Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Parket bij de Hoge Raad

ECLI:NL:PHR:2004:AR2942

2004-11-09 Strafrecht 01443/03 P
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Uitspraakdatum
2004-11-09
Publicatiedatum
2013-04-04
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedure
—
Zaaknummer
01443/03 P
Type
Conclusie
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl | JOL 2004, 593 | JOW 2006, 23

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

Cassatieschriftuur in ontnemingszaak voldoet niet aan de daaraan te stellen eisen omdat de daarin vervatte klachten zich richten tegen de uitspraak in de hoofdzaak en niet tegen het arrest in de onderhavige ontnemingszaak. HR verklaart betrokkene niet-ontvankelijk.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (1.789 tekens)
Nr. 01443/03 P
Mr Machielse
Zitting 21 september 2004


Conclusie inzake:

[verdachte=betrokkene]

1. Aan verdachte is door het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch bij beslissing van 3 februari 2003 de verplichting opgelegd tot betaling aan de Staat van een bedrag van € 1.438,- subsidiair 45 dagen hechtenis.

2. Namens verdachte heeft mr A.H.P. Swinkels, advocaat te Helmond, beroep in cassatie ingesteld en heeft mr G. Spong, advocaat te Amsterdam, een schriftuur houdende een als middel van cassatie aangeduide klacht ingediend.

3.1 De in de schriftuur aangevoerde klachten hebben alle betrekking op de veroordeling van verzoeker in de hoofdzaak. In de hoofdzaak heeft het hof verzoeker eveneens bij arrest van 3 februari 2003 veroordeeld. Tegen dat arrest is beroep in cassatie ingesteld. Mr Spong heeft ook in die zaak een schriftuur ingediend.

3.2 Als cassatiemiddel kan slechts worden aangemerkt een stellige en duidelijke klacht over de schending van een rechtsregel of een vormvoorschrift door de rechter die de bestreden uitspraak heeft gewezen. De in de schriftuur vermelde klachten zijn niet gericht tegen de bestreden uitspraak maar tegen de uitspraak van de strafrechter in de hoofdzaak. De klachten kunnen dus niet als middel van cassatie gelden. Dat betekent dat verzoeker niet in zijn cassatieberoep kan worden ontvangen.(1),(2)

4. Deze conclusie strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van het cassatieberoep.


De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden



1 HR 14 januari 2003, nr. 00016/02P.
2 In geval van vernietiging van het arrest van het hof in de hoofdzaak komt eventueel art. 511i Sv in beeld, vgl. HR NJ 1999, 76 en HR NJ 2001, 552.