Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2026:45
2026-01-20
Strafrecht
24/04421
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- cassatie ECLI:NL:HR:2026:45 → ECLI:NL:GHAMS:2024:3137
- conclusie ECLI:NL:HR:2026:45 → ECLI:NL:PHR:2025:1180
Inhoudsindicatie
Beslissing van wrakingskamer hof tot niet-ontvankelijkverklaring van hoger beroep tegen afwijzing van wrakingsverzoek a.b.i. art. 512 Sv door Rb. Ontvankelijkheid cassatieberoep, beroep op doorbreking van rechtsmiddelenverbod. O.g.v. art. 515.5 Sv staat tegen beslissing op verzoek tot wraking geen rechtsmiddel open zodat cassatieberoep (dat is gericht tegen niet-ontvankelijkverklaring van h.b. tegen afwijzing door Rb van verzoek tot wraking) n-o is. Verzoeker n-o.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (1)
- ECLI:NL:PHR:2026:887 Parket bij de Hoge Raad 22-09-2026
Volledige tekst
Volledige tekst (1.742 tekens)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 24/04421
Datum 20 januari 2026
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een beslissing van het gerechtshof Amsterdam van 14 november 2024, zaaknummer 200.347.685/01, op een wrakingsverzoek als bedoeld in artikel 512 van het Wetboek van Strafvordering, ingediend
door
[verzoeker] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1997,
hierna: de verzoeker.
1Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verzoeker. Namens deze heeft de advocaat Y. Moszkowicz bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld.
De advocaat-generaal M.E. van Wees heeft geconcludeerd tot niet-ontvankelijkverklaring van de verzoeker in het beroep.
De raadsman van de verzoeker heeft daarop schriftelijk gereageerd.
2Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep
Op grond van artikel 515 lid 5 van het Wetboek van Strafvordering staat tegen een beslissing op een verzoek tot wraking geen rechtsmiddel open zodat het cassatieberoep –dat is gericht tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het hoger beroep tegen de afwijzing door de rechtbank van het verzoek tot wraking – niet‑ontvankelijk is.
3Beslissing
De Hoge Raad verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren C.N. Dalebout en T.B. Trotman, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 20 januari 2026.
STRAFKAMER
Nummer 24/04421
Datum 20 januari 2026
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een beslissing van het gerechtshof Amsterdam van 14 november 2024, zaaknummer 200.347.685/01, op een wrakingsverzoek als bedoeld in artikel 512 van het Wetboek van Strafvordering, ingediend
door
[verzoeker] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1997,
hierna: de verzoeker.
1Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verzoeker. Namens deze heeft de advocaat Y. Moszkowicz bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld.
De advocaat-generaal M.E. van Wees heeft geconcludeerd tot niet-ontvankelijkverklaring van de verzoeker in het beroep.
De raadsman van de verzoeker heeft daarop schriftelijk gereageerd.
2Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep
Op grond van artikel 515 lid 5 van het Wetboek van Strafvordering staat tegen een beslissing op een verzoek tot wraking geen rechtsmiddel open zodat het cassatieberoep –dat is gericht tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het hoger beroep tegen de afwijzing door de rechtbank van het verzoek tot wraking – niet‑ontvankelijk is.
3Beslissing
De Hoge Raad verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren C.N. Dalebout en T.B. Trotman, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 20 januari 2026.