Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Parket bij de Hoge Raad

ECLI:NL:PHR:2007:BA7670

2007-09-25 Strafrecht 02313/06
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Uitspraakdatum
2007-09-25
Publicatiedatum
2013-04-05
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedure
—
Zaaknummer
02313/06
Type
Conclusie
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl | JOL 2007, 607 | RvdW 2007, 827

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

Ontvankelijkheid cassatieberoep. Nu uit het door de raadsman verzonden faxbericht moet worden afgeleid dat verdachte van te voren bekend was met de terechtzitting van het hof, kan verdachte niet in het beroep worden ontvangen.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (2.838 tekens)
Nr. 02313/06
Mr Machielse
Zitting 12 juni 2007


Conclusie inzake:

[verdachte]

1. Het Gerechtshof te Amsterdam heeft verdachte op 13 oktober 2005 voor "Overtreding van het bepaalde in artikel 21 van het RVV 1990" veroordeeld tot het betalen van een geldboete van EUR 459,-, subsidiair negen dagen hechtenis.

2. Mr. A.D. Kloosterman, advocaat te Amsterdam, heeft cassatie ingesteld. Mr. P.J. Stronks, advocaat te Amsterdam, heeft een schriftuur ingezonden, houdende één middel van cassatie.

3.1. Om aan de bespreking van het middel toe te kunnen komen, dient eerst de vraag naar de ontvankelijkheid bevestigend te worden beantwoord. In dit kader merk ik het volgende op.

3.2. Blijkens het verkort proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep van 13 oktober 2005 is door de raadsman van de verdachte, mr. P.J. Stronks, advocaat te Amsterdam en tevens steller van het middel, vóór de terechtzitting een faxbericht naar het hof gezonden. De inhoud van dat faxbericht luidt, voor zover van belang, als volgt:


"Inzake: [verdachte]/OM (appèl)
(...)
Amsterdam, 13 oktober 2005



Geachte heer/mevrouw,
In bovengenoemde zaak welke hedenmiddag dient om 14.45 bij uw Hof in de 19e kamer deel ik u mede dat ondergetekende noch cliënt ter zitting aanwezig zal zijn.
Vriendelijk verzoek ik u recht te doen op de stukken."



3.3. Op 17 mei 2006 is namens de verdachte beroep in cassatie ingesteld. Blijkens een begeleidend schrijven van de griffier van het hof, M. Nagtegaal, d.d. 17 juli 2006, zijn noch de bewijsmiddelen, noch de redengevende feiten en omstandigheden in het arrest opgenomen en is volstaan met de inzending van een verkort proces-verbaal van de terechtzitting, nu de beslissing van de Hoge Raad vermoedelijk zal zijn dat de verdachte niet kan worden ontvangen in het cassatieberoep.
Kennelijk is het faxbericht van de raadsman door het hof opgevat als een omstandigheid als bedoeld in art. 432, eerste lid, onder c, Sv, te weten dat de verdachte van tevoren op de hoogte is geweest van de nadere terechtzitting in hoger beroep van 13 oktober 2005, nu hij kennelijk contact heeft gehad met zijn raadsman, waarop deze raadsman het hof kon mededelen dat hij noch zijn cliënt ter zitting zal verschijnen.(1) Daardoor kon door of namens de verdachte slechts tot 28 oktober 2005 beroep in cassatie worden ingesteld. Ik kan dat oordeel van het hof volledig onderschrijven.


4. Deze conclusie strekt ertoe dat verdachte niet-ontvankelijk wordt verklaard in zijn cassatieberoep.


De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden


1 Vgl. HR 11 mei 1999, LJN ZD5378 (nr. 110.956, niet gepubliceerd) en HR 14 mei 2002, LJN AE1308.