Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
ECLI:NL:OGHACMB:2026:221
2026-07-28
Civiel recht
CUR2021H00011
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
Curaçao. Bijdrage kosten buurtvereniging. Opdracht tot betekening.
Citeert (4)
- ECLI:NL:HR:2010:BM2337 Hoge Raad 09-07-2010
- ECLI:NL:HR:2011:BQ0505 Hoge Raad 08-07-2011
- ECLI:NL:HR:2014:2894 Hoge Raad 03-10-2014
- ECLI:NL:HR:2017:1059 Hoge Raad 09-06-2017
Geciteerd door (0)
- geen
Wetsverwijzingen
Volledige tekst
Volledige tekst (8.820 tekens)
Burgerlijke zaken over 2026
Registratienummers: CUR201902671 en CUR2021H00011
Uitspraak: 28 juli 2026
GEMEENSCHAPPELIJK HOF VAN JUSTITIE
van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en
van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
V O N N I S
in de zaak van:
de rechtspersoonlijkheid bezittende vereniging
BUURTVERENIGING [woonwijk],
gevestigd in Curaçao,
in eerste aanleg eiseres,
thans appellante,
gemachtigde: mr. Th. Aardenburg,
tegen
1. [DE BUURTBEWONER],
wonend in Curaçao,
2. [DE MEDEBUURTBEWONER],
wonend in Nederland,
in eerste aanleg gedaagden,
thans geïntimeerden,
beiden in hoger beroep niet verschenen.
Partijen worden hierna aangeduid als de Buurtvereniging, de buurtbewoner ([de buurtbewoner]) en de medebuurtbewoner ([de medebuurtbewoner]). [de buurtbewoner] en [de medebuurtbewoner] worden gezamenlijk aangeduid als de buurtbewoners.
1De zaak in het kort
Deze zaak gaat over de vraag of de buurtbewoners moeten bijdragen in de kosten die de Buurtvereniging maakt ten behoeve van de woonwijk [woonwijk] in Curaçao.
Het Gerecht in eerste aanleg van Curaçao (verder: het Gerecht) heeft geoordeeld dat die bijdrage verschuldigd is, maar deze enigszins lager vastgesteld dan gevorderd.
Het Hof kan nog niet tot een oordeel komen. Eerst moet de buurtbewoner (nogmaals) worden opgeroepen.
2Het verloop van de procedure
2.1
Bij op 8 januari 2021 ingekomen akte is de Buurtvereniging in hoger beroep gekomen van het tussen partijen gewezen en op 30 november 2020 uitgesproken vonnis van het Gerecht.
2.2
Bij op 19 februari 2021 ingekomen memorie van grieven (met productie) heeft de Buurtvereniging bezwaren geformuleerd tegen onderdelen van het vonnis van het Gerecht. Haar conclusie strekt ertoe dat het Hof het vonnis waarvan beroep vernietigt en alsnog de vorderingen van de Buurtvereniging volledig toewijst met veroordeling van de buurtbewoners in de kosten van de procedure.
2.3
De buurtbewoners hebben geen memorie van antwoord ingediend.
2.4
Op 4 november 2025 heeft de advocaat van de Buurtvereniging pleitnotities ingediend. De buurtbewoners hebben dat niet gedaan.
2.5
Vonnis is gevraagd en nader bepaald op vandaag.
3De beoordeling
In de zaak tussen de Buurtvereniging en de medebuurtbewoner
3.1
Bij mailbericht van 22 april 2022 heeft de Buurtvereniging het hoger beroep in de zaak tussen haar en de medebuurtbewoner ingetrokken omdat partijen een minnelijke regeling hebben getroffen.
3.2
Nu de Buurtvereniging te kennen heeft gegeven het hoger beroep in de zaak tegen de medebuurtbewoner in te trekken, komt het Hof op processuele gronden niet toe aan een behandeling van de zaak ten principale. Dit leidt tot niet-ontvankelijkverklaring van de Buurtvereniging in het hoger beroep in de zaak tegen de medebuurtbewoner (vergelijk: HR 9 juli 2010, ECLI:NL:HR:2010:BM2337, HR 8 juli 2011, ECLI:NL:HR:2011:BQ0505 en Gemeenschappelijk Hof 22 februari 2019, ECLI:NL:OGHACMB:2019:71). Bij deze uitkomst past dat de Buurtvereniging wordt veroordeeld in de proceskosten, die echter aan de zijde van de medebuurtbewoner op nihil worden begroot.
In de zaak tussen de Buurtvereniging en de buurtbewoner
Betekening akte van appel en memorie van grieven
3.3
De buurtbewoner woonde bij aanvang van de procedure in eerste aanleg op het adres [woonwijk] [huisnummer] in Curaçao. Blijkens door de Buurtvereniging overgelegd uittreksel uit de Basisadministratie van het openbaar lichaam Bonaire woont de buurtbewoner sedert 18 juli 2022 aan het adres [adres] op Bonaire. Aan dat adres zijn de akte van hoger beroep en de memorie van grieven op 25 mei 2025 betekend. Ingevolge artikel 274 Rv had de buurtbewoner gedurende zes weken daarna de mogelijkheid een memorie van antwoord in te dienen. Van hem is een dergelijke memorie echter niet ontvangen. Een pleitnota is evenmin van hem ontvangen.
3.4
De buurtbewoner procedeerde in eerste aanleg in persoon. Nadat het bestreden vonnis op 30 november 2020 is uitgesproken, zijn de akte van appel en de memorie van grieven meer dan vier jaar later op 25 mei 2025 aan de buurtbewoner betekend. De buurtbewoner kan dus jarenlang in de veronderstelling hebben verkeerd dat het bestreden vonnis in kracht van gewijsde was gegaan (in Europees Nederland is het voorkomen van een dergelijke situatie de belangrijkste ratio van de ambtshalve te bewaken regel van openbare orde dat aan appeltermijnen strikt de hand moet worden gehouden). De tussenliggende periode is veel langer dan de termijn van twaalf maanden die in art. 210 Rv wordt genoemd voor de mogelijkheid om verval van instantie te vorderen. De betekening op 25 mei 2025 is geschied door achterlating in een gesloten envelop, zodat rekening moet worden gehouden met de mogelijkheid dat de betekende stukken de buurtbewoner niet hebben bereikt. Het e-mailbericht van de griffie van 6 augustus 2025 waarin staat dat de zaak op de rol was geplaatst voor schriftelijk pleidooi is niet naar de buurtbewoner gezonden (omdat geen
e-mailadres van hem bekend is). Voorts dient in aanmerking te worden genomen dat art. 284 Rv bepaalt dat alle beslissingen van het Hof in hoger beroep steeds worden beschouwd als op tegenspraak te zijn gewezen. Anders dan in het stelsel van Europees Nederland, staat in het Caribische stelsel derhalve geen verzet open tegen een in hoger beroep gewezen vonnis indien de geïntimeerde niet is verschenen. In het licht van het voorgaande en gelet op het mede in art. 6 EVRM gewaarborgde recht op toegang tot de rechter en het recht op hoor en wederhoor, brengen de eisen van een goede procesorde in dit geval mee dat aan de buurtbewoner een nieuwe kans geboden wordt om verweer te voeren in hoger beroep (vergelijk: HR 3 oktober 2014, ECLI:NL:HR:2014:2894 en HR 9 juni 2017, ECLI:NL:HR:2017:1059).
3.5
Dit tussenvonnis zal daartoe ter hand worden gesteld aan de deurwaarder om aan de buurtbewoner te worden betekend met een oproeping naar een roldatum van het Hof op een termijn van ongeveer zes weken. De buurtbewoner zal zich bij akte op die roldatum kunnen uitlaten. De kosten van betekening zijn voor rekening van de Buurtvereniging. Het is aan haar om te beslissen of zij meent dat die kosten opwegen tegen het (naar het lijkt: beperkte) belang van het hoger beroep. Er is voor de buurtbewoner geen ruimte meer voor incidenteel hoger beroep, maar in de akte zal de buurtbewoner wel zijn in eerste aanleg aangevoerde stellingen en weren kunnen toelichten, verbeteren en aanvullen. Indien de buurtbewoner een akte indient, zal de Buurtvereniging in de gelegenheid worden gesteld een antwoordakte in te dienen.
3.6
Het Hof houdt ieder verder oordeel aan.
B E S L I S S I N G
Het Hof:
in de zaak tussen de Buurtvereniging en de medebuurtbewoner:
verklaart de Buurtvereniging niet-ontvankelijk in het hoger beroep;
veroordeelt de Buurtvereniging in de kosten van de procedure aan de zijde van de medebuurtbewoner gevallen en begroot deze op nihil;
in de zaak tussen de Buurtvereniging en de buurtbewoner:
beveelt de deurwaarder dit tussenvonnis te betekenen aan de buurtbewoner met een oproeping naar een roldatum van het Hof op een termijn van ongeveer zes weken;
verstaat dat na betekening de zaak naar de rol zal worden verwezen voor akte aan de zijde van de buurtbewoner, waarna gelegenheid zal worden geboden voor antwoordakte aan de zijde van de Buurtvereniging;
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mrs. G.C.C. Lewin, W.P.M. ter Berg en E.P. van Unen, leden van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba en ter openbare terechtzitting van het Hof in Curaçao uitgesproken op 28 juli 2026 in tegenwoordigheid van de griffier.
Registratienummers: CUR201902671 en CUR2021H00011
Uitspraak: 28 juli 2026
GEMEENSCHAPPELIJK HOF VAN JUSTITIE
van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en
van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
V O N N I S
in de zaak van:
de rechtspersoonlijkheid bezittende vereniging
BUURTVERENIGING [woonwijk],
gevestigd in Curaçao,
in eerste aanleg eiseres,
thans appellante,
gemachtigde: mr. Th. Aardenburg,
tegen
1. [DE BUURTBEWONER],
wonend in Curaçao,
2. [DE MEDEBUURTBEWONER],
wonend in Nederland,
in eerste aanleg gedaagden,
thans geïntimeerden,
beiden in hoger beroep niet verschenen.
Partijen worden hierna aangeduid als de Buurtvereniging, de buurtbewoner ([de buurtbewoner]) en de medebuurtbewoner ([de medebuurtbewoner]). [de buurtbewoner] en [de medebuurtbewoner] worden gezamenlijk aangeduid als de buurtbewoners.
1De zaak in het kort
Deze zaak gaat over de vraag of de buurtbewoners moeten bijdragen in de kosten die de Buurtvereniging maakt ten behoeve van de woonwijk [woonwijk] in Curaçao.
Het Gerecht in eerste aanleg van Curaçao (verder: het Gerecht) heeft geoordeeld dat die bijdrage verschuldigd is, maar deze enigszins lager vastgesteld dan gevorderd.
Het Hof kan nog niet tot een oordeel komen. Eerst moet de buurtbewoner (nogmaals) worden opgeroepen.
2Het verloop van de procedure
2.1
Bij op 8 januari 2021 ingekomen akte is de Buurtvereniging in hoger beroep gekomen van het tussen partijen gewezen en op 30 november 2020 uitgesproken vonnis van het Gerecht.
2.2
Bij op 19 februari 2021 ingekomen memorie van grieven (met productie) heeft de Buurtvereniging bezwaren geformuleerd tegen onderdelen van het vonnis van het Gerecht. Haar conclusie strekt ertoe dat het Hof het vonnis waarvan beroep vernietigt en alsnog de vorderingen van de Buurtvereniging volledig toewijst met veroordeling van de buurtbewoners in de kosten van de procedure.
2.3
De buurtbewoners hebben geen memorie van antwoord ingediend.
2.4
Op 4 november 2025 heeft de advocaat van de Buurtvereniging pleitnotities ingediend. De buurtbewoners hebben dat niet gedaan.
2.5
Vonnis is gevraagd en nader bepaald op vandaag.
3De beoordeling
In de zaak tussen de Buurtvereniging en de medebuurtbewoner
3.1
Bij mailbericht van 22 april 2022 heeft de Buurtvereniging het hoger beroep in de zaak tussen haar en de medebuurtbewoner ingetrokken omdat partijen een minnelijke regeling hebben getroffen.
3.2
Nu de Buurtvereniging te kennen heeft gegeven het hoger beroep in de zaak tegen de medebuurtbewoner in te trekken, komt het Hof op processuele gronden niet toe aan een behandeling van de zaak ten principale. Dit leidt tot niet-ontvankelijkverklaring van de Buurtvereniging in het hoger beroep in de zaak tegen de medebuurtbewoner (vergelijk: HR 9 juli 2010, ECLI:NL:HR:2010:BM2337, HR 8 juli 2011, ECLI:NL:HR:2011:BQ0505 en Gemeenschappelijk Hof 22 februari 2019, ECLI:NL:OGHACMB:2019:71). Bij deze uitkomst past dat de Buurtvereniging wordt veroordeeld in de proceskosten, die echter aan de zijde van de medebuurtbewoner op nihil worden begroot.
In de zaak tussen de Buurtvereniging en de buurtbewoner
Betekening akte van appel en memorie van grieven
3.3
De buurtbewoner woonde bij aanvang van de procedure in eerste aanleg op het adres [woonwijk] [huisnummer] in Curaçao. Blijkens door de Buurtvereniging overgelegd uittreksel uit de Basisadministratie van het openbaar lichaam Bonaire woont de buurtbewoner sedert 18 juli 2022 aan het adres [adres] op Bonaire. Aan dat adres zijn de akte van hoger beroep en de memorie van grieven op 25 mei 2025 betekend. Ingevolge artikel 274 Rv had de buurtbewoner gedurende zes weken daarna de mogelijkheid een memorie van antwoord in te dienen. Van hem is een dergelijke memorie echter niet ontvangen. Een pleitnota is evenmin van hem ontvangen.
3.4
De buurtbewoner procedeerde in eerste aanleg in persoon. Nadat het bestreden vonnis op 30 november 2020 is uitgesproken, zijn de akte van appel en de memorie van grieven meer dan vier jaar later op 25 mei 2025 aan de buurtbewoner betekend. De buurtbewoner kan dus jarenlang in de veronderstelling hebben verkeerd dat het bestreden vonnis in kracht van gewijsde was gegaan (in Europees Nederland is het voorkomen van een dergelijke situatie de belangrijkste ratio van de ambtshalve te bewaken regel van openbare orde dat aan appeltermijnen strikt de hand moet worden gehouden). De tussenliggende periode is veel langer dan de termijn van twaalf maanden die in art. 210 Rv wordt genoemd voor de mogelijkheid om verval van instantie te vorderen. De betekening op 25 mei 2025 is geschied door achterlating in een gesloten envelop, zodat rekening moet worden gehouden met de mogelijkheid dat de betekende stukken de buurtbewoner niet hebben bereikt. Het e-mailbericht van de griffie van 6 augustus 2025 waarin staat dat de zaak op de rol was geplaatst voor schriftelijk pleidooi is niet naar de buurtbewoner gezonden (omdat geen
e-mailadres van hem bekend is). Voorts dient in aanmerking te worden genomen dat art. 284 Rv bepaalt dat alle beslissingen van het Hof in hoger beroep steeds worden beschouwd als op tegenspraak te zijn gewezen. Anders dan in het stelsel van Europees Nederland, staat in het Caribische stelsel derhalve geen verzet open tegen een in hoger beroep gewezen vonnis indien de geïntimeerde niet is verschenen. In het licht van het voorgaande en gelet op het mede in art. 6 EVRM gewaarborgde recht op toegang tot de rechter en het recht op hoor en wederhoor, brengen de eisen van een goede procesorde in dit geval mee dat aan de buurtbewoner een nieuwe kans geboden wordt om verweer te voeren in hoger beroep (vergelijk: HR 3 oktober 2014, ECLI:NL:HR:2014:2894 en HR 9 juni 2017, ECLI:NL:HR:2017:1059).
3.5
Dit tussenvonnis zal daartoe ter hand worden gesteld aan de deurwaarder om aan de buurtbewoner te worden betekend met een oproeping naar een roldatum van het Hof op een termijn van ongeveer zes weken. De buurtbewoner zal zich bij akte op die roldatum kunnen uitlaten. De kosten van betekening zijn voor rekening van de Buurtvereniging. Het is aan haar om te beslissen of zij meent dat die kosten opwegen tegen het (naar het lijkt: beperkte) belang van het hoger beroep. Er is voor de buurtbewoner geen ruimte meer voor incidenteel hoger beroep, maar in de akte zal de buurtbewoner wel zijn in eerste aanleg aangevoerde stellingen en weren kunnen toelichten, verbeteren en aanvullen. Indien de buurtbewoner een akte indient, zal de Buurtvereniging in de gelegenheid worden gesteld een antwoordakte in te dienen.
3.6
Het Hof houdt ieder verder oordeel aan.
B E S L I S S I N G
Het Hof:
in de zaak tussen de Buurtvereniging en de medebuurtbewoner:
verklaart de Buurtvereniging niet-ontvankelijk in het hoger beroep;
veroordeelt de Buurtvereniging in de kosten van de procedure aan de zijde van de medebuurtbewoner gevallen en begroot deze op nihil;
in de zaak tussen de Buurtvereniging en de buurtbewoner:
beveelt de deurwaarder dit tussenvonnis te betekenen aan de buurtbewoner met een oproeping naar een roldatum van het Hof op een termijn van ongeveer zes weken;
verstaat dat na betekening de zaak naar de rol zal worden verwezen voor akte aan de zijde van de buurtbewoner, waarna gelegenheid zal worden geboden voor antwoordakte aan de zijde van de Buurtvereniging;
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mrs. G.C.C. Lewin, W.P.M. ter Berg en E.P. van Unen, leden van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba en ter openbare terechtzitting van het Hof in Curaçao uitgesproken op 28 juli 2026 in tegenwoordigheid van de griffier.