Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Hoge Raad

ECLI:NL:HR:2018:836

2018-06-05 Strafrecht 16/06309
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Hoge Raad
Uitspraakdatum
2018-06-05
Publicatiedatum
2018-06-05
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedure
Cassatie
Zaaknummer
16/06309
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl | RvdW 2018/712 | PS-Updates.nl 2018-0491

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

Medeplegen doodslag door geweldsuitoefening op hals en slachtoffer (broer van ex-partner van verdachte) in de Weespertrekvaart te laten glijden, waarbij precieze rolverdeling verdachte en medeverdachte niet is komen vast te staan, art. 287 Sr. Motivering medeplegen. HR: art. 81.1 RO, onder verwijzing naar arrest in samenhangende zaak ECLI:NL:HR:2018:796, nr. 16/06307.

Citeert (1)

Geciteerd door (1)

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (3.226 tekens)
5 juni 2018
Strafkamer
nr. S 16/06309
MM


Hoge Raad der Nederlanden



Arrest



op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam van 7 december 2016, nummer 23/001728-15, in de strafzaak tegen:



[verdachte]
, geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1960.




1Geding in cassatie


Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft V.C. van der Velde, advocaat te Almere, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Namens de benadeelde partij [betrokkene 1] heeft G. Spong, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal F.W. Bleichrodt heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De advocaat van de benadeelde partij [betrokkene 1] heeft daarop schriftelijk gereageerd.





2Beoordeling van de namens de verdachte voorgestelde middelen


De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling. (Vgl. het heden uitgesproken arrest in de zaak van de medeverdachte met zaaknummer 16/06307, ECLI:NL:HR:2018:796.)





3Beoordeling van het namens de benadeelde partij voorgestelde middel


Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.





4Ambtshalve beoordeling van de bestreden uitspraak


De verdachte bevindt zich in voorlopige hechtenis. De Hoge Raad doet uitspraak nadat meer dan zestien maanden zijn verstreken na het instellen van het cassatieberoep. Dat brengt mee dat de redelijke termijn als bedoeld in art. 6, eerste lid, EVRM is overschreden. Dit moet leiden tot vermindering van de aan de verdachte opgelegde gevangenisstraf van negen jaren.





5Slotsom


Nu geen van de middelen tot cassatie kan leiden, terwijl de Hoge Raad geen andere dan de hiervoor onder 4 genoemde grond aanwezig oordeelt waarop de bestreden uitspraak ambtshalve zou behoren te worden vernietigd, brengt hetgeen hiervoor is overwogen mee dat als volgt moet worden beslist.





6Beslissing


De Hoge Raad:
vernietigt de bestreden uitspraak, maar uitsluitend wat betreft de duur van de opgelegde gevangenisstraf;
vermindert deze in die zin dat deze acht jaren en tien maanden beloopt;
verwerpt het beroep voor het overige.



Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en V. van den Brink, in bijzijn van de waarnemend griffier A. El Mokhtari, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 5 juni 2018.