Parket bij de Hoge Raad
ECLI:NL:PHR:2018:227
2018-01-30
Strafrecht
17/00652
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- conclusie ECLI:NL:HR:2018:391 → ECLI:NL:PHR:2018:227
Inhoudsindicatie
Geen middelen ingediend, verdachte n-o. Samenhang met 17/02211.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (0)
- geen
Wetsverwijzingen
Volledige tekst
Volledige tekst (2.544 tekens)
Nr. 17/00652
Zitting: 30 januari 2018
Mr. B.F. Keulen
Conclusie inzake:
[verdachte]
De verdachte is bij arrest van 7 februari 2017 door het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, wegens (1) ‘diefstal, voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd in een woning en terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen’; (2) ‘afpersing, terwijl het feit wordt gepleegd gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd in een woning en terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen’; (3) ‘medeplegen van poging tot doodslag, voorafgegaan van een strafbaar feit en gepleegd met het oogmerk om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers aan dat feit hetzij straffeloosheid hetzij het bezit van het wederrechtelijk verkregene te verzekeren, meermalen gepleegd’; (4) ‘medeplegen van gijzeling, meermalen gepleegd’, veroordeeld tot een gevangenisstraf van twaalf jaren, met aftrek als omschreven in artikel 27 Sr. Voorts zijn twee vorderingen van benadeelde partijen toegewezen en schadevergoedingsmaatregelen opgelegd en is de onttrekking aan het verkeer gelast van twee vuurwapens.
Er bestaat samenhang met de zaak 17/02211 tegen de medeverdachte [medeverdachte]. In deze zaak zal ik vandaag ook concluderen.
Het cassatieberoep is ingesteld namens de verdachte.
De aanzegging als bedoeld in art. 435, eerste lid, Sv is op 15 mei 2017 in persoon aan de verdachte betekend. Zoals door de raadsman van de verdachte kenbaar is gemaakt bij brief van 13 juli 2017, is er geen schriftuur houdende cassatiemiddelen ingediend. Nu de verdachte niet binnen de bij de wet gestelde termijn bij de Hoge Raad door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie heeft doen indienen, kan hij ingevolge art. 437, tweede lid, Sv niet in zijn cassatieberoep worden ontvangen.
Deze conclusie strekt ertoe dat de Hoge Raad de verdachte niet-ontvankelijk zal verklaren in het ingestelde cassatieberoep.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG
Zitting: 30 januari 2018
Mr. B.F. Keulen
Conclusie inzake:
[verdachte]
De verdachte is bij arrest van 7 februari 2017 door het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, wegens (1) ‘diefstal, voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd in een woning en terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen’; (2) ‘afpersing, terwijl het feit wordt gepleegd gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd in een woning en terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen’; (3) ‘medeplegen van poging tot doodslag, voorafgegaan van een strafbaar feit en gepleegd met het oogmerk om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers aan dat feit hetzij straffeloosheid hetzij het bezit van het wederrechtelijk verkregene te verzekeren, meermalen gepleegd’; (4) ‘medeplegen van gijzeling, meermalen gepleegd’, veroordeeld tot een gevangenisstraf van twaalf jaren, met aftrek als omschreven in artikel 27 Sr. Voorts zijn twee vorderingen van benadeelde partijen toegewezen en schadevergoedingsmaatregelen opgelegd en is de onttrekking aan het verkeer gelast van twee vuurwapens.
Er bestaat samenhang met de zaak 17/02211 tegen de medeverdachte [medeverdachte]. In deze zaak zal ik vandaag ook concluderen.
Het cassatieberoep is ingesteld namens de verdachte.
De aanzegging als bedoeld in art. 435, eerste lid, Sv is op 15 mei 2017 in persoon aan de verdachte betekend. Zoals door de raadsman van de verdachte kenbaar is gemaakt bij brief van 13 juli 2017, is er geen schriftuur houdende cassatiemiddelen ingediend. Nu de verdachte niet binnen de bij de wet gestelde termijn bij de Hoge Raad door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie heeft doen indienen, kan hij ingevolge art. 437, tweede lid, Sv niet in zijn cassatieberoep worden ontvangen.
Deze conclusie strekt ertoe dat de Hoge Raad de verdachte niet-ontvankelijk zal verklaren in het ingestelde cassatieberoep.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG