Belediging ambtenaar in functie, meermalen gepleegd (art. 267.2 jo. 266.1 Sr) en wederspannigheid (art. 180 Sr). Niet beslist op voorafgaand aan tz. per e-mail gedaan en ttz. herhaald aanhoudingsverzoek van gemachtigde raadsvrouwe op de grond dat verdachte is verhinderd omdat hij net kindje heeft ge
Wetboek van Strafvordering
Art. 279 Sv
Genoemd in 2.033 uitspraken · Officiële wettekst
2.033 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · cache
Profijtontneming t.z.v. aan de dief ontstolen buit. De wetgever heeft de rechter een grote vrijheid willen laten bij het bepalen van de omvang van het wederrechtelijk verkregen voordeel. Ook gelet op het reparatoire karakter van de maatregel moet worden uitgegaan van het voordeel dat de veroordeelde
Diefstal, art. 310 Sr. Aanhoudingsverzoek gemachtigde raadsman ttz. op de grond dat verdachte vermoedelijk (als ongewenste vreemdeling) is uitgezet, door Hof afgewezen omdat verdachte contact had kunnen opnemen met zijn raadsman en onvoldoende aanknopingspunten bestaan dat verdachte van zijn aanwezi
1. Schriftelijke volmacht van een advocaat aan een griffiemedewerker om cassatie in te stellen. 2. Art. 51 Sv. Ad 1. HR herhaalt HR LJN BJ7810. Voorts herhaalt de HR de mogelijkheid om het verzuim te dekken in het geval het gaat om het instellen van hoger beroep uit HR LJN BV6999. Deze reparatiemoge
Voorhanden hebben vuurwapen en munitie (art. 26.1 WWM) en aanwezig hebben hasj (art. 3.C Opiumwet). Aanhoudingsverzoek gemachtigde raadsman, die niet weet waarom verdachte niet is verschenen, ttz. op de grond dat verdachte (mogelijk) geen weet heeft van tz. HR herhaalt relevante overwegingen uit ECL
Valsheid in geschrift, meermalen gepleegd (art. 225.2 Sr) en oplichting (art. 326.1 Sr). Aanhoudingsverzoek verdachte en gemachtigde raadsvrouw voorafgaand aan tz. (door raadsvrouw ttz. herhaald) op grond van medische situatie verdachte t.g.v. mishandeling, door hof afgewezen met overweging dat medi
Niet-ontvankelijkverklaring van verdachte in zijn hoger beroep. De Hoge Raad herhaalt relevante overwegingen uit HR LJN BJ7810. Zoals in voormeld arrest is geoordeeld, moeten de eisen waaraan de schriftelijke volmacht waarmee een advocaat een griffiemedewerker machtigt om namens verdachte hoger bero
Diefstal auto, art. 310 Sr. Aanhoudingsverzoek gemachtigde raadsman ttz. op de grond dat hij niet weet waarom verdachte niet ttz. is verschenen maar dat verdachte heeft aangegeven graag aanwezig te willen zijn op tz., door hof afgewezen met overweging dat er geen gronden zijn aangegeven door raadsma
Diefstal van schoenen uit winkel, art. 310 Sr. Aanhoudingsverzoek niet gemachtigde raadsman ttz. i.v.m. aanwezigheidsrecht verdachte (zonder enige onderbouwing), door hof afgewezen omdat verzoek niet is onderbouwd. HR herhaalt relevante overwegingen uit ECLI:NL:HR:2019:1737, inhoudende dat aanhoudin
Niet-gemachtigde raadsman, art. 279 Sv. HR herhaalt in voorafgaande beschouwingen relevante overwegingen uit HR LJN AD4727, HR LJN AD8860 en HR LJN AD5163. Mede in het licht daarvan bestaat er onvoldoende grond een cassatieklacht over een betekeningsverzuim van een niet-gemachtigde raadsman die – ho
Diefstal uit auto d.m.v. braak, art. 311.1.5 Sr. Aanhoudingsverzoek niet gemachtigde raadsman ttz. op de grond dat verdachte heeft aangegeven zijn h.b. te willen doorzetten en hij mogelijk geen weet heeft van zitting, door hof afgewezen met overweging dat niet is gebleken van enige aanwijzing dat ve
Opzettelijk niet voldoen aan ambtelijk bevel door gebiedsverbod te overtreden, art. 184.1 Sr. Dubbel verstek. Aanhoudingsverzoek niet gemachtigde raadsvrouwe, die niet weet waarom verdachte niet is verschenen, ttz. op de grond dat verdachte (mogelijk) geen weet heeft van tz. HR herhaalt relevante ov
Verstek. Aanwezigheidsrecht. Het kantooradres van een advocaat dat is vermeld in de akte rechtsmiddel of de door hem verstrekte schriftelijke bijz. volmacht tot het instellen van een rechtsmiddel is niet een opgave van een adres a.b.i. art. 588a.1 onder c Sv, behoudens in een verstekzaak waarin de d
Beslissing op (voor de terechtzitting ontvangen) aanhoudingsverzoek ex art. 278.3 Sv van verdachte of gemachtigde raadsman. Uit de art. 278.3 en 4, 329, 330 en 331.1 Sv volgt dat op een verzoek van verdachte ex art. 278.3 Sv ter terechtzitting moet worden beslist, nadat het OM omtrent dat verzoek is
-
Art. 416.2 Sv bij verstek na veroordeling t.z.v. medeplegen diefstal (d.m.v. inklimming), art. 311.1.4 en 311.5 Sr. Niet beslist op voorafgaand aan tz. per e-mail gedaan aanhoudingsverzoek van verdachte op de grond dat hij wegens ziekte (voedselvergiftiging) niet in staat is om ttz. te verschijnen.
Art. 416.2 Sv na veroordeling t.z.v. openlijke geweldpleging, art. 141.1 Sr. Aanwezigheidsrecht, art. 36g.1.c Sv. Onderscheid tussen adresopgave a.b.i. art. 36g.1.c Sv en adresopgave a.b.i. art. 450.3 Sv. Had afschrift van dagvaarding in hoger beroep moeten worden verzonden naar het in volmacht tot
Aanwezigheidsrecht. Art. 588a Sv. De HR herhaalt relevante overwegingen uit HR LJN AD4727. Gelet daarop en in aanmerking genomen dat de raadsman blijkens het p-v van de tz. in h.b. in de gelegenheid is gesteld de afwezigheid van verdachte toe te lichten doch daartoe niet heeft aangevoerd dat geen af
Verdachte n-o in h.b. op de grond dat bijzondere volmacht tot instellen h.b. niet voldoet aan adresvereiste. Kantooradres advocaat aan te merken als adresopgave a.b.i. art. 450.3 Sv? In aanmerking genomen dat het als schriftelijke bijzondere volmacht aangemerkte faxbericht een adres voor de toezendi
Fiscale fraudezaak. Accijnsfraude. De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het meermalen opzettelijk voorhanden hebben van een grote hoeveelheid onveraccijnsde tabaksproducten (sigaretten en rooktabak) en als medeplichtige aan het vervaardigen daarvan buiten een accijnsgoederenplaats. In de loo
Verstekverlening in hoger beroep na betekening van dagvaarding of oproeping door toezending per gewone post naar adres van verdachte in buitenland (Polen) op de voet van art. 36e.3 Sv. 1. Stelt het Unierecht, i.h.b. (a) Richtlijn 2012/13/EU (recht op informatie in strafprocedures) en (b) Richtlijn (
Verduistering van als voorschot toegekende subsidiebedragen bestemd voor inhuren van fractiemedewerkers door (oud-)lid van Provinciale Staten in Friesland (meermalen gepleegd), art. 321 Sr. Aanhoudingsverzoek gemachtigde raadsman ttz. in h.b. op de grond dat verdachte ernstig ziek is, door hof afgew
N-o verklaring verdachte in zijn h.b. HR herhaalt ECLI:NL:HR:2009:BJ7810 m.b.t. de eisen waaraan een schriftelijke volmacht van een advocaat aan een griffiemedewerker om h.b. in te stellen dient te voldoen, alsmede ECLI:NL:HR:2012:BV6999 en ECLI:NL:HR:2013:BY8357 m.b.t. de gevallen waarin een verzui
Conclusie AG. Ambtshalve opmerkingen ivm ontbreken handtekening raadsvrouw in volmacht aan griffie tot instellen cassatie. AG is van mening dat de verdachte niettemin in cassatie kan worden ontvangen. Middel over bewijsvoering tzv art. 9.2 WVW. AG meent dat het middel slaagt. Conclusie strekt tot ve
Mishandeling (art. 300 Sr). Aanhoudingsverzoek niet gemachtigd raadsman op de grond dat verdachte mogelijk geen weet heeft van zitting. HR herhaalt relevante overwegingen uit ECLI:NL:HR:2018:1934 m.b.t. aanhoudingsverzoeken wegens verhindering van verdachte of zijn raadsman bij de behandeling van de
Opzettelijk verkopen, afleveren en vervoeren van cocaïne, art. 2.B Opiumwet. Aanhoudingsverzoek gemachtigde raadsman, op de grond dat hij niet weet waar verdachte is. HR herhaalt relevante overwegingen uit ECLI:NL:HR:2018:1934 m.b.t. aanhoudingsverzoeken wegens verhindering van verdachte of zijn raa
Opzettelijk vervoeren harddrugs (art. 2.B Opiumwet). Aanhoudingsverzoek gemachtigde raadsvrouw voorafgaand aan tz. en ttz. herhaald op grond dat verdachte wegens persoonlijke omstandigheden (langer) in buitenland verblijft, door hof afgewezen met overweging dat verzoek onvoldoende is onderbouwd. HR
Profijtontneming, w.v.v. uit mensenhandel. Aanhoudingsverzoek niet gemachtigde raadsman ttz. op de grond dat betrokkene mogelijk geen weet heeft van tz., door hof afgewezen o.g.v. overweging dat er vanuit kan worden gegaan dat oproeping betrokkene niet heeft bereikt maar dat hof in hetgeen door raad
Ontvankelijkheid in h.b. i.v.m. onvolkomenheid in de schriftelijke volmacht bij het instellen van h.b., art. 451.3 Sv. HR herhaalt relevante overwegingen uit ECLI:NL:HR:2009:BJ7810, ECLI:NL:HR:2012:BV6999 en ECLI:NL:HR:2013:BY8357 m.b.t. de eisen waaraan een schriftelijke volmacht van een advocaat a
Het Hof heeft geoordeeld dat nu twijfel bestaat over de identiteit van de ter terechtzitting in hoger beroep verschenen verdachte, deze situatie moet worden gelijkgesteld met het aanwenden van een rechtsmiddel door of namens een NN-verdachte, en heeft verdachte cfm HR LJN AB0259 niet-ontvankelijk ve
Belaging (art. 285b.1 Sr) en bedreiging (art. 285.1 Sr) ex-vriendin (moeder van kind van verdachte) en handelen i.s.m. gedragsaanwijzing OvJ (art. 184a Sr). Aanhoudingsverzoek niet gemachtigde raadsvrouwe ttz. op de grond dat verdachte verkeert in moeilijke persoonlijke omstandigheden en het van bel
Instellen h.b. door een bijzondere gemachtigde van verdachte d.m.v. een daartoe strekkend faxbericht aan de griffie en een (niet ondertekende) machtiging van verdachte. Art. 450.1.b Sv. HR herhaalt ECLI:NL:HR:2010:BM2496 m.b.t. de wijze waarop het aanwenden van een rechtsmiddel door een vertegenwoor
Verklaringen en mededelingen van de raadsman die ttz. al dan niet op de voet van art. 279.1 Sr, als zodanig optreedt, kunnen niet als wettige bewijsmiddelen gelden (vgl. HR LJN AX9179).
-
Diefstal (art. 310 Sr) en verduistering, meermalen gepleegd (art. 321 Sr). Aanhoudingsverzoek gemachtigde raadsman ttz. op de grond dat verdachte is geopereerd en aan het revalideren is in Berlijn, door hof afgewezen omdat verzoek onvoldoende is onderbouwd. HR herhaalt relevante overwegingen uit ECL
Medeplegen diefstal d.m.v. braak (art. 311.1 Sr). Dubbel verstek. Aanhoudingsverzoek niet gemachtigde raadsman, die geen contact meer heeft met verdachte, ttz. op de grond dat hij alsnog machtiging verkrijgt, door Hof afgewezen o.g.v. overweging dat belang voortvarende rechtspleging prevaleert boven
In de afwijzing door het hof van het aanhoudingsverzoek ligt als zijn oordeel besloten dat het belang van berechting binnen redelijke termijn i.c. diende te prevaleren boven verdachtes belang bij bijstand van een raadsman tijdens de verdere behandeling ter terechtzitting in appèl. Dat oordeel is onj
-
-
Conclusie AG. Mensenhandel (art. 273f Sr) en witwassen (art. 420bis Sr). Ambtshalve opmerkingen i.v.m. ontbreken verklaring en handtekening raadsman in volmacht aan griffie. AG meent dat verzuimen voor gedekt kunnen worden gehouden. Eerste middel klaagt over bestanddelen “misbruik van uit feitelijke
Mishandeling (art. 300.1 Sr). Ontvankelijkheid hoger beroep, bijzondere schriftelijke volmacht tot instellen h.b. per niet ondertekende e-mail van advocaat. Hof heeft verdachte n-o verklaard in zijn h.b. op de grond dat advocaat niet op rechtsgeldige wijze h.b. heeft ingesteld, nu de bij e-mailberic
Brandstichting, art. 157.2 Sr. Aanhoudingsverzoek voorafgaand aan tz. in hoger beroep gedaan door verdachte en raadsman en ttz. in h.b. door niet gemachtigde raadsman gehandhaafd op de grond dat verdachte niet aanwezig kan zijn a.g.v. diverse medische klachten en daarmee verband houdende medische be
Niet beslist op het voorafgaand aan de ttz. door raadsman gedane aanhoudingsverzoek. De HR herhaalt relevante overwegingen uit ECLI:NL:HR:2005:AT5663. Het p-v ttz. houdt geen uitdrukkelijke en gemotiveerde beslissing in omtrent het verzoek van de raadsman tot uitstel van de behandeling van de zaak.
Aanwezigheidsrecht. Afwijzing van door een gemachtigde raadsman gedaan verzoek tot aanhouding van de behandeling van de zaak, inhoudende dat verdachte geen dagvaarding heeft ontvangen en de raadsman heeft gemachtigd een aanhoudingsverzoek te doen. De Hoge Raad herhaalt toepasselijke overwegingen uit
-
Poging tot diefstal d.m.v. braak, art. 311.1.5 Sr. Aanhoudingsverzoek gemachtigde raadsvrouw ttz. op de grond dat er sprake kan zijn van miscommunicatie en dat verdachte zijn aanwezigheidsrecht wil uitoefenen, door hof ongemotiveerd afgewezen waarbij raadsvrouw gelegenheid heeft gekregen verdachte t
Aanhoudingsverzoek raadsvrouwe op de grond dat zij verhinderd is wegens andere zaak voorafgaand aan tz. per e-mail gedaan en afgewezen. HR herhaalt relevante overwegingen uit ECLI:NL:HR:2005:AT5663 inhoudende dat de uiteindelijke beslissing op een aanhoudingsverzoek ttz. dient te worden genomen en i
Laatste woord, art. 311.4 Sv. De Hoge Raad herhaalt toepasselijke overwegingen uit ECLI:NL:HR: 2015:1239 m.b.t. het recht op het laatste woord. Het Hof is bij zijn beslissing om verdachte tijdens het voeren van het laatste woord het woord te ontnemen kennelijk uitgegaan van de vooronderstelling dat
Niet-ontvankelijkverklaring in hoger beroep. Omvang hoger beroep. Consequenties niet-naleving van art. 407 Sv. Ontoelaatbare beperking instellen hoger beroep. Het Hof heeft vastgesteld dat blijkens de akte instellen rechtsmiddel het hoger beroep van verdachte niet was gericht tegen de beslissing van
Toepassing art. 279 Sv. Verdediging door (gemachtigde) raadsman in geval van door schorsing onderbroken onderzoek ter terechtzitting. Procedure op tegenspraak of bij verstek. Rechtsmiddelentermijn bij toepassing van art. 279 Sv.
Wederspannigheid (art. 180 Sr), belediging van politieagenten (art. 2667.1 jo. 267.1.2 Sr) en vernieling (art. 350.1 Sr). Aanhoudingsverzoek ttz. in hoger beroep door niet gemachtigde raadsman gedaan op de grond dat verdachte op vakantie is maar wel gebruik wil maken van zijn aanwezigheidsrecht, doo
Voorhanden hebben vuurwapen en munitie (art. 26.1 WWM), weigering bloedonderzoek (art. 163.6 WVW 1994) en rijden tijdens ontzegging rijbevoegdheid (art. 9.1 WVW 1994). Aanhoudingsverzoek door gemachtigde raadsvrouw ttz. in hoger beroep gedaan i.v.m. onverwacht afwezige verdachte, door hof afgewezen
Schuldwitwassen (meermalen gepleegd), art. 420quater.1.b Sr. Ontvankelijkheid cassatieberoep, art. 432.1.b en 432.3 Sv. Brengt aanwezigheid van gemachtigde raadsman op eerdere tz. in hoger beroep, die voor bepaalde tijd is geschorst, mee dat voor instellen van cassatieberoep een termijn van 14 dagen
Art. 416.2 Sv na veroordeling t.z.v. medeplegen diefstal met braak, art. 311.1 Sr. Aanhoudingsverzoek niet gemachtigde raadsman voorafgaand aan tz. per e-mail gedaan op de grond dat hij verdachte niet kan bereiken door Hof afgewezen o.g.v. overweging dat formeel gezien geen sprake is van aanhoudings
Art. 416.2 Sv bij verstek na veroordeling t.z.v. bedreiging, art. 285.1 Sr. Aanhoudingsverzoek niet gemachtigde raadsvrouwe ttz. op de grond dat verdachte zich heeft vergist in zittingsdatum door Hof afgewezen o.g.v. overweging dat datum verdachte bekend was en vergissing voor zijn eigen rekening ko
Afwijzing aanhoudingsverzoek. Gemachtigde raadsvrouw verzoekt aanhouding omdat verdachte zich heeft verslapen. HR herhaalt ECLI:NL:HR:1999:ZD1314 m.b.t. vereiste belangenafweging bij beslissing op aanhoudingsverzoek. Uit 's Hofs motivering van de afwijzing van het verzoek blijkt niet dat het Hof de
Niet-ontvankelijkverklaring in hoger beroep. Omvang hoger beroep. Consequenties niet-naleving van art. 407 Sv. Ontoelaatbare beperking instellen hoger beroep. Het Hof heeft vastgesteld dat blijkens de akte instellen rechtsmiddel het hoger beroep van verdachte niet was gericht tegen de beslissing van
Betekeningsperikelen. HR herhaalt relevante overwegingen uit HR LJN AE9649 en uit HR LJN AD5163. ’s Hofs opvatting dat de nietigheid van de dagvaarding wordt gedekt ingeval verdachte via zijn rm op de hoogte is gesteld van de tz is onjuist. HR verklaart de inleidende dagvaarding om doelmatigheidsred
Art. 416.2 Sv na veroordeling t.z.v. (poging tot) zware mishandeling (art. 302.1 Sr) en opzettelijk aanwezig hebben van heroïne en cocaïne (art. 2.C Opiumwet). Aanhoudingsverzoek voorafgaand aan tz. in hoger beroep door niet-gemachtigde raadsvrouw per e-mail gedaan en ttz. herhaald op de grond dat v
Afleveren van hennep (art. 3.B Opiumwet). Aanhoudingsverzoek door gemachtigde raadsvrouw ttz. in hoger beroep gedaan i.v.m. zakelijke afspraak van verdachte in buitenland, door hof afgewezen op grond dat hof geen noodzaak ziet aanwezigheidsrecht voorrang te geven t.o.v. andere belangen. Afwijzing to
Vrijspraak 140 lid 2 Sr. Dragen van een hesje van motorclub Singa 19 geen voortzetting van de werkzaamheid van verboden organisatie Satudarah. Evenmin sprake van overtreding APV
N-o verklaring verdachte in h.b. Schriftelijke volmacht van advocaat aan griffiemedewerker. De HR herhaalt toepasselijke overwegingen uit ECLI:NL:HR:2009:BJ7810, ECLI:NL:HR:2012:BV6999 en ECLI:NL:HR:2013:BY8357. Het middel klaagt terecht dat het Hof het voorgaande heeft miskend, nu uit het p.v. van
Geen verwijzing naar rb door hof indien de raadsman door rb ten onrechte niet als gemachtigde raadsman is erkend. Zelfs niet indien hem niet zou zijn toegestaan de afwezigheid van verdachte toe te lichten of een aanhoudingsverzoek te doen ter effectuering van het aanwezigheidsrecht. Als de hoofdzaak
Conclusie AG. Klachten over (i) de afwijzing van het verzoek tot aanhouding van de behandeling van de zaak, (ii) de bewezenverklaringen van hennepteelt en het wegnemen van elektriciteit en (iii) het oordeel over de overschrijding van de redelijke termijn in hoger beroep. De AG acht alleen de klacht
Art. 416.2 Sv na veroordeling t.z.v. poging tot diefstal (art. 310 Sr) en diefstal met braak (art. 311.1.5 Sr). Dubbel verstek. Aanhoudingsverzoek niet gemachtigde raadsman, die geen contact meer heeft met verdachte, ttz. op de grond dat hij alsnog machtiging verkrijgt en verdachte zijn aanwezigheid
Ontoelaatbare beperking h.b. en ontvankelijkheid in h.b. HR herhaalt ECLI:NL:HR:2011:BO4030 m.b.t de consequenties die moeten worden verbonden aan de niet-naleving van art. 407 Sv doordat bij het instellen van het h.b. een ontoelaatbare beperking is aangebracht in de omvang van het beroep. Het Hof h
Afwijzing aanhoudingsverzoek. Niet gemachtigde raadsman heeft ter onderbouwing van aanhoudingsverzoek een dag voor de tz. in h.b. per e-mail aan Hof laten weten dat verdachte in Somalië verblijft en heeft ttz. in h.b. voorts aangevoerd dat verdachte al naar Somalië was vertrokken toen de dagvaarding
Aanwezigheidsrecht, art. 279 Sv. Hetgeen de niet op de voet van art. 279 Sv gemachtigde raadsman van de verdachte blijkens het proces-verbaal van de tz. in h.b. heeft aangevoerd, kan bezwaarlijk anders worden begrepen dan als een verzoek tot aanhouding van de behandeling van de zaak ten behoeve van
NN-verdachte? HR herhaalt ECLI:NL:HR:2007:AZ6694. In casu is het vonnis op naam gesteld van X, is het h.h. ingesteld namens X en heeft de gemachtigde rv ttz in h.b. verklaard dat haar cliënt de persoon is ten wiens laste het vonnis is gewezen Anders dan het Hof heeft geoordeeld doet zich hier niet h
Art. 265.2 Sv. Dagvaardingstermijn. Kan een gemachtigd raadsman afstand doen van de dagvaardingstermijn? HR: uitgangspunt is dat ovk. art. 265.3 Sv het onderzoek wordt geschorst indien verdachte geen toestemming tot verkorting van de termijn voor dagvaarden geeft. Als verdachte is verschenen bestaat
Art. 416.2 Sv na veroordeling t.z.v. diefstal, art. 310 Sr. Betekening oproeping verdachte in hoger beroep aan adres in Polen en verstekverlening, art. 36e.3, 265.1 en 413.1 Sv, art. 7.3 EVR en art. 5 EU-rechtshulpovereenkomst. 1. Betekening oproeping nadere tz. in h.b. Moet bij betekening van oproe
Art. 416.2 Sv na veroordeling t.z.v. oplichting (meermalen gepleegd), art. 326.1 Sr. Aanhoudingsverzoek niet gemachtigde raadsvrouw ttz. op de grond dat zij geen contact heeft kunnen krijgen met verdachte en hij mogelijk geen weet heeft van zitting, door hof afgewezen met overweging dat is getracht
Mishandeling (meermalen gepleegd) van 2 voormalige buurvrouwen, art. 300.1 Sr. Hof heeft verdachte n-o verklaard in zijn h.b., omdat het te laat is ingesteld. Kan binnen appeltermijn per fax verzonden brief van raadsvrouwe, inhoudende machtiging aan griffiemedewerker om appelschriftuur in te dienen,
Opzettelijk onttrekken minderjarige aan wettig gezag (meermalen gepleegd) door zijn twee dochters in Libië achter te laten, art. 279.1 Sr. Aanhoudingsverzoek gemachtigde raadsvrouwe ttz. op de grond dat verdachte zonder geldig paspoort in Libië verblijft, door Hof afgewezen o.g.v. overweging dat ver
N-o in h.b. ex art. 416.2 Sv. Dubbel verstek. Geen afschrift appeldagvaarding verzonden naar kantooradres raadsman genoemd in bij akte instellen rechtsmiddel gevoegd faxbericht, inhoudende aan griffiemedewerker Rb gerichte schriftelijke bijzondere volmacht tot instellen van h.b. Poging gekwalificeer
Aanhoudingsverzoek door een niet o.g.v. art. 279 Sv gemachtigde raadsman met het oog op het alsnog verkrijgen van een machtiging a.b.i. art. 279 Sv. HR herhaalt ECLI:NL:HR:1999:ZD1314 m.b.t. de te maken belangenafweging bij het nemen van een beslissing op een aanhoudingsverzoek. Het Hof heeft het aa
Economische zaak. 1. Afwijzing aanhoudingsverzoek. 2. Verjaring. Artt. 70, 71 en 72 Sv. Ad 1: HR herhaalt relevante overwegingen t.a.v. een verzoek ex art. 278.3 Sv uit HR LJN AT5663. Hof heeft gemotiveerd beslist op aanhoudingsverzoek. Gelet op hetgeen de raadsman ter onderbouwing heeft aangevoerd
Vooropgesteld moet worden dat verklaringen en mededelingen van de raadsman die ter terechtzitting, al dan niet ex art. 279.1 Sv, optreedt, niet als wettige bewijsmiddelen kunnen gelden (HR NJ 1981, 13 en HR NJ 2002, 340). Het hof heeft tot uitdrukking gebracht dat de stelling van de raadsman “dat de
-
-
Art. 416.2 Sv na veroordeling t.z.v. rijden onder invloed van alcohol (art. 8.2.a WVW 1994). Aanhoudingsverzoek ttz. in hoger beroep door niet gemachtigde raadsman gedaan op de grond dat verdachte vermoedelijk door onverwachte gebeurtenis niet ttz. aanwezig kan zijn, door hof afgewezen o.g.v. belang
Bedreiging, meermalen gepleegd (art. 285.1 Sr), dwang (art. 284.1.1 Sr) en belediging (art. 266.1 Sr). Aanhoudingsverzoek door gemachtigde raadsman ttz. in hoger beroep gedaan omdat verdachte zijn kinderen van school moest ophalen, afgewezen door hof op grond dat belangen van voortvarende behandelin
Conclusie AG. Afwijzing aanhoudingsverzoek omdat niet aannemelijk is geworden dat de verdachte wegens medische omstandigheden niet in staat was naar de zitting te komen. Dat oordeel is volgens de AG niet zonder meer begrijpelijk, gelet op hetgeen aan het verzoek ten grondslag is gelegd, o.m. dat de
Wvggz: Horen betrokkene. Oproeping.
Medeplichtigheid aan bedrijfsmatige hennepteelt (art. 3.B jo. art. 11.3 Opiumwet) en witwassen van geld afkomstig uit crimineel circuit (art. 420bis.1.b Sr). Aanhoudingsverzoek gemachtigde raadsman ttz. in h.b. op de grond dat verdachte voorafgaand aan tz. aanwezig was in openbare ruimte voor zittin
Zich ophouden op openbare weg om drugs te (ver)kopen, art. 2.7.2 APV Amsterdam. Aanhoudingsverzoek gemachtigde raadsman ttz. op de grond dat verdachte alsnog ttz. verklaring wil afleggen en straftoemetingsverweer wil voeren, nu hij bij oplegging van substantiële straf risico loopt dat IND kan beslui
Interpretatie van artikel 1.2.2 van het Vuurwerkbesluit. Het hof acht bewezen en strafbaar de overtreding van het verbod van het eerste lid van artikel 1.2.2 van het Vuurwerkbesluit, in dit geval het binnen het grondgebied van Nederland brengen en voorhanden hebben van professioneel vuurwerk bestemd
Vrijspraak art. 11a Opiumwet. Niet kan worden bewezen dat de verkoop door de verdachte is bestemd voor beroeps- of bedrijfsmatige teelt van hennep dan wel voor grootschalige hennepteelt.
Art. 416.2 Sv na veroordeling t.z.v. belediging (meermalen gepleegd), art. 266.1 Sr. Aanhoudingsverzoek niet gemachtigde raadsvrouwe ttz. op de grond dat verdachte verhinderd is omdat hij als zorgverlener een cliënt naar België diende te vervoeren, door Hof afgewezen o.g.v. overweging dat verdachte
Conclusie AG. Heeft het hof de verdachte ten onrechte niet-ontvankelijk verklaard in het namens hem ingestelde hoger beroep? Betekenis mededelingen van de griffie.
Veroordeling voor het medeplegen van gewoontewitwassen, het uitoefenen van het bedrijf van betaaldienstverlener zonder vergunning en deelneming aan een organisatie met het oogmerk tot het plegen van misdrijven. Voor het uitoefenen van het bedrijf van betaaldienstverlener zonder vergunning ontslaat d
Antilliaanse uitleveringszaak. Uitlevering aan de V.S. Art. 14, 15 Uitleveringsbesluit van Aruba, Curaçao en Sint Maarten; art. 28.3 Uitleveringswet. Verzoek is gedaan aan Curaçao en aan Sint Maarten. HR: de opvatting dat het hof het aan Sint Maarten gedane verzoek niet in behandeling had mogen neme
Strafmotivering, LOVS-oriëntatiepunt. Slagende klacht m.b.t. de begrijpelijkheid van de uitleg en toepassing van LOVS-oriëntatiepunten door de feitenrechter. Het hof heeft overwogen dat het bij de strafoplegging de genoemde LOVS-oriëntatiepunten heeft toegepast en heeft klaarblijkelijk geoordeeld da
Profijtontneming. Ontvankelijkheid betrokkene in h.b. Schriftelijke volmacht advocaat aan griffiemedewerker om h.b. in te stellen. HR herhaalt HR 22 januari 2013, ECLI:NL:HR:BY8357, NJ 2013/75 m.b.t. het voor het gedekt houden van een onvolkomen schriftelijke volmacht van een advocaat aan een griffi
Regels inzake de ad informandum gevoegde feiten bij gemachtigde raadsman a.b.i. art. 279 Sv. Mede in aanmerking genomen dat een gemachtigd raadsman niet optreedt als vertegenwoordiger van verdachte in die zin dat zijn verklaringen in bewijsrechtelijke zin niet kunnen worden aangemerkt als verklaring
2 september 2003 Strafkamer nr. 02440/02 EW/ABG Hoge Raad der Nederlanden Arrest op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch van 13 juni 2002, nummer 20/001887-01, in de strafzaak tegen: [verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1976, wonende
Diefstal (art. 310 Sr), eenvoudige belediging van ambtenaar (art. 266.1 jo. 267.1.2 Sr) en bedreiging (art. 285.1 Sr). Aanhoudingsverzoek voorafgaand aan tz. in hoger beroep per e-mail gedaan door raadsman op de grond dat verdachte is weggestuurd bij station en geen geld heeft voor treinkaartje omda
Schuldwitwassen van geldbedrag, art. 420quater.1.b Sr. Aanwezigheidsrecht. Dagvaardingstermijn, art. 413.1 Sv. Had hof (enkelvoudige kamer) onderzoek ttz. o.g.v. art. 413.1 jo. art. 265.3 Sv moeten schorsen? Aan oproeping van verdachte om te verschijnen op (nadere) tz. in hoger beroep van 25-5-2022
Het hof heeft het vonnis van de rechtbank bevestigd met uitzondering van de kwalificatie van het bewezenverklaarde en met aanvulling en verbetering van de gebezigde bewijsmiddelen en de bewijsoverwegingen. Het hof kwalificeert het bewezenverklaarde als volgt: "medeplegen van overtreding van een voor
Het hof verklaart het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk in de vervolging.