Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2026:243
2026-02-13
Civiel recht; Personen- en familierecht
25/00504
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- cassatie ECLI:NL:HR:2026:243 → ECLI:NL:GHARL:2024:6991
- conclusie ECLI:NL:HR:2026:243 → ECLI:NL:PHR:2025:1365
Inhoudsindicatie
Art. 81 lid 1 RO. Personen- en familierecht. Samenlevingsovereenkomst. Procesrecht (art. 16 Rv). Klachten over behandeling van zaak door raadsheer-commissaris en beslissing door meervoudige kamer.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (1)
- ECLI:NL:PHR:2026:891 Parket bij de Hoge Raad 18-09-2026
Volledige tekst
Volledige tekst (2.457 tekens)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer 25/00504
Datum 13 februari 2026
ARREST
In de zaak van
[de vrouw],
wonende te [woonplaats],
EISERES tot cassatie,
hierna: de vrouw,
advocaat: M.E. Bruning,
tegen
[de man],
wonende te [woonplaats],
VERWEERDER in cassatie,
hierna: de man,
advocaat: C.G.A. van Stratum.
1Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
a. het vonnis in de zaak C/16/538432 / HL ZA 22-109 van de rechtbank Midden-Nederland van 19 april 2023;
b. de rolbeslissingen en de arresten in de zaak 200.330.880/01 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 26 september 2023 (tussenarrest), 24 oktober 2024 (rolbeslissingen) en 12 november 2024 (eindarrest).
De vrouw heeft tegen de rolbeslissingen en het eindarrest van het hof beroep in cassatie ingesteld.
De man heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend.
De zaak is voor de man toegelicht door zijn advocaat.
De conclusie van de Advocaat-Generaal B.F. Assink strekt tot verwerping van het cassatieberoep. De advocaat van de vrouw heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.
2Beoordeling van het middel
De Hoge Raad heeft de klachten over de rolbeslissingen en het eindarrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die rolbeslissingen en dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3Beslissing
De Hoge Raad:
- verwerpt het beroep;
- compenseert de kosten van het geding in cassatie aldus dat iedere partij de eigen kosten draagt.
Dit arrest is gewezen door de vicepresident M.J. Kroeze als voorzitter en de raadsheren C.E. du Perron en H.M. Wattendorff, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A.E.B. ter Heide op 13 februari 2026.
CIVIELE KAMER
Nummer 25/00504
Datum 13 februari 2026
ARREST
In de zaak van
[de vrouw],
wonende te [woonplaats],
EISERES tot cassatie,
hierna: de vrouw,
advocaat: M.E. Bruning,
tegen
[de man],
wonende te [woonplaats],
VERWEERDER in cassatie,
hierna: de man,
advocaat: C.G.A. van Stratum.
1Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
a. het vonnis in de zaak C/16/538432 / HL ZA 22-109 van de rechtbank Midden-Nederland van 19 april 2023;
b. de rolbeslissingen en de arresten in de zaak 200.330.880/01 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 26 september 2023 (tussenarrest), 24 oktober 2024 (rolbeslissingen) en 12 november 2024 (eindarrest).
De vrouw heeft tegen de rolbeslissingen en het eindarrest van het hof beroep in cassatie ingesteld.
De man heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend.
De zaak is voor de man toegelicht door zijn advocaat.
De conclusie van de Advocaat-Generaal B.F. Assink strekt tot verwerping van het cassatieberoep. De advocaat van de vrouw heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.
2Beoordeling van het middel
De Hoge Raad heeft de klachten over de rolbeslissingen en het eindarrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die rolbeslissingen en dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3Beslissing
De Hoge Raad:
- verwerpt het beroep;
- compenseert de kosten van het geding in cassatie aldus dat iedere partij de eigen kosten draagt.
Dit arrest is gewezen door de vicepresident M.J. Kroeze als voorzitter en de raadsheren C.E. du Perron en H.M. Wattendorff, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A.E.B. ter Heide op 13 februari 2026.