Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2022:558
2022-04-08
Civiel recht
22/00003
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- cassatie ECLI:NL:HR:2022:558 → ECLI:NL:GHAMS:2021:4275 niet ontvankelijk
- conclusie ECLI:NL:HR:2022:558 → ECLI:NL:PHR:2022:162 gevolgd
Inhoudsindicatie
Cassatieprocesrecht. Art. 30c lid 1 Rv; art. 426a lid 1 Rv. Ontvankelijkheid. Procesinleiding niet ingediend langs elektronische weg; niet ondertekend door advocaat bij de Hoge Raad.
Citeert (1)
- ECLI:NL:HR:1998:AD2977 Hoge Raad 18-12-1998
Geciteerd door (6)
- ECLI:NL:PHR:2024:866 Parket bij de Hoge Raad 02-08-2024
- ECLI:NL:PHR:2024:865 Parket bij de Hoge Raad 02-08-2024
- ECLI:NL:PHR:2024:120 Parket bij de Hoge Raad 12-01-2024
- ECLI:NL:PHR:2023:443 Parket bij de Hoge Raad 24-03-2023
- ECLI:NL:PHR:2022:902 Parket bij de Hoge Raad 16-09-2022
- ECLI:NL:PHR:2022:807 Parket bij de Hoge Raad 09-09-2022
Volledige tekst
Volledige tekst (2.099 tekens)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer 22/00003
Datum 8 april 2022
BESCHIKKING
In de zaak van
[verzoekster] B.V.,gevestigd te [vstigingsplaats],
VERZOEKSTER tot cassatie,
hierna: [verzoekster].
1Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instantie verwijst de Hoge Raad naar de beslissing in de zaak 200.301.985/02 van de wrakingskamer van het gerechtshof Amsterdam van 13 december 2021.
Namens [verzoekster] heeft de heer K. Aachboun tegen de beslissing van het hof beroep in cassatie ingesteld. De procesinleiding is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De conclusie van de Advocaat-Generaal T. Hartlief strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van [verzoekster] in haar cassatieberoep.
2Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep
Het cassatieberoep is niet ingesteld op de in art. 30c lid 1 Rv voorgeschreven wijze, te weten door indiening van een procesinleiding langs elektronische weg. Ook is de procesinleiding niet, zoals vereist door art. 426a lid 1 Rv, ondertekend door een advocaat bij de Hoge Raad. Deze verzuimen konden worden hersteld door dezelfde procesinleiding met inachtneming van de vereisten van de art. 30c en 426a lid 1 Rv opnieuw in te dienen. [verzoekster] heeft evenwel geen gebruik gemaakt van de mogelijkheid om de verzuimen binnen twee weken te herstellen. Dit brengt mee dat zij in haar beroep niet-ontvankelijk dient te worden verklaard.
3Beslissing
De Hoge Raad verklaart [verzoekster] niet-ontvankelijk in haar beroep.
Deze beschikking is gegeven door de raadsheren C.E. du Perron, als voorzitter, C.H. Sieburgh en A.E.B. ter Heide, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer H.M. Wattendorff op 8 april 2022.
Vgl. HR 18 december 1998, ECLI:NL:HR:1998:AD2977.
CIVIELE KAMER
Nummer 22/00003
Datum 8 april 2022
BESCHIKKING
In de zaak van
[verzoekster] B.V.,gevestigd te [vstigingsplaats],
VERZOEKSTER tot cassatie,
hierna: [verzoekster].
1Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instantie verwijst de Hoge Raad naar de beslissing in de zaak 200.301.985/02 van de wrakingskamer van het gerechtshof Amsterdam van 13 december 2021.
Namens [verzoekster] heeft de heer K. Aachboun tegen de beslissing van het hof beroep in cassatie ingesteld. De procesinleiding is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De conclusie van de Advocaat-Generaal T. Hartlief strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van [verzoekster] in haar cassatieberoep.
2Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep
Het cassatieberoep is niet ingesteld op de in art. 30c lid 1 Rv voorgeschreven wijze, te weten door indiening van een procesinleiding langs elektronische weg. Ook is de procesinleiding niet, zoals vereist door art. 426a lid 1 Rv, ondertekend door een advocaat bij de Hoge Raad. Deze verzuimen konden worden hersteld door dezelfde procesinleiding met inachtneming van de vereisten van de art. 30c en 426a lid 1 Rv opnieuw in te dienen. [verzoekster] heeft evenwel geen gebruik gemaakt van de mogelijkheid om de verzuimen binnen twee weken te herstellen. Dit brengt mee dat zij in haar beroep niet-ontvankelijk dient te worden verklaard.
3Beslissing
De Hoge Raad verklaart [verzoekster] niet-ontvankelijk in haar beroep.
Deze beschikking is gegeven door de raadsheren C.E. du Perron, als voorzitter, C.H. Sieburgh en A.E.B. ter Heide, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer H.M. Wattendorff op 8 april 2022.
Vgl. HR 18 december 1998, ECLI:NL:HR:1998:AD2977.