Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2025:824
Formele procesketen
- cassatie ECLI:NL:HR:2025:824 → ECLI:NL:GHARL:2023:2298
- conclusie ECLI:NL:HR:2025:824 → ECLI:NL:PHR:2025:320
Inhoudsindicatie
Mishandelen van hond die hij traint, art. 2.1.1 Wet dieren. Ontvankelijkheid cassatieberoep, art. 437.2 Sv. Kan klacht dat arrest hof geheel en zonder enige motivering voorbijgaat aan werkelijkheid, datering van beelden, enkele cruciale onderdelen van politierapport, feitelijke situatie en wijze waarop verdachte zijn verweer ttz. heeft laten voorleggen, worden aangemerkt als cassatiemiddel? Als cassatierechter onderzoekt HR alleen cassatiemiddelen a.b.i. wet. Als zodanig middel kan alleen gelden stellige en duidelijke klacht over schending van bepaalde rechtsregel en/of verzuim van toepasselijk vormvoorschrift door rechter die bestreden uitspraak heeft gewezen. Schriftuur voldoet niet aan dit vereiste, zodat zij onbesproken moet blijven. Geen middelen ingediend, verdachte n-o.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (10)
- ECLI:NL:PHR:2026:251 Parket bij de Hoge Raad 12-05-2026
- ECLI:NL:PHR:2026:353 Parket bij de Hoge Raad 12-05-2026
- ECLI:NL:PHR:2026:11 Parket bij de Hoge Raad 10-03-2026
- ECLI:NL:PHR:2025:1366 Parket bij de Hoge Raad 16-12-2025
- ECLI:NL:PHR:2025:1388 Parket bij de Hoge Raad 16-12-2025
- ECLI:NL:PHR:2025:1313 Parket bij de Hoge Raad 02-12-2025
- ECLI:NL:PHR:2025:1313 Parket bij de Hoge Raad 02-12-2025
- ECLI:NL:PHR:2025:705 Parket bij de Hoge Raad 15-07-2025
- ECLI:NL:PHR:2025:716 Parket bij de Hoge Raad 24-06-2025
- ECLI:NL:PHR:2025:667 Parket bij de Hoge Raad 17-06-2025
Volledige tekst
Volledige tekst (2.511 tekens)
STRAFKAMER
Nummer 23/01124
Datum 27 mei 2025
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 17 maart 2023, nummer 21-000177-22, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1961,
hierna: de verdachte.
1Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft de advocaat F.J.M. Kobossen bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld.
De advocaat-generaal D.J.M.W. Paridaens heeft geconcludeerd tot niet-ontvankelijkverklaring van het beroep.
De raadsman van de verdachte heeft daarop schriftelijk gereageerd. Deze schriftelijke reactie is in strijd met artikel 432a van het Wetboek van Strafvordering en artikel 4.2.4. van het Procesreglement Hoge Raad der Nederlanden niet ingediend door plaatsing in het webportaal. De raadsman is in de gelegenheid gesteld dit verzuim te herstellen maar daarvan is geen gebruik gemaakt. De Hoge Raad zal daarom op deze schriftelijke reactie geen acht slaan.
2Beoordeling van de schriftuur en de ontvankelijkheid van het beroep
2.1
Als cassatierechter onderzoekt de Hoge Raad alleen cassatiemiddelen (klachten) als in de wet bedoeld. Als een zodanig cassatiemiddel kan alleen gelden een stellige en duidelijke klacht over de schending van een bepaalde rechtsregel en/of het verzuim van een toepasselijk vormvoorschrift door de rechter die de bestreden uitspraak heeft gewezen. De schriftuur voldoet niet aan dit vereiste, zodat zij onbesproken moet blijven.
2.2
Nu de verdachte niet binnen de bij de wet gestelde termijn bij de Hoge Raad door een raadsman een schriftuur met cassatiemiddelen heeft doen indienen, is niet in acht genomen het voorschrift van artikel 437 lid 2 van het Wetboek van Strafvordering. Dat brengt mee dat de Hoge Raad het cassatieberoep niet in behandeling kan nemen.
3Beslissing
De Hoge Raad verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien en C.N. Dalebout, in bijzijn van de waarnemend griffier B.C. Broekhuizen-Meuter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 27 mei 2025.