Parket bij de Hoge Raad
ECLI:NL:PHR:2013:BZ1540
2013-02-19
Strafrecht
12/02063
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- conclusie ECLI:NL:HR:2013:BZ1540 → ECLI:NL:PHR:2013:BZ1540
Inhoudsindicatie
HR: verdachte n-o in zijn cassatieberoep, geen middelen ingediend.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (0)
- geen
Wetsverwijzingen
Volledige tekst
Volledige tekst (1.779 tekens)
Nr. 12/02063
Mr. Vegter
Zitting: 18 december 2012
Conclusie inzake:
[Verdachte]
1. Het Gerechtshof te Amsterdam, heeft bij arrest van 17 februari 2011 verdachte wegens - kort weergegeven - een tweetal gekwalificeerde diefstallen en een poging daartoe, het medeplegen van poging tot doodslag, het medeplegen van bedreiging met zware mishandeling, alsmede het meermalen medeplegen van het voorhanden hebben van een vuurwapen veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van zes jaren, met aftrek als bedoeld in artikel 27 Sr. Voorts zijn beslissingen genomen omtrent de inbeslaggenomen voorwerpen en de vorderingen van de benadeelde partijen, zoals nader in het arrest omschreven.
2. Deze zaak hangt samen met de zaken tegen [medeverdachte 4] (11/01078), [medeverdachte 1] (11/01105) en [medeverdachte 2] (11/01934) waarin ik vandaag eveneens concludeer.
3. Namens verdachte heeft mr. M.L. van Gaalen, advocaat te Amsterdam, op 3 maart 2011 beroep in cassatie ingesteld. De aanzegging ingevolge art. 435, eerste lid, Sv is op 4 mei 2012 betekend. Art. 437, tweede lid, Sv schrijft voor dat, op straffe van niet-ontvankelijkheid, binnen twee maanden na betekening van de aanzegging als bedoeld in art. 435, eerste lid, Sv, door een raadsman een schriftuur houdende middelen wordt ingediend. Binnen de termijn als bedoeld in art. 437, tweede lid, Sv is geen schriftuur houdende middelen bij de Hoge Raad binnengekomen, zodat de verdachte niet-ontvankelijk moet worden verklaard in het ingestelde cassatieberoep.
5. Deze conclusie strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van de verdachte in het beroep in cassatie.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG
Mr. Vegter
Zitting: 18 december 2012
Conclusie inzake:
[Verdachte]
1. Het Gerechtshof te Amsterdam, heeft bij arrest van 17 februari 2011 verdachte wegens - kort weergegeven - een tweetal gekwalificeerde diefstallen en een poging daartoe, het medeplegen van poging tot doodslag, het medeplegen van bedreiging met zware mishandeling, alsmede het meermalen medeplegen van het voorhanden hebben van een vuurwapen veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van zes jaren, met aftrek als bedoeld in artikel 27 Sr. Voorts zijn beslissingen genomen omtrent de inbeslaggenomen voorwerpen en de vorderingen van de benadeelde partijen, zoals nader in het arrest omschreven.
2. Deze zaak hangt samen met de zaken tegen [medeverdachte 4] (11/01078), [medeverdachte 1] (11/01105) en [medeverdachte 2] (11/01934) waarin ik vandaag eveneens concludeer.
3. Namens verdachte heeft mr. M.L. van Gaalen, advocaat te Amsterdam, op 3 maart 2011 beroep in cassatie ingesteld. De aanzegging ingevolge art. 435, eerste lid, Sv is op 4 mei 2012 betekend. Art. 437, tweede lid, Sv schrijft voor dat, op straffe van niet-ontvankelijkheid, binnen twee maanden na betekening van de aanzegging als bedoeld in art. 435, eerste lid, Sv, door een raadsman een schriftuur houdende middelen wordt ingediend. Binnen de termijn als bedoeld in art. 437, tweede lid, Sv is geen schriftuur houdende middelen bij de Hoge Raad binnengekomen, zodat de verdachte niet-ontvankelijk moet worden verklaard in het ingestelde cassatieberoep.
5. Deze conclusie strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van de verdachte in het beroep in cassatie.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG