Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2023:498
Formele procesketen
- cassatie ECLI:NL:HR:2023:498 → ECLI:NL:GHAMS:2018:1427
- conclusie ECLI:NL:HR:2023:498 → ECLI:NL:PHR:2023:396
Inhoudsindicatie
Drugslab in woning. Aanwezig hebben van cocaïne (art. 2.C Opiumwet) en voorbereidingshandelingen m.b.t. bewerken van cocaïne (art. 10a.1.3 jo. 10.4 jo. 2.B Opiumwet) door bewoner/huurder van woning. Vrijspraak in eerste aanleg. Bewijsklachten, alternatief scenario en wetenschap van bewoner/huurder van woning. HR: Feitenrechter beslist wat hij van beschikbaar bewijsmateriaal betrouwbaar en bruikbaar vindt en aan welk bewijsmateriaal hij geen waarde toekent. Deze beslissingen over selectie en waardering van bewijsmateriaal hoeven niet te worden gemotiveerd, behalve in bijzondere gevallen. Bij beoordeling van beschikbaar bewijsmateriaal kan feitenrechter betekenis toekennen aan onder meer onderlinge samenhang van bewijsmateriaal en mate waarin bewijsmateriaal steun vindt in ander bewijsmateriaal. In cassatie kan HR onderzoeken of conclusies van feitelijke aard, die feitenrechter heeft getrokken uit feiten en omstandigheden die in bewijsmiddelen zijn vastgesteld, begrijpelijk zijn. Om redenen vermeld in CAG faalt middel. CAG: Hof heeft alternatief scenario (familielid van verdachte heeft goederen na vertrek van verdachte uit woning binnen woning gebracht) wegens ongeloofwaardigheid verworpen. Dit betekent dat in ’s hofs overwegingen besloten liggende uitgangspunt (iemand die bewoner/huurder is van woning weet wat zich daarin afspeelt en maakt zich reeds daarom schuldig maakt aan opzettelijk aanwezig hebben van de in woning aangetroffen cocaïne, stoffen en voorwerpen) kan worden gevolgd. Daarmee ligt in ‘s hofs bewijsconstructie besloten dat verdachte degene was die goederen en voorwerpen aanwezig/voorhanden heeft gehad. Volgt verwerping.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (54)
- ECLI:NL:RBNNE:2026:3446 Rechtbank Noord-Nederland 13-08-2026
- ECLI:NL:GHSHE:2026:2212 Gerechtshof 's-Hertogenbosch 31-07-2026
- ECLI:NL:GHSHE:2026:1932 Gerechtshof 's-Hertogenbosch 20-07-2026
- ECLI:NL:GHDHA:2026:2650 Gerechtshof Den Haag 20-07-2026
- ECLI:NL:GHSHE:2026:1914 Gerechtshof 's-Hertogenbosch 20-07-2026
- ECLI:NL:GHSHE:2026:1697 Gerechtshof 's-Hertogenbosch 26-06-2026
- ECLI:NL:GHSHE:2026:1110 Gerechtshof 's-Hertogenbosch 23-04-2026
- ECLI:NL:PHR:2026:69 Parket bij de Hoge Raad 13-01-2026
- ECLI:NL:PHR:2026:70 Parket bij de Hoge Raad 13-01-2026
- ECLI:NL:GHSHE:2026:27 Gerechtshof 's-Hertogenbosch 08-01-2026
- ECLI:NL:PHR:2025:910 Parket bij de Hoge Raad 04-11-2025
- ECLI:NL:RBGEL:2025:11817 Rechtbank Gelderland 30-09-2025
- ECLI:NL:RBGEL:2025:11909 Rechtbank Gelderland 18-09-2025
- ECLI:NL:RBGEL:2025:11909 Rechtbank Gelderland 18-09-2025
- ECLI:NL:GHSHE:2025:1448 Gerechtshof 's-Hertogenbosch 23-05-2025
- ECLI:NL:GHSHE:2025:1266 Gerechtshof 's-Hertogenbosch 24-04-2025
- ECLI:NL:GHSHE:2025:1159 Gerechtshof 's-Hertogenbosch 23-04-2025
- ECLI:NL:PHR:2025:641 Parket bij de Hoge Raad 01-04-2025
- ECLI:NL:PHR:2025:367 Parket bij de Hoge Raad 25-03-2025
- ECLI:NL:PHR:2025:127 Parket bij de Hoge Raad 18-03-2025
- ECLI:NL:GHSHE:2025:774 Gerechtshof 's-Hertogenbosch 12-03-2025
- ECLI:NL:PHR:2025:23 Parket bij de Hoge Raad 07-01-2025
- ECLI:NL:PHR:2025:4 Parket bij de Hoge Raad 07-01-2025
- ECLI:NL:PHR:2025:23 Parket bij de Hoge Raad 07-01-2025
- ECLI:NL:PHR:2024:1334 Parket bij de Hoge Raad 10-12-2024
- ECLI:NL:PHR:2024:1268 Parket bij de Hoge Raad 26-11-2024
- ECLI:NL:PHR:2024:1174 Parket bij de Hoge Raad 05-11-2024
- ECLI:NL:PHR:2024:1091 Parket bij de Hoge Raad 22-10-2024
- ECLI:NL:PHR:2024:993 Parket bij de Hoge Raad 08-10-2024
- ECLI:NL:PHR:2024:941 Parket bij de Hoge Raad 24-09-2024
- ECLI:NL:PHR:2024:941 Parket bij de Hoge Raad 24-09-2024
- ECLI:NL:RBAMS:2024:5554 Rechtbank Amsterdam 06-09-2024
- ECLI:NL:RBAMS:2024:5553 Rechtbank Amsterdam 06-09-2024
- ECLI:NL:RBAMS:2024:5552 Rechtbank Amsterdam 06-09-2024
- ECLI:NL:GHSHE:2024:2495 Gerechtshof 's-Hertogenbosch 02-08-2024
- ECLI:NL:PHR:2024:640 Parket bij de Hoge Raad 25-06-2024
- ECLI:NL:PHR:2024:587 Parket bij de Hoge Raad 18-06-2024
- ECLI:NL:PHR:2024:577 Parket bij de Hoge Raad 04-06-2024
- ECLI:NL:PHR:2024:635 Parket bij de Hoge Raad 14-05-2024
- ECLI:NL:PHR:2024:443 Parket bij de Hoge Raad 23-04-2024
- ECLI:NL:GHSHE:2024:1261 Gerechtshof 's-Hertogenbosch 10-04-2024
- ECLI:NL:PHR:2024:309 Parket bij de Hoge Raad 19-03-2024
- ECLI:NL:GHSHE:2024:926 Gerechtshof 's-Hertogenbosch 15-03-2024
- ECLI:NL:GHSHE:2024:927 Gerechtshof 's-Hertogenbosch 15-03-2024
- ECLI:NL:PHR:2024:273 Parket bij de Hoge Raad 12-03-2024
- ECLI:NL:PHR:2024:169 Parket bij de Hoge Raad 27-02-2024
- ECLI:NL:PHR:2024:401 Parket bij de Hoge Raad 27-02-2024
- ECLI:NL:PHR:2024:311 Parket bij de Hoge Raad 23-01-2024
- ECLI:NL:PHR:2024:84 Parket bij de Hoge Raad 23-01-2024
- ECLI:NL:GHSHE:2023:4335 Gerechtshof 's-Hertogenbosch 18-12-2023
- ECLI:NL:PHR:2023:1081 Parket bij de Hoge Raad 28-11-2023
- ECLI:NL:PHR:2023:931 Parket bij de Hoge Raad 17-10-2023
- ECLI:NL:GHSHE:2023:3064 Gerechtshof 's-Hertogenbosch 20-09-2023
- ECLI:NL:PHR:2023:480 Parket bij de Hoge Raad 16-05-2023
Volledige tekst
Volledige tekst (3.451 tekens)
STRAFKAMER
Nummer 18/02441
Datum 4 april 2023
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam van 24 april 2018, nummer 23/002907-15, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1974,
hierna: de verdachte.
1Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft J. Kuijper, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal P.C. Vegter heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak, maar uitsluitend wat de duur van de opgelegde straf betreft, tot vermindering daarvan naar de gebruikelijke maatstaf, en tot verwerping van het beroep voor het overige.
2Beoordeling van het eerste cassatiemiddel
2.1
Het cassatiemiddel klaagt dat de bewezenverklaring van het onder 1 en 2 ten laste gelegde niet uit de bewijsvoering kan worden afgeleid.
2.2
Bij de beoordeling van het cassatiemiddel moet het volgende worden vooropgesteld. De rechter die over de feiten oordeelt, beslist wat hij van het beschikbare bewijsmateriaal betrouwbaar en bruikbaar vindt en aan welk bewijsmateriaal hij geen waarde toekent. De feitenrechter hoeft deze beslissingen over de selectie en waardering van het bewijsmateriaal niet te motiveren, behalve in bijzondere gevallen. Bij de beoordeling van het beschikbare bewijsmateriaal kan de feitenrechter betekenis toekennen aan onder meer de onderlinge samenhang van dit bewijsmateriaal en de mate waarin bewijsmateriaal steun vindt in ander bewijsmateriaal. In cassatie kan de Hoge Raad onderzoeken of de conclusies van feitelijke aard, die de feitenrechter heeft getrokken uit de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vastgesteld, begrijpelijk zijn.
2.3
Het cassatiemiddel faalt. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal onder 4 tot en met 11.
3Beoordeling van het tweede cassatiemiddel
3.1
Het cassatiemiddel klaagt dat in de cassatiefase de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 lid 1 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden is overschreden omdat de stukken te laat door het hof zijn ingezonden.
3.2
Het cassatiemiddel is gegrond. Dit moet leiden tot vermindering van de opgelegde gevangenisstraf van negen maanden, waarvan zes maanden voorwaardelijk.
4Beslissing
De Hoge Raad:
- vernietigt de uitspraak van het hof, maar uitsluitend wat betreft de duur van de opgelegde gevangenisstraf;
- vermindert deze in die zin dat deze acht maanden en twee weken, waarvan zes maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren beloopt;
- verwerpt het beroep voor het overige.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren J.C.A.M. Claassens en A.E.M. Röttgering, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 4 april 2023.