Procesrecht. Vordering met betrekking tot processueel ondeelbare rechtsverhouding (boedelbeschrijving en verdeling nalatenschap). Te dagvaarden partijen; HR 8 november 1991, ECLI:NL:HR:1991:ZC0405, NJ 1992/34. Gelegenheid tot herstel op de voet van art. 118 Rv; HR 15 maart 2013,
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
Art. 118 Rv
Genoemd in 737 uitspraken · Officiële wettekst
737 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · live
Overschrijding redelijke termijn (ORT). Art. 6 EVRM. Art. 13 EVRM. Stelplicht ter zake van immateriële schade bij schadevordering wegens ORT. HR 11 januari 2013, ECLI:NL:HR:2013:BX8360. Dient vordering wegens ORT in civiele procedure te worden ingesteld in een afzonderlijke proce
Opdracht aan advocatenmaatschap. Persoonlijke aansprakelijkheid maten voor gelijke delen (art. 7A:1679-1681 BW) dan wel hoofdelijk (art. 7:407 lid 2 BW). Instellen vordering tegen gezamenlijke maten (HR 5 november 1976, LJN AB7103, NJ 1977/586) of tegen individuele (rechts)person
Erfrecht. Procesrecht. Vordering tot verdeling van beneficiair aanvaarde nalatenschap waarvan de vereffening niet is voltooid. Art. 4:202 lid 1, onder a, BW. Stelplicht. Regie van de rechter. Art. 22 Rv.
Procesrecht. Verbintenissenrecht. Art. 3:51 lid 2 BW. Rechtsvordering tot vernietiging van koopovereenkomst; had het hof de rechtsvordering mogen behandelen en daarover mogen oordelen zonder dat alle partijen bij de koopovereenkomst in het geding waren betrokken? Vgl. HR 10 maart
Effectenlease. Vervolg van ECLI:NL:GHAMS:2019:3735 en ECLI:NL:HR:2020:810 (prejudiciële vragen). Vernietiging van de leaseovereenkomst op grond van artikel 1:88 in verbinding met 1:89 BW. Bindt de beslissing over de rechtsgeldigheid van de vernietiging in een procedure, waarin sl
Prejudiciële vragen (art. 392 Rv). Effectenleaseovereenkomst. Buitengerechtelijke vernietiging o.g.v. art. 1:89 lid 1 BW in verbinding met art. 1:88 lid 1, onder d, BW. Bindt een beslissing over de rechtsgeldigheid van de vernietiging in een procedure waarin slechts een van beide
Procesrecht. Door vof op eigen naam ingestelde vordering; vordering in reconventie tegen afzonderlijke vennoten mogelijk? Ambtshalve of op verzoek in het geding roepen afzonderlijke vennoten (art. 118 Rv). Nieuw verweer in hoger beroep; rechtsverwerking c.q. beperkende werking re
Procesrecht. Art. 129 en 130 Rv. Wijziging van eis bij pleidooi in hoger beroep. Verzet daartegen. Ligt vermindering van eis besloten in eiswijziging? Uitleg verklaring ter terechtzitting. Processueel ondeelbare rechtsverhouding. Ambtshalve oproeping mede-erfgenamen op de voet va
Internationaal privaatrecht, rechtspersonenrecht. Procesrecht, executie- en beslagrecht. Overdracht van goederen in weerwil van beslag, gevolgd door einde bestaan van beslagen rechtspersoon. Gevolgen overdracht. Tegen wie moet eis in hoofdzaak worden ingesteld c.q. vervolgd? Rec
13/05265 Onteigening. Incident tot tussenkomst; art. 3 Ow. Cassatieberoep tegen vonnis in incident waarin tussenkomst is afgewezen. Beoordeling ontvankelijkheid; HR 24 juni 1992, ECLI:NL:HR:1992:AD1703, NJ 1993/548 (Ogenia). Beroep op exceptio plurium litis consortium. Hoge Raad
Procesrecht. Vernietiging meerpartijenovereenkomst. Verjaring. Is verjaring gestuit door mediation? Wet implementatie richtlijn nr. 2008/52/EG betreffende bepaalde aspecten van bemiddeling/mediation in burgerlijke en handelszaken; ambtshalve toepassing (art. 25 Rv). Niet-ontvanke
Procesrecht. Verstekprocedure waarin een derde tussenkomt of zich aan de zijde van gedaagde voegt. Toepasselijkheid art. 140 lid 3 Rv. Verplichting derde de niet verschenen gedaagde van de voeging/tussenkomst op de hoogte te stellen. Omstandigheden waaronder niet-ontvankelijkverk
Procesrecht. Art. 118 Rv. Cassatiedagvaarding uitgebracht tegen partij op wie hangende het hoger beroep de schuldsaneringsregeling van toepassing is verklaard. Mogelijkheid om alsnog de bewindvoerder in het geding op te roepen? Geen schorsing. Betekening op de voet van art. 63 Rv
Bijzonder bestuursrecht. Unierecht. Wet luchtvaart (Wlv). Toepassingsgebied Geluidsverordening (EU) Nr. 598/2014 in verband met procedure van evenwichtige aanpak (balanced approach). Zijn door de Staat voorgenomen (tijdelijke) maatregelen tot vermindering van geluidshinder bij Sc
Kartelschadeverhaal; bevoegdheid; toepasselijk recht; klachtplicht; Verhouding onherroepelijke beschikking Europese Commissie/ beoordelingsruimte civiele rechter; aansprakelijke vennootschappen
Procesrecht. Executeur roept erfgenamen als partij in het geding op grond van art. 118 Rv. Art. 4:145 BW. Ontvankelijkheid.
Beslagrecht. Conservatoir beslag tot levering merkrechten. Vervreemding merkrechten in weerwil van beslag. Art. 453a Rv. Tegen welke partij (vervreemder-beslagdebiteur of verkrijger) moet hoofdzaak worden gevoerd? Invloed faillissement en ophouden te bestaan beslagdebiteur. Proce
Erfrecht. Schenking voor overlijden door gevolmachtigde, tevens erfgenaam, aan zichzelf. Bewijslast (oogmerk van) schenking. Bewijs niet geleverd. Gevolgen daarvan in relatie tot artikel 3:194 lid 2 BW; nu (ook)sprake is van opzet is het aandeel verbeurd aan de andere erfgenaam.
Erflater heeft in zijn testament zijn broer tot enig erfgenaam benoemd. Daarna hertrouwt erflater en krijgt kinderen. Uitleg van het testament: wie erft zijn broer of toch zijn echtgenote en kinderen?
Beslagrecht. Merkenrecht. Vordering tot opheffing conservatoir beslag. Schending van art. 438 lid 5 (oud) Rv door het niet dagvaarden van geëxecuteerde? Oproeping op de voet van art. 118 Rv.
Caribische zaak (Sint Maarten). Verzuim te beslissen over verklaring voor recht dat sprake is van onrechtmatig handelen en schadeplichtigheid? Goederenrecht, onrechtmatige daad.
Erflater wilsonbekwaam? Is de erfgenaam een tussenbeidekomende persoon?
Curaçaose zaak. Prejudiciële vragen. Overheidsprivaatrecht. Procesrecht. Invordering belastingen en premies. Concordantiebeginsel. Hoofdelijke aansprakelijkheid van bestuurder voor belasting- en premieschulden vennootschap. Eisen art. 1 EP EVRM. Staat verzet voor aansprakelijkges
Spoed kort geding over de vraag of het de Staat en Schiphol moet worden verboden om maatregelen vast te stellen c.q. uit te voeren die de Staat onlangs heeft aangekondigd inzake geluidbelasting van Schiphol voor het gebruiksjaar dat loopt van 1 november 2023 tot en met oktober 20