € 6.874. De gevorderde wettelijke rente daarover vanaf veertien dagen na de datum van dit vonnis zal als onbestreden worden toegewezen.
de beoordeling in de hoofdzaak
5.30.
Cybex c.s. heeft haar vorderingen tot nihil verminderd nadat de mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden en na aktewisselingen. De rechtbank verstaat dit aldus dat Cybex c.s. op de vorderingen in de hoofdzaak geen beslissing meer wenst en dat daarover dus geen geschil resteert.
6De beslissing
De rechtbank:
6.1.
verklaart zich onbevoegd van de grensoverschrijdende vorderingen tegen Cybex c.s. kennis te nemen;
6.2.
verstaat dat de vorderingen tot nihil zijn verminderd en dat daarop niet behoeft te worden beslist;
6.3.
veroordeelt Stokke c.s. in de proceskosten, tot op heden aan de zijde van Cybex c.s. begroot op € 36.672,-, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover zoals bedoeld in artikel 6:119 BW vanaf veertien dagen na de vonnisdatum tot aan de dag van algehele voldoening;
6.4.
veroordeelt Stokke c.s. in de proceskosten, tot op heden aan de zijde van Baby Jungle begroot op € 6.874, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover zoals bedoeld in artikel 6:119 BW vanaf veertien dagen na de vonnisdatum tot aan de dag van algehele voldoening;
6.5.
verklaart dit vonnis voor wat betreft de proceskostenveroordelingen uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. J. Th. van Walderveen en in het openbaar uitgesproken op 19 augustus 2026.
Rb. Den Haag 10 juni 2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:10217
Rb. Den Haag 12 mei 2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:8216
Rechtbank Gelderland 30 juni 2025, ECLI:NL:RBGEL:2025:5090
Hof Arnhem-Leeuwarden 14 april 2026, ECLI:NL:GHARL:2026:2224
Burgerlijk Wetboek
Verordening (EU) nr. 1215/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2012 betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken (herschikking).
HvJEU 16 april 2026, ECLI:EU:C:2026:293, gevoegde zaken Electricity & Water Authority (C-672/23) en Smurfit Kappa c.s. (C-673/23)
Hoge Raad 29 juni 2007, ECLI:NL:HR:2007:BA3516
Zie Hoge Raad 6 april 2012, ECLI:NL:HR:2012:BV7828