Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2022:1526
2022-10-21
Bestuursrecht; Belastingrecht
22/00755
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- cassatie ECLI:NL:HR:2022:1526 → ECLI:NL:GHAMS:2022:310 bekrachtiging/bevestiging
Inhoudsindicatie
HR: 81.1 RO.
Citeert (1)
- ECLI:NL:GHAMS:2022:310 Gerechtshof Amsterdam 20-01-2022
Geciteerd door (69)
- ECLI:NL:GHAMS:2026:2572 Gerechtshof Amsterdam 02-07-2026
- ECLI:NL:GHAMS:2026:798 Gerechtshof Amsterdam 03-03-2026
- ECLI:NL:GHAMS:2026:518 Gerechtshof Amsterdam 10-02-2026
- ECLI:NL:GHAMS:2025:3214 Gerechtshof Amsterdam 02-12-2025
- ECLI:NL:GHAMS:2025:2583 Gerechtshof Amsterdam 22-09-2025
- ECLI:NL:RBMNE:2025:5148 Rechtbank Midden-Nederland 19-09-2025
- ECLI:NL:GHAMS:2025:2406 Gerechtshof Amsterdam 09-09-2025
- ECLI:NL:RBNHO:2025:10296 Rechtbank Noord-Holland 28-08-2025
- ECLI:NL:RBMNE:2025:4216 Rechtbank Midden-Nederland 04-08-2025
- ECLI:NL:RBMNE:2025:3602 Rechtbank Midden-Nederland 17-07-2025
- ECLI:NL:GHAMS:2025:1473 Gerechtshof Amsterdam 27-05-2025
- ECLI:NL:GHAMS:2025:1474 Gerechtshof Amsterdam 27-05-2025
- ECLI:NL:GHDHA:2025:973 Gerechtshof Den Haag 21-05-2025
- ECLI:NL:RBMNE:2025:2088 Rechtbank Midden-Nederland 28-04-2025
- ECLI:NL:RBMNE:2025:2085 Rechtbank Midden-Nederland 15-04-2025
- ECLI:NL:GHAMS:2025:1151 Gerechtshof Amsterdam 01-04-2025
- ECLI:NL:GHAMS:2025:1162 Gerechtshof Amsterdam 01-04-2025
- ECLI:NL:GHAMS:2025:3307 Gerechtshof Amsterdam 27-03-2025
- ECLI:NL:RBMNE:2025:4810 Rechtbank Midden-Nederland 24-03-2025
- ECLI:NL:RBMNE:2025:4814 Rechtbank Midden-Nederland 24-03-2025
- ECLI:NL:RBMNE:2025:4815 Rechtbank Midden-Nederland 24-03-2025
- ECLI:NL:GHAMS:2025:726 Gerechtshof Amsterdam 14-03-2025
- ECLI:NL:GHAMS:2025:724 Gerechtshof Amsterdam 11-03-2025
- ECLI:NL:GHAMS:2025:725 Gerechtshof Amsterdam 11-03-2025
- ECLI:NL:GHDHA:2025:412 Gerechtshof Den Haag 06-03-2025
- ECLI:NL:GHDHA:2025:412 Gerechtshof Den Haag 06-03-2025
- ECLI:NL:GHDHA:2025:697 Gerechtshof Den Haag 06-03-2025
- ECLI:NL:GHDHA:2025:133 Gerechtshof Den Haag 16-01-2025
- ECLI:NL:GHDHA:2025:53 Gerechtshof Den Haag 14-01-2025
- ECLI:NL:GHDHA:2025:128 Gerechtshof Den Haag 14-01-2025
- ECLI:NL:GHDHA:2025:98 Gerechtshof Den Haag 09-01-2025
- ECLI:NL:GHDHA:2025:98 Gerechtshof Den Haag 09-01-2025
- ECLI:NL:GHDHA:2025:163 Gerechtshof Den Haag 09-01-2025
- ECLI:NL:GHDHA:2025:163 Gerechtshof Den Haag 09-01-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2024:23730 Rechtbank Den Haag 02-12-2024
- ECLI:NL:GHDHA:2024:2200 Gerechtshof Den Haag 13-11-2024
- ECLI:NL:GHDHA:2024:2663 Gerechtshof Den Haag 13-11-2024
- ECLI:NL:RBROT:2024:10995 Rechtbank Rotterdam 25-10-2024
- ECLI:NL:GHDHA:2024:1806 Gerechtshof Den Haag 09-10-2024
- ECLI:NL:RBMNE:2024:6775 Rechtbank Midden-Nederland 02-10-2024
- ECLI:NL:RBMNE:2024:6776 Rechtbank Midden-Nederland 02-10-2024
- ECLI:NL:GHAMS:2024:2917 Gerechtshof Amsterdam 01-10-2024
- ECLI:NL:GHAMS:2024:2626 Gerechtshof Amsterdam 05-09-2024
- ECLI:NL:RBMNE:2024:7248 Rechtbank Midden-Nederland 16-08-2024
- ECLI:NL:RBMNE:2024:7250 Rechtbank Midden-Nederland 16-08-2024
- ECLI:NL:GHAMS:2024:1524 Gerechtshof Amsterdam 04-06-2024
- ECLI:NL:RBMNE:2024:3232 Rechtbank Midden-Nederland 27-05-2024
- ECLI:NL:RBMNE:2024:3233 Rechtbank Midden-Nederland 27-05-2024
- ECLI:NL:RBDHA:2024:6759 Rechtbank Den Haag 23-04-2024
- ECLI:NL:RBMNE:2024:2435 Rechtbank Midden-Nederland 19-04-2024
- ECLI:NL:RBDHA:2024:2267 Rechtbank Den Haag 21-02-2024
- ECLI:NL:GHDHA:2024:150 Gerechtshof Den Haag 17-01-2024
- ECLI:NL:RBMNE:2023:6668 Rechtbank Midden-Nederland 14-12-2023
- ECLI:NL:GHAMS:2023:3565 Gerechtshof Amsterdam 21-11-2023
- ECLI:NL:RBNHO:2023:9694 Rechtbank Noord-Holland 03-10-2023
- ECLI:NL:RBDHA:2023:13861 Rechtbank Den Haag 13-09-2023
- ECLI:NL:RBDHA:2023:13995 Rechtbank Den Haag 08-09-2023
- ECLI:NL:RBDHA:2023:13997 Rechtbank Den Haag 08-09-2023
- ECLI:NL:RBROT:2023:5496 Rechtbank Rotterdam 27-06-2023
- ECLI:NL:RBROT:2023:5495 Rechtbank Rotterdam 27-06-2023
Volledige tekst
Volledige tekst (2.151 tekens)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
BELASTINGKAMER
Nummer 22/00755
Datum 21 oktober 2022
ARREST
in de zaak van
[X] te [Z] (hierna: belanghebbende)
tegen
het COLLEGE VAN BURGEMEESTER EN WETHOUDERS VAN DE GEMEENTE AMSTERDAM
op het beroep in cassatie tegen de uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam van 20 januari 2022, nr. BKDH-21/00955, op het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Amsterdam (nr. AMS 18/6094) betreffende een verzoek om een beschikking op grond van de Wet waardering onroerende zaken.
1Geding in cassatie
Belanghebbende, vertegenwoordigd door A. Bakker, heeft tegen de uitspraak van het Hof beroep in cassatie ingesteld en daarbij een aantal klachten aangevoerd.
Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam, vertegenwoordigd door J.G. Bakker, heeft een verweerschrift ingediend.
2Beoordeling van de klachten
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het Hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3Proceskosten
De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.
4Beslissing
De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.
Dit arrest is gewezen door de vice-president R.J. Koopman als voorzitter, en de raadsheren J. Wortel en M.T. Boerlage, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 21 oktober 2022.
ECLI:NL:GHAMS:2022:310.
BELASTINGKAMER
Nummer 22/00755
Datum 21 oktober 2022
ARREST
in de zaak van
[X] te [Z] (hierna: belanghebbende)
tegen
het COLLEGE VAN BURGEMEESTER EN WETHOUDERS VAN DE GEMEENTE AMSTERDAM
op het beroep in cassatie tegen de uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam van 20 januari 2022, nr. BKDH-21/00955, op het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Amsterdam (nr. AMS 18/6094) betreffende een verzoek om een beschikking op grond van de Wet waardering onroerende zaken.
1Geding in cassatie
Belanghebbende, vertegenwoordigd door A. Bakker, heeft tegen de uitspraak van het Hof beroep in cassatie ingesteld en daarbij een aantal klachten aangevoerd.
Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam, vertegenwoordigd door J.G. Bakker, heeft een verweerschrift ingediend.
2Beoordeling van de klachten
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het Hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3Proceskosten
De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.
4Beslissing
De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.
Dit arrest is gewezen door de vice-president R.J. Koopman als voorzitter, en de raadsheren J. Wortel en M.T. Boerlage, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 21 oktober 2022.
ECLI:NL:GHAMS:2022:310.