Parket bij de Hoge Raad
ECLI:NL:PHR:2013:2343
2013-11-26
Strafrecht
12/06003
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- conclusie ECLI:NL:HR:2014:13 → ECLI:NL:PHR:2013:2343 gevolgd
Inhoudsindicatie
HR verklaart de verdachte n-o in het cassatieberoep, nu niet binnen de in art. 437.2 Sv genoemde termijn door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie is ingediend.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (0)
- geen
Wetsverwijzingen
Volledige tekst
Volledige tekst (1.759 tekens)
Nr. 12/06003
Zitting: 26 november 2013
Mr. Aben
Conclusie inzake:
[verdachte]
1. Het gerechtshof te ‘s-Hertogenbosch heeft bij arrest van 18 oktober 2011 de verdachte ter zake van “witwassen” veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 281 dagen, waarvan 90 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren, met aftrek als bedoeld in art. 27 Sr, en een werkstraf voor de duur van 240 uren, subsidiair 120 dagen hechtenis. Voorts heeft het hof een telmachine en een geldbedrag van € 217.720,00 verbeurd verklaard en de teruggave aan de verdachte gelast van een aantal in het arrest vermelde voorwerpen.
2. Deze zaak hangt samen met de zaken [medeverdachte 3] (12/00686) en [medeverdachte 1] (11/04840), in welke zaken ik vandaag eveneens zal concluderen.
3. Namens de verdachte heeft mr. P.J.A. van de Laar, advocaat te Eindhoven, beroep in cassatie ingesteld. Namens de verdachte is geen schriftuur houdende middelen van cassatie ingediend.
4. Nu de verdachte niet binnen de bij de wet gestelde termijn bij de Hoge Raad door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie heeft doen indienen, is niet in acht genomen het voorschrift van art. 437, tweede lid, Sv, zodat de verdachte in het beroep niet kan worden ontvangen.
5. Deze conclusie strekt ertoe dat de verdachte niet-ontvankelijk wordt verklaard in zijn cassatieberoep.
De procureur-generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden,
AG
Zitting: 26 november 2013
Mr. Aben
Conclusie inzake:
[verdachte]
1. Het gerechtshof te ‘s-Hertogenbosch heeft bij arrest van 18 oktober 2011 de verdachte ter zake van “witwassen” veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 281 dagen, waarvan 90 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren, met aftrek als bedoeld in art. 27 Sr, en een werkstraf voor de duur van 240 uren, subsidiair 120 dagen hechtenis. Voorts heeft het hof een telmachine en een geldbedrag van € 217.720,00 verbeurd verklaard en de teruggave aan de verdachte gelast van een aantal in het arrest vermelde voorwerpen.
2. Deze zaak hangt samen met de zaken [medeverdachte 3] (12/00686) en [medeverdachte 1] (11/04840), in welke zaken ik vandaag eveneens zal concluderen.
3. Namens de verdachte heeft mr. P.J.A. van de Laar, advocaat te Eindhoven, beroep in cassatie ingesteld. Namens de verdachte is geen schriftuur houdende middelen van cassatie ingediend.
4. Nu de verdachte niet binnen de bij de wet gestelde termijn bij de Hoge Raad door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie heeft doen indienen, is niet in acht genomen het voorschrift van art. 437, tweede lid, Sv, zodat de verdachte in het beroep niet kan worden ontvangen.
5. Deze conclusie strekt ertoe dat de verdachte niet-ontvankelijk wordt verklaard in zijn cassatieberoep.
De procureur-generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden,
AG