Parket bij de Hoge Raad
ECLI:NL:PHR:2022:1053
2022-09-27
Strafrecht
20/01068
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- conclusie ECLI:NL:HR:2022:1648 → ECLI:NL:PHR:2022:1053
Inhoudsindicatie
volgt
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (0)
- geen
Wetsverwijzingen
Volledige tekst
Volledige tekst (2.668 tekens)
PROCUREUR-GENERAAL
BIJ DE
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
Nummer 20/01068
Zitting 27 september 2022
CONCLUSIE
D.J.M.W. Paridaens
In de zaak
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1971,
hierna: de verdachte.
De verdachte is bij arrest van 11 maart 2020 door het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Zwolle, wegens "zware mishandeling" veroordeeld tot een gevangenisstraf van twaalf maanden, met aftrek van het voorarrest als bedoeld in art. 27 Sr. Voorts heeft het hof beslist op de vordering van de benadeelde partij en aan de verdachte een schadevergoedingsmaatregel opgelegd, een en ander als in het arrest vermeld.
Het cassatieberoep is ingesteld namens de verdachte. Namens de verdachte heeft J. Boksem, advocaat te Leeuwarden, twee middelen van cassatie voorgesteld.
Het eerste middel klaagt over het ontbreken van relevante processtukken, waardoor de bestreden uitspraak in cassatie niet kan worden getoetst.
Overeenkomstig het Procesreglement heeft de raadsman van de verdachte bij bericht van 17 mei 2022 tijdig aan de rolraadsheer verzocht alsnog in het bezit te worden gesteld van het proces-verbaal van de zitting in hoger beroep en de door de raadsman overgelegde pleitnota. Naar aanleiding van dit verzoek is bij het hof nadere informatie ingewonnen. Op grond van die informatie blijkt dat het dossier in het ongerede is geraakt en zodoende geen proces-verbaal is uitgewerkt en geen pleitnota meer aanwezig is.
Gelet hierop valt niet na te gaan of ter terechtzitting meer verweren zijn gevoerd of meer uitdrukkelijk onderbouwde standpunten naar voren zijn gebracht dan die in de uitspraak van het hof zijn vermeld. Dit verzuim strijdt zozeer met een behoorlijke procesorde dat het, nu het blijkens bij het hof ingewonnen informatie onherstelbaar is, nietigheid van het onderzoek en de naar aanleiding daarvan gedane uitspraak meebrengt.
Het eerste middel is derhalve terecht voorgesteld. Het tweede middel behoeft daarom geen bespreking.
Deze conclusie strekt tot vernietiging van de bestreden uitspraak en tot terugwijzing van de zaak naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, opdat de zaak op het bestaande hoger beroep opnieuw wordt berecht en afgedaan.
De procureur-generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG
BIJ DE
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
Nummer 20/01068
Zitting 27 september 2022
CONCLUSIE
D.J.M.W. Paridaens
In de zaak
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1971,
hierna: de verdachte.
De verdachte is bij arrest van 11 maart 2020 door het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Zwolle, wegens "zware mishandeling" veroordeeld tot een gevangenisstraf van twaalf maanden, met aftrek van het voorarrest als bedoeld in art. 27 Sr. Voorts heeft het hof beslist op de vordering van de benadeelde partij en aan de verdachte een schadevergoedingsmaatregel opgelegd, een en ander als in het arrest vermeld.
Het cassatieberoep is ingesteld namens de verdachte. Namens de verdachte heeft J. Boksem, advocaat te Leeuwarden, twee middelen van cassatie voorgesteld.
Het eerste middel klaagt over het ontbreken van relevante processtukken, waardoor de bestreden uitspraak in cassatie niet kan worden getoetst.
Overeenkomstig het Procesreglement heeft de raadsman van de verdachte bij bericht van 17 mei 2022 tijdig aan de rolraadsheer verzocht alsnog in het bezit te worden gesteld van het proces-verbaal van de zitting in hoger beroep en de door de raadsman overgelegde pleitnota. Naar aanleiding van dit verzoek is bij het hof nadere informatie ingewonnen. Op grond van die informatie blijkt dat het dossier in het ongerede is geraakt en zodoende geen proces-verbaal is uitgewerkt en geen pleitnota meer aanwezig is.
Gelet hierop valt niet na te gaan of ter terechtzitting meer verweren zijn gevoerd of meer uitdrukkelijk onderbouwde standpunten naar voren zijn gebracht dan die in de uitspraak van het hof zijn vermeld. Dit verzuim strijdt zozeer met een behoorlijke procesorde dat het, nu het blijkens bij het hof ingewonnen informatie onherstelbaar is, nietigheid van het onderzoek en de naar aanleiding daarvan gedane uitspraak meebrengt.
Het eerste middel is derhalve terecht voorgesteld. Het tweede middel behoeft daarom geen bespreking.
Deze conclusie strekt tot vernietiging van de bestreden uitspraak en tot terugwijzing van de zaak naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, opdat de zaak op het bestaande hoger beroep opnieuw wordt berecht en afgedaan.
De procureur-generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG