Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Gerechtshof Amsterdam

ECLI:NL:GHAMS:2024:3137

2024-11-14 Strafrecht 200.347.685/01
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Uitspraakdatum
2024-11-14
Publicatiedatum
2024-11-14
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedure
Wraking
Zaaknummer
200.347.685/01
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

Wrakingskamer - hoger beroep tegen beslissing van de wrakingskamer van de rechtbank niet-ontvankelijk - 515 lid 5 Sv

Citeert (1)

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (2.494 tekens)
GERECHTSHOF AMSTERDAM



zaaknummer : 200.347.685/01
zaaknummer hoofdzaak : 81-142097-24 (rechtbank Amsterdam)




Beslissing van de wrakingskamer van 14 november 2024




op het hoger beroep tegen een beslissing van de rechtbank Amsterdam van 15 oktober 2024, nummer C/13/758380 / HA RK 24/359, op een wrakingsverzoek als bedoeld in artikel 512 van het Wetboek van Strafvordering, ingediend door:





[verzoeker],

geboren op [geboortedag] 1997,
thans gedetineerd,
bijgestaan door gemachtigde mr. Y. Moszkowicz te Utrecht,
hierna: verzoeker.







1De procedure


1.1.
De hoofdzaak betreft de strafzaak met parketnummer 81-142097-24, in behandeling bij de rechtbank Amsterdam.



1.2.
Verzoeker heeft op 15 oktober 2024 een wrakingsverzoek ingediend bij de rechtbank Amsterdam strekkende tot wraking van mr. H.J. Bos, strafrechter te Amsterdam.



1.3.
Bij beslissing van 22 oktober 2024 is het wrakingsverzoek afgewezen door de wrakingskamer van de rechtbank Amsterdam.



1.4.
Verzoeker heeft bij brief van 24 oktober 2024 hoger beroep ingesteld tegen de wrakingsbeslissing van de rechtbank Amsterdam.







2De beoordeling


Artikel 515 lid 5 Wetboek van Strafvordering bepaalt dat tegen de beslissing op een verzoek tot wraking geen rechtsmiddel openstaat (hierna: het rechtsmiddelenverbod). Het rechtsmiddelenverbod berust op de gedachte dat de mogelijkheid van een tussentijds beroep tegen een afwijzende beslissing op een verzoek tot wraking de hoofdzaak te veel zou ophouden. De verzoeker zal daarom niet-ontvankelijk worden verklaard in het hoger beroep (vgl. o.m. HR 17 maart 2020, ECLI:NL:HR:2020:431).











3De beslissing



De wrakingskamer verklaart verzoeker niet-ontvankelijk in het hoger beroep.




Deze beslissing is gegeven door mr. S.M.M. Bordenga, mr. I.A. van der Burg en mr. W.J. Blokland, in tegenwoordigheid van mr. N.E.M. Keereweer als griffier.





















mr. W.J. Blokland is buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.