Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2024:1441
2024-10-11
Bestuursrecht; Belastingrecht
23/01148
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- cassatie ECLI:NL:HR:2024:1441 → ECLI:NL:GHSHE:2023:482
Inhoudsindicatie
HR verklaart het beroep in cassatie n-o.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (32)
- ECLI:NL:RBGEL:2026:6269 Rechtbank Gelderland 05-08-2026
- ECLI:NL:HR:2026:556 Hoge Raad 17-04-2026
- ECLI:NL:GHDHA:2026:326 Gerechtshof Den Haag 25-02-2026
- ECLI:NL:GHSHE:2026:322 Gerechtshof 's-Hertogenbosch 11-02-2026
- ECLI:NL:GHDHA:2025:2879 Gerechtshof Den Haag 17-12-2025
- ECLI:NL:GHDHA:2025:2382 Gerechtshof Den Haag 04-11-2025
- ECLI:NL:GHSHE:2025:2911 Gerechtshof 's-Hertogenbosch 22-10-2025
- ECLI:NL:GHAMS:2025:3155 Gerechtshof Amsterdam 21-10-2025
- ECLI:NL:GHAMS:2025:3156 Gerechtshof Amsterdam 21-10-2025
- ECLI:NL:GHSHE:2025:2701 Gerechtshof 's-Hertogenbosch 01-10-2025
- ECLI:NL:GHSHE:2025:2703 Gerechtshof 's-Hertogenbosch 01-10-2025
- ECLI:NL:GHSHE:2025:2699 Gerechtshof 's-Hertogenbosch 01-10-2025
- ECLI:NL:GHSHE:2025:2700 Gerechtshof 's-Hertogenbosch 01-10-2025
- ECLI:NL:GHSHE:2025:2593 Gerechtshof 's-Hertogenbosch 24-09-2025
- ECLI:NL:GHDHA:2025:2234 Gerechtshof Den Haag 16-09-2025
- ECLI:NL:GHDHA:2025:2234 Gerechtshof Den Haag 16-09-2025
- ECLI:NL:GHDHA:2025:2229 Gerechtshof Den Haag 10-09-2025
- ECLI:NL:GHDHA:2025:1700 Gerechtshof Den Haag 10-09-2025
- ECLI:NL:GHSHE:2025:1543 Gerechtshof 's-Hertogenbosch 04-06-2025
- ECLI:NL:PHR:2025:652 Parket bij de Hoge Raad 30-05-2025
- ECLI:NL:PHR:2025:652 Parket bij de Hoge Raad 30-05-2025
- ECLI:NL:PHR:2025:652 Parket bij de Hoge Raad 30-05-2025
- ECLI:NL:GHSHE:2025:1496 Gerechtshof 's-Hertogenbosch 28-05-2025
- ECLI:NL:GHDHA:2025:798 Gerechtshof Den Haag 30-04-2025
- ECLI:NL:GHDHA:2025:629 Gerechtshof Den Haag 10-04-2025
- ECLI:NL:GHDHA:2025:630 Gerechtshof Den Haag 10-04-2025
- ECLI:NL:GHDHA:2025:631 Gerechtshof Den Haag 10-04-2025
- ECLI:NL:GHDHA:2025:628 Gerechtshof Den Haag 10-04-2025
- ECLI:NL:GHDHA:2025:633 Gerechtshof Den Haag 10-04-2025
- ECLI:NL:GHDHA:2025:563 Gerechtshof Den Haag 03-04-2025
- ECLI:NL:GHDHA:2025:565 Gerechtshof Den Haag 03-04-2025
- ECLI:NL:GHDHA:2025:564 Gerechtshof Den Haag 03-04-2025
Volledige tekst
Volledige tekst (2.040 tekens)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
BELASTINGKAMER
Nummer 23/01148
Datum 11 oktober 2024
ARREST
op het door G. Gieben ingestelde beroep in cassatie tegen de uitspraak van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch van 8 februari 2023, nr. 21/01264.
1Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie
Het beroep in cassatie is volgens het beroepschrift ingesteld namens [X]. De griffier van de Hoge Raad heeft op 19 augustus 2024 een bericht in het digitale dossier geplaatst waarbij de indiener van het beroepschrift is verzocht binnen vier weken een bewijsstuk over te leggen waaruit blijkt dat hij is gemachtigd om het beroepschrift in cassatie in te dienen, dan wel een verklaring van degene namens wie hij beroep in cassatie heeft ingesteld dat deze daarmee instemt. Van de plaatsing van het hiervoor vermelde bericht in dit digitale dossier is eveneens op 19 augustus 2024 een kennisgeving verzonden naar het door de indiener voor dit doel opgegeven e-mailadres. Op grond hiervan neemt de Hoge Raad aan dat de indiener dit bericht heeft ontvangen, en wel, gelet op artikel 8:36c, lid 2, Awb, op 19 augustus 2024. De indiener van het beroepschrift heeft de gevraagde machtiging of verklaring echter niet overgelegd. Daarom gaat de Hoge Raad ervan uit dat de indiener van het beroepschrift niet bevoegd was om namens [X] beroep in cassatie in te stellen en zal de Hoge Raad op die grond het beroep in cassatie niet-ontvankelijk verklaren.
2Proceskosten
De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.
3Beslissing
De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J.A.R. van Eijsden als voorzitter, en de raadsheren J. Wortel en M.T. Boerlage, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 11 oktober 2024.
BELASTINGKAMER
Nummer 23/01148
Datum 11 oktober 2024
ARREST
op het door G. Gieben ingestelde beroep in cassatie tegen de uitspraak van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch van 8 februari 2023, nr. 21/01264.
1Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie
Het beroep in cassatie is volgens het beroepschrift ingesteld namens [X]. De griffier van de Hoge Raad heeft op 19 augustus 2024 een bericht in het digitale dossier geplaatst waarbij de indiener van het beroepschrift is verzocht binnen vier weken een bewijsstuk over te leggen waaruit blijkt dat hij is gemachtigd om het beroepschrift in cassatie in te dienen, dan wel een verklaring van degene namens wie hij beroep in cassatie heeft ingesteld dat deze daarmee instemt. Van de plaatsing van het hiervoor vermelde bericht in dit digitale dossier is eveneens op 19 augustus 2024 een kennisgeving verzonden naar het door de indiener voor dit doel opgegeven e-mailadres. Op grond hiervan neemt de Hoge Raad aan dat de indiener dit bericht heeft ontvangen, en wel, gelet op artikel 8:36c, lid 2, Awb, op 19 augustus 2024. De indiener van het beroepschrift heeft de gevraagde machtiging of verklaring echter niet overgelegd. Daarom gaat de Hoge Raad ervan uit dat de indiener van het beroepschrift niet bevoegd was om namens [X] beroep in cassatie in te stellen en zal de Hoge Raad op die grond het beroep in cassatie niet-ontvankelijk verklaren.
2Proceskosten
De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.
3Beslissing
De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J.A.R. van Eijsden als voorzitter, en de raadsheren J. Wortel en M.T. Boerlage, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 11 oktober 2024.