Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Hoge Raad

ECLI:NL:HR:2022:558

2022-04-08 Civiel recht 22/00003
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Hoge Raad
Uitspraakdatum
2022-04-08
Publicatiedatum
2022-04-07
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedure
Cassatie
Zaaknummer
22/00003
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl | RvdW 2022/397 | Prg. 2022/173

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

Cassatieprocesrecht. Art. 30c lid 1 Rv; art. 426a lid 1 Rv. Ontvankelijkheid. Procesinleiding niet ingediend langs elektronische weg; niet ondertekend door advocaat bij de Hoge Raad.

Citeert (1)

Geciteerd door (6)

Volledige tekst

Volledige tekst (2.099 tekens)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN



CIVIELE KAMER





Nummer 22/00003

Datum 8 april 2022




BESCHIKKING




In de zaak van




[verzoekster] B.V.,gevestigd te [vstigingsplaats],
VERZOEKSTER tot cassatie,
hierna: [verzoekster].






1Procesverloop

Voor het verloop van het geding in feitelijke instantie verwijst de Hoge Raad naar de beslissing in de zaak 200.301.985/02 van de wrakingskamer van het gerechtshof Amsterdam van 13 december 2021.
Namens [verzoekster] heeft de heer K. Aachboun tegen de beslissing van het hof beroep in cassatie ingesteld. De procesinleiding is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De conclusie van de Advocaat-Generaal T. Hartlief strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van [verzoekster] in haar cassatieberoep.





2Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep
Het cassatieberoep is niet ingesteld op de in art. 30c lid 1 Rv voorgeschreven wijze, te weten door indiening van een procesinleiding langs elektronische weg. Ook is de procesinleiding niet, zoals vereist door art. 426a lid 1 Rv, ondertekend door een advocaat bij de Hoge Raad. Deze verzuimen konden worden hersteld door dezelfde procesinleiding met inachtneming van de vereisten van de art. 30c en 426a lid 1 Rv opnieuw in te dienen. [verzoekster] heeft evenwel geen gebruik gemaakt van de mogelijkheid om de verzuimen binnen twee weken te herstellen. Dit brengt mee dat zij in haar beroep niet-ontvankelijk dient te worden verklaard.





3Beslissing
De Hoge Raad verklaart [verzoekster] niet-ontvankelijk in haar beroep.




Deze beschikking is gegeven door de raadsheren C.E. du Perron, als voorzitter, C.H. Sieburgh en A.E.B. ter Heide, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer H.M. Wattendorff op 8 april 2022.



Vgl. HR 18 december 1998, ECLI:NL:HR:1998:AD2977.