Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Parket bij de Hoge Raad

ECLI:NL:PHR:2008:BC2338

2008-01-29 Strafrecht 03221/06
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Uitspraakdatum
2008-01-29
Publicatiedatum
2013-04-05
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedure
—
Zaaknummer
03221/06
Type
Conclusie
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl | JOL 2008, 59 | RvdW 2008, 199

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

Ontvankelijkheid in cassatie. Voor onderzoek door de cassatierechter komen alleen in aanmerking middelen van cassatie als in de wet bedoeld. Als een zodanig middel kan slechts gelden een stellige en duidelijke klacht over de schending van een bepaalde rechtsregel en/of het verzuim van een toepasselijk vormvoorschrift door de rechter die de bestreden uitspraak heeft gedaan. De schriftuur voldoet niet aan dit vereiste, zodat zij onbesproken moet blijven.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (1.964 tekens)
Nr. 03221/06
Mr. Vellinga
Zitting: 27 november 2007


Conclusie inzake:

[Verdachte]

1. Verdachte is door het Gerechtshof te 's-Gravenhage wegens "in het bezit zijn van een reisdocument waarvan hij weet dat het vervalst is" veroordeeld tot twee maanden gevangenisstraf, voorwaardelijk met twee jaren proeftijd.

2. Namens verdachte heeft mr. P. Jeeninga, advocaat te Amsterdam, één middel van cassatie voorgesteld.

3. In de schriftuur wordt aangevoerd dat art. 587 Sv en 6 lid 1 EVRM zijn geschonden. De onderbouwing behelst een betoog dat er in de kern op neerkomt dat de in het Wetboek van Strafvordering neergelegde regeling met betrekking tot het betekenen van dagvaardingen niet aan de eisen van art. 6 EVRM voldoet.

4. Voor onderzoek door de cassatierechter komen alleen in aanmerking middelen van cassatie als bedoeld in art. 437 Sv. Als een zodanig middel kan slechts gelden een stellige en duidelijke klacht over de schending van een bepaalde rechtsregel en/of het verzuim van een toepasselijk vormvoorschrift door de rechter die de bestreden uitspraak heeft gewezen. (HR 19 november 2002, LJN AE1171). De hiervoor omschreven inhoud van de schriftuur voldoet niet aan deze eis. Derhalve heeft de verdachte niet door zijn raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie ingediend, hetgeen gelet op het bepaalde in art. 437 lid 2 Sv niet-ontvankelijkheid ten gevolge heeft.

5. Overigens wordt in het in de schriftuur verwoorde betoog over het hoofd gezien dat de Regeling van 3 juni 2004, nr. 5287706/504, Stcrt 2004, nr 123, p. 13 niet voorziet in uitreiking door een rechter, daar een rechter niet wordt genoemd in het in de Regeling genoemde art. 14 lid 2 Wet RO.

6. Deze conclusie strekt ertoe dat verdachte niet-ontvankelijk wordt verklaard in haar cassatieberoep.


De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden


AG