Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Parket bij de Hoge Raad

ECLI:NL:PHR:2022:1254

2022-11-29 Strafrecht 21/02452
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Uitspraakdatum
2022-11-29
Publicatiedatum
2023-01-23
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedure
—
Zaaknummer
21/02452
Type
Conclusie
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

Conclusie AG. Samenhang met 22/2249 en 21/02250. Cassatieberoep is te laat ingesteld. Conclusie strekt tot niet-ontvankelijkheid van de verdachte in het cassatieberoep.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (2.467 tekens)
PROCUREUR-GENERAAL



BIJ DE



HOGE RAAD DER NEDERLANDEN





Nummer 21/02452

Zitting 29 november 2022





CONCLUSIE


D.J.C. Aben




In de zaak




[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1995,
hierna: de verdachte



1. Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Zwolle, heeft de verdachte bij arrest van 26 mei 2021 wegens 1. “mishandeling, terwijl het misdrijf wordt gepleegd tegen een ambtenaar gedurende en ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening, meermalen gepleegd”, 2. “eenvoudige belediging, terwijl de belediging wordt aangedaan aan een ambtenaar gedurende en ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening”, 3. “bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht, meermalen gepleegd” en 4. “eenvoudige belediging, terwijl de belediging wordt aangedaan aan een ambtenaar gedurende en ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening, meermalen gepleegd” veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van twee maanden onder aftrek als bedoeld in artikel 27 Sr. Daarnaast heeft het hof de vorderingen van benadeelde partijen toegewezen en aan de verdachte een schadevergoedingsmaatregel opgelegd, een en ander zoals nader in het arrest bepaald.

2. Er bestaat samenhang met de zaken 21/02250 en 21/02249. In deze zaken zal ik vandaag ook concluderen.

3. Met betrekking tot de ontvankelijkheid van het cassatieberoep merk ik het volgende op. De verdachte heeft zich ter terechtzitting van het hof van 12 mei 2021 op de voet van artikel 279 lid 1 Sv laten vertegenwoordigen door een daartoe uitdrukkelijk gemachtigde raadsman. Het arrest van 26 mei 2021 is om die reden op tegenspraak gewezen. Het cassatieberoep diende binnen veertien dagen nadien te worden ingesteld. Blijkens de stukken van het geding is de brief d.d. 9 juni 2021 waarbij aan de griffier is verzocht cassatieberoep in te stellen (en waarbij de griffier tevens daartoe volmacht is verleend) op 10 juni 2021 ter griffie van het hof ontvangen. Als gevolg daarvan kan de verdachte niet in het beroep worden ontvangen.

4. Deze conclusie strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van de verdachte in het beroep.



De procureur-generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden




AG