Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Hoge Raad

ECLI:NL:HR:2026:243

2026-02-13 Civiel recht; Personen- en familierecht 25/00504
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Hoge Raad
Uitspraakdatum
2026-02-13
Publicatiedatum
2026-02-12
Rechtsgebied
Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
Zaaknummer
25/00504
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl | RvdW 2026/337 | RFR 2026/57

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

Art. 81 lid 1 RO. Personen- en familierecht. Samenlevingsovereenkomst. Procesrecht (art. 16 Rv). Klachten over behandeling van zaak door raadsheer-commissaris en beslissing door meervoudige kamer.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (1)

Volledige tekst

Volledige tekst (2.457 tekens)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN



CIVIELE KAMER






Nummer 25/00504

Datum 13 februari 2026




ARREST




In de zaak van




[de vrouw],
wonende te [woonplaats],
EISERES tot cassatie,
hierna: de vrouw,
advocaat: M.E. Bruning,



tegen




[de man],
wonende te [woonplaats],
VERWEERDER in cassatie,
hierna: de man,
advocaat: C.G.A. van Stratum.





1Procesverloop

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
a. het vonnis in de zaak C/16/538432 / HL ZA 22-109 van de rechtbank Midden-Nederland van 19 april 2023;
b. de rolbeslissingen en de arresten in de zaak 200.330.880/01 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 26 september 2023 (tussenarrest), 24 oktober 2024 (rolbeslissingen) en 12 november 2024 (eindarrest).
De vrouw heeft tegen de rolbeslissingen en het eindarrest van het hof beroep in cassatie ingesteld.
De man heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend.
De zaak is voor de man toegelicht door zijn advocaat.
De conclusie van de Advocaat-Generaal B.F. Assink strekt tot verwerping van het cassatieberoep. De advocaat van de vrouw heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.





2Beoordeling van het middel
De Hoge Raad heeft de klachten over de rolbeslissingen en het eindarrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die rolbeslissingen en dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).




3Beslissing

De Hoge Raad:
- verwerpt het beroep;
- compenseert de kosten van het geding in cassatie aldus dat iedere partij de eigen kosten draagt.






Dit arrest is gewezen door de vicepresident M.J. Kroeze als voorzitter en de raadsheren C.E. du Perron en H.M. Wattendorff, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A.E.B. ter Heide op 13 februari 2026.