Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Hoge Raad

ECLI:NL:HR:2022:1861

2022-12-13 Strafrecht 22/00380
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Hoge Raad
Uitspraakdatum
2022-12-13
Publicatiedatum
2022-12-12
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
Zaaknummer
22/00380
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl | RvdW 2023/73

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

Caribische zaak. Gewapende overvallen in Curaçao. Medeplegen diefstal met geweld (art. 2:289 jo. 2:291 SrC), eendaadse samenloop van medeplegen diefstal met geweld en afpersing (art. 2:289 jo. 2:291 en 2:294 SrC), gekwalificeerde doodslag (art. 2:260 jo. 1:123 SrC) en medeplegen voorhanden hebben vuurwapen en munitie (art. 3.1 jo. 11 Vuurwapenverordening 1930). 1. Bewijsklacht doodslag. Strekt opzet van verdachte zich uit tot het door medeverdachte uitgevoerde dodelijke schot op slachtoffer? 2. Strafmotivering (gevangenisstraf van 14 jaren). Verzoek om jeugdsanctie op te leggen, nu verdachte t.t.v. plegen van delicten 18 jaren oud was, hij jong en onvolwassen is, hij een laag intelligentieniveau heeft en hij nodige hulp (opgelegd) moet krijgen. HR: art. 81.1 RO.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (2)

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (3.080 tekens)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN



STRAFKAMER






Nummer 22/00380 C

Datum 13 december 2022




ARREST




op het beroep in cassatie tegen een vonnis van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba van 18 maart 2021, nummer H 241/2019, in de strafzaak



tegen




[verdachte],
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 2000,
hierna: de verdachte.





1Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft J. Kuijper, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal E.J. Hofstee heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak, maar uitsluitend wat betreft de duur van de opgelegde gevangenisstraf, tot vermindering daarvan aan de hand van de gebruikelijke maatstaf en tot verwerping van het beroep voor het overige.




2Beoordeling van het eerste en het tweede cassatiemiddel
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).



3Beoordeling van het derde cassatiemiddel

3.1
Het cassatiemiddel klaagt dat in de cassatiefase de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 lid 1 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (hierna: EVRM) is overschreden omdat de stukken te laat door het hof zijn ingezonden.


3.2
Het cassatiemiddel is gegrond. Bovendien doet de Hoge Raad in deze zaak waarin de verdachte zich in voorlopige hechtenis bevindt, uitspraak nadat meer dan zestien maanden zijn verstreken na het instellen van het cassatieberoep. Een en ander brengt mee dat de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 lid 1 EVRM is overschreden. Dit moet leiden tot vermindering van de opgelegde gevangenisstraf van veertien jaren.




4Beslissing

De Hoge Raad:
- vernietigt de uitspraak van het hof, maar uitsluitend wat betreft de duur van de opgelegde gevangenisstraf;
- vermindert deze in die zin dat deze dertien jaren en acht maanden beloopt;
- verwerpt het beroep voor het overige.




Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en M.J. Borgers, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 13 december 2022.