Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2022:125
2022-02-04
Civiel recht
21/04774
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- conclusie ECLI:NL:HR:2022:125 → ECLI:NL:PHR:2021:1195 gevolgd
Inhoudsindicatie
Cassatieprocesrecht. Art. 30c lid 1 Rv; art. 426a lid 1 Rv. Niet-ontvankelijkheid. Procesinleiding niet ingediend langs elektronische weg. Niet ondertekend door advocaat bij de Hoge Raad.
Citeert (1)
- ECLI:NL:HR:1998:AD2977 Hoge Raad 18-12-1998
Geciteerd door (12)
- ECLI:NL:PHR:2024:865 Parket bij de Hoge Raad 02-08-2024
- ECLI:NL:PHR:2024:866 Parket bij de Hoge Raad 02-08-2024
- ECLI:NL:PHR:2024:120 Parket bij de Hoge Raad 12-01-2024
- ECLI:NL:PHR:2023:1122 Parket bij de Hoge Raad 08-12-2023
- ECLI:NL:PHR:2023:1122 Parket bij de Hoge Raad 08-12-2023
- ECLI:NL:PHR:2023:1122 Parket bij de Hoge Raad 08-12-2023
- ECLI:NL:PHR:2023:443 Parket bij de Hoge Raad 24-03-2023
- ECLI:NL:PHR:2022:902 Parket bij de Hoge Raad 16-09-2022
- ECLI:NL:PHR:2022:807 Parket bij de Hoge Raad 09-09-2022
- ECLI:NL:PHR:2022:258 Parket bij de Hoge Raad 18-03-2022
- ECLI:NL:PHR:2022:162 Parket bij de Hoge Raad 18-02-2022
- ECLI:NL:PHR:2022:162 Parket bij de Hoge Raad 18-02-2022
Volledige tekst
Volledige tekst (2.316 tekens)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer 21/04774
Datum 4 februari 2022
BESCHIKKING
In de zaak van
[verzoekster] B.V.,gevestigd te [vestigingsplaats] ,
VERZOEKSTER tot cassatie,
hierna: [verzoekster] .
1Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
a. de beslissing in de zaak HA RK 21/187 van de wrakingskamer van de rechtbank Amsterdam van 27 oktober 2021;
b. de beslissing in de zaak 200.301.704/01 van de wrakingskamer van het gerechtshof Amsterdam van 2 november 2021.
Namens [verzoekster] heeft [betrokkene 1] tegen de beschikking van het hof beroep in cassatie ingesteld. De procesinleiding is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De conclusie van de Advocaat-Generaal T. Hartlief strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van [verzoekster] in haar cassatieberoep.
Namens [verzoekster] heeft [betrokkene 1] schriftelijk op die conclusie gereageerd.
2Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep
Het cassatieberoep is niet ingesteld op de in art. 30c lid 1 Rv voorgeschreven wijze, te weten door indiening van een procesinleiding langs elektronische weg. Ook is de procesinleiding niet, zoals vereist door art. 426a lid 1 Rv, ondertekend door een advocaat bij de Hoge Raad. Deze verzuimen konden worden hersteld door dezelfde procesinleiding met inachtneming van de vereisten van de art. 30c en 426a lid 1 Rv opnieuw in te dienen. [verzoekster] heeft evenwel geen gebruik gemaakt van de mogelijkheid om de verzuimen binnen twee weken te herstellen. Dit brengt mee dat zij in haar beroep niet-ontvankelijk dient te worden verklaard.
3Beslissing
De Hoge Raad verklaart [verzoekster] niet-ontvankelijk in haar beroep.
Deze beschikking is gegeven door de raadsheren T.H. Tanja-van den Broek, als voorzitter, A.E.B. ter Heide en S.J. Schaafsma, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer H.M. Wattendorff op 4 februari 2022.
Vgl. HR 18 december 1998, ECLI:NL:HR:1998:AD2977.
CIVIELE KAMER
Nummer 21/04774
Datum 4 februari 2022
BESCHIKKING
In de zaak van
[verzoekster] B.V.,gevestigd te [vestigingsplaats] ,
VERZOEKSTER tot cassatie,
hierna: [verzoekster] .
1Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
a. de beslissing in de zaak HA RK 21/187 van de wrakingskamer van de rechtbank Amsterdam van 27 oktober 2021;
b. de beslissing in de zaak 200.301.704/01 van de wrakingskamer van het gerechtshof Amsterdam van 2 november 2021.
Namens [verzoekster] heeft [betrokkene 1] tegen de beschikking van het hof beroep in cassatie ingesteld. De procesinleiding is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De conclusie van de Advocaat-Generaal T. Hartlief strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van [verzoekster] in haar cassatieberoep.
Namens [verzoekster] heeft [betrokkene 1] schriftelijk op die conclusie gereageerd.
2Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep
Het cassatieberoep is niet ingesteld op de in art. 30c lid 1 Rv voorgeschreven wijze, te weten door indiening van een procesinleiding langs elektronische weg. Ook is de procesinleiding niet, zoals vereist door art. 426a lid 1 Rv, ondertekend door een advocaat bij de Hoge Raad. Deze verzuimen konden worden hersteld door dezelfde procesinleiding met inachtneming van de vereisten van de art. 30c en 426a lid 1 Rv opnieuw in te dienen. [verzoekster] heeft evenwel geen gebruik gemaakt van de mogelijkheid om de verzuimen binnen twee weken te herstellen. Dit brengt mee dat zij in haar beroep niet-ontvankelijk dient te worden verklaard.
3Beslissing
De Hoge Raad verklaart [verzoekster] niet-ontvankelijk in haar beroep.
Deze beschikking is gegeven door de raadsheren T.H. Tanja-van den Broek, als voorzitter, A.E.B. ter Heide en S.J. Schaafsma, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer H.M. Wattendorff op 4 februari 2022.
Vgl. HR 18 december 1998, ECLI:NL:HR:1998:AD2977.