Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2024:325
2024-03-08
Bestuursrecht; Belastingrecht
22/04591
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- cassatie ECLI:NL:HR:2024:325 → ECLI:NL:GHARL:2022:9076
- conclusie ECLI:NL:HR:2024:325 → ECLI:NL:PHR:2023:832
- conclusie ECLI:NL:HR:2024:325 → ECLI:NL:PHR:2023:873
Inhoudsindicatie
HR verklaart het beroep in cassatie ongegrond. Zie ook 22/04590, ECLI:NL:HR:2024:238 .
Citeert (3)
- ECLI:NL:HR:2024:238 Hoge Raad 08-03-2024
- ECLI:NL:GHARL:2022:9076 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 25-10-2022
- ECLI:NL:PHR:2023:832 Parket bij de Hoge Raad 22-09-2023
Geciteerd door (8)
- ECLI:NL:GHDHA:2026:1832 Gerechtshof Den Haag 19-03-2026
- ECLI:NL:GHDHA:2025:2876 Gerechtshof Den Haag 26-11-2025
- ECLI:NL:GHDHA:2025:757 Gerechtshof Den Haag 10-04-2025
- ECLI:NL:GHDHA:2025:757 Gerechtshof Den Haag 10-04-2025
- ECLI:NL:PHR:2025:289 Parket bij de Hoge Raad 07-03-2025
- ECLI:NL:GHDHA:2025:131 Gerechtshof Den Haag 16-01-2025
- ECLI:NL:GHDHA:2025:131 Gerechtshof Den Haag 16-01-2025
- ECLI:NL:GHDHA:2025:131 Gerechtshof Den Haag 16-01-2025
Volledige tekst
Volledige tekst (2.195 tekens)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
BELASTINGKAMER
Nummer 22/04591
Datum 8 maart 2024
ARREST
in de zaak van
[X] (hierna: belanghebbende)
tegen
het DAGELIJKS BESTUUR VAN DE GEMEENSCHAPPELIJKE REGELING GEMEENTELIJK BELASTINGKANTOOR TWENTE
op het beroep in cassatie tegen de uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 25 oktober 2022, nr. BK-ARN 21/00559, op het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Overijssel (nr. AWB 20/2151) betreffende een beschikking op grond van de Wet waardering onroerende zaken voor het jaar 2020.
1Geding in cassatie
Belanghebbende, vertegenwoordigd door G. Gieben, heeft tegen de uitspraak van het Hof beroep in cassatie ingesteld. Het beroepschrift in cassatie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Het dagelijks bestuur van de Gemeenschappelijke Regeling Gemeentelijk Belastingkantoor Twente, vertegenwoordigd door [P], heeft een verweerschrift ingediend.
De Advocaat-Generaal M.R.T. Pauwels heeft op 22 september 2023 geconcludeerd tot gegrondverklaring van het beroep in cassatie.
2Beoordeling van het middel
Het middel kan niet tot vernietiging van de bestreden uitspraak leiden op de gronden die zijn vermeld in de rechtsoverwegingen 4.1.2 tot en met 4.1.5 van het arrest dat de Hoge Raad vandaag heeft uitgesproken in de zaak met nummer 22/04590, ECLI:NL:HR:2024:238.
3Proceskosten
De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.
4Beslissing
De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J.A.R. van Eijsden als voorzitter, en de raadsheren M.W.C. Feteris, J. Wortel, M.T. Boerlage en A.E.H. van der Voort Maarschalk, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 8 maart 2024.
ECLI:NL:GHARL:2022:9076.
ECLI:NL:PHR:2023:832.
BELASTINGKAMER
Nummer 22/04591
Datum 8 maart 2024
ARREST
in de zaak van
[X] (hierna: belanghebbende)
tegen
het DAGELIJKS BESTUUR VAN DE GEMEENSCHAPPELIJKE REGELING GEMEENTELIJK BELASTINGKANTOOR TWENTE
op het beroep in cassatie tegen de uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 25 oktober 2022, nr. BK-ARN 21/00559, op het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Overijssel (nr. AWB 20/2151) betreffende een beschikking op grond van de Wet waardering onroerende zaken voor het jaar 2020.
1Geding in cassatie
Belanghebbende, vertegenwoordigd door G. Gieben, heeft tegen de uitspraak van het Hof beroep in cassatie ingesteld. Het beroepschrift in cassatie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Het dagelijks bestuur van de Gemeenschappelijke Regeling Gemeentelijk Belastingkantoor Twente, vertegenwoordigd door [P], heeft een verweerschrift ingediend.
De Advocaat-Generaal M.R.T. Pauwels heeft op 22 september 2023 geconcludeerd tot gegrondverklaring van het beroep in cassatie.
2Beoordeling van het middel
Het middel kan niet tot vernietiging van de bestreden uitspraak leiden op de gronden die zijn vermeld in de rechtsoverwegingen 4.1.2 tot en met 4.1.5 van het arrest dat de Hoge Raad vandaag heeft uitgesproken in de zaak met nummer 22/04590, ECLI:NL:HR:2024:238.
3Proceskosten
De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.
4Beslissing
De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J.A.R. van Eijsden als voorzitter, en de raadsheren M.W.C. Feteris, J. Wortel, M.T. Boerlage en A.E.H. van der Voort Maarschalk, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 8 maart 2024.
ECLI:NL:GHARL:2022:9076.
ECLI:NL:PHR:2023:832.