Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2018:686
2018-05-04
Civiel recht; Insolventierecht
18/00523
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- conclusie ECLI:NL:HR:2018:686 → ECLI:NL:PHR:2018:430 gevolgd
Inhoudsindicatie
Faillissement; verzoek tot ontslag curator (art. 73 Fw); horen rechter-commissaris (art. 65 Fw).
Citeert (1)
- ECLI:NL:HR:2009:BJ7318 Hoge Raad 16-10-2009
Geciteerd door (6)
- ECLI:NL:PHR:2024:860 Parket bij de Hoge Raad 30-08-2024
- ECLI:NL:PHR:2020:983 Parket bij de Hoge Raad 16-10-2020
- ECLI:NL:PHR:2020:117 Parket bij de Hoge Raad 04-02-2020
- ECLI:NL:PHR:2019:1238 Parket bij de Hoge Raad 28-11-2019
- ECLI:NL:PHR:2019:1238 Parket bij de Hoge Raad 28-11-2019
- ECLI:NL:PHR:2019:1238 Parket bij de Hoge Raad 28-11-2019
Volledige tekst
Volledige tekst (3.340 tekens)
4 mei 2018
Eerste Kamer
18/00523
TT/IF
Hoge Raad der Nederlanden
in de zaak van:
[verzoeker],wonende te [woonplaats],
VERZOEKER tot cassatie,
advocaat: mr. R.W. Keus,
t e g e n
Mr. D. WARNINK, in zijn hoedanigheid van curator in het faillissement van [verzoeker],kantoorhoudende te Kampen,
VERWEERDER in cassatie,
niet verschenen.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [verzoeker] en de curator.
1Het geding in feitelijke instantie
Voor het verloop van het geding in feitelijke instantie verwijst de Hoge Raad naar de beschikking in de zaak C/07/12/715 van de rechtbank Overijssel van 8 november 2017.
De beschikking van de rechtbank is aan deze beschikking gehecht.
2Het geding in cassatie
Tegen de beschikking van de rechtbank heeft [verzoeker] beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De curator heeft geen verweerschrift ingediend.
De conclusie van de Advocaat-Generaal W.L. Valk strekt tot vernietiging en terugwijzing.
3Beoordeling van het middel
3.1
In cassatie kan van het volgende worden uitgegaan.
(i) Bij vonnis van de rechtbank Zwolle-Lelystad van 18 december 2012 is [verzoeker] in staat van faillissement verklaard.
(ii) Mr. Warnink is de huidige curator in dat faillissement.
3.2.1
Bij e-mail van 26 oktober 2017 heeft [verzoeker] een verzoek ingediend bij de rechtbank Overijssel tot ontslag van mr. Warnink als curator.
3.2.2
De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 3 november 2017.
3.2.3
De rechtbank heeft het verzoek afgewezen.
3.3
Het middel klaagt dat de rechtbank art. 65 Fw heeft geschonden door op het ontslagverzoek te beslissen zonder de in het faillissement van [verzoeker] benoemde rechter-commissaris te hebben gehoord.
3.4
De klacht is gegrond. Ingevolge art. 65 Fw is de rechtbank verplicht de rechter-commissaris te horen alvorens in enige zaak, het beheer of de vereffening van de failliete boedel betreffende, een beslissing te geven. Hieruit volgt dat de rechtbank de rechter-commissaris diende te horen alvorens op de voet van art. 73 Fw over ontslag van de curator te beslissen. Nu uit de stukken van het geding niet valt op te maken dat de rechtbank de rechter-commissaris heeft gehoord, kan de bestreden beschikking niet in stand blijven. (HR 16 oktober 2009, ECLI:NL:HR:2009:BJ7318, NJ 2009/517)
4Beslissing
De Hoge Raad:
vernietigt de beschikking van de rechtbank Overijssel van 8 november 2017;
wijst het geding terug naar die rechtbank ter verdere behandeling en beslissing.
Deze beschikking is gegeven door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, C.H. Sieburgh en H.M. Wattendorff, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer T.H. Tanja-van den Broek op 4 mei 2018.
Eerste Kamer
18/00523
TT/IF
Hoge Raad der Nederlanden
in de zaak van:
[verzoeker],wonende te [woonplaats],
VERZOEKER tot cassatie,
advocaat: mr. R.W. Keus,
t e g e n
Mr. D. WARNINK, in zijn hoedanigheid van curator in het faillissement van [verzoeker],kantoorhoudende te Kampen,
VERWEERDER in cassatie,
niet verschenen.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [verzoeker] en de curator.
1Het geding in feitelijke instantie
Voor het verloop van het geding in feitelijke instantie verwijst de Hoge Raad naar de beschikking in de zaak C/07/12/715 van de rechtbank Overijssel van 8 november 2017.
De beschikking van de rechtbank is aan deze beschikking gehecht.
2Het geding in cassatie
Tegen de beschikking van de rechtbank heeft [verzoeker] beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De curator heeft geen verweerschrift ingediend.
De conclusie van de Advocaat-Generaal W.L. Valk strekt tot vernietiging en terugwijzing.
3Beoordeling van het middel
3.1
In cassatie kan van het volgende worden uitgegaan.
(i) Bij vonnis van de rechtbank Zwolle-Lelystad van 18 december 2012 is [verzoeker] in staat van faillissement verklaard.
(ii) Mr. Warnink is de huidige curator in dat faillissement.
3.2.1
Bij e-mail van 26 oktober 2017 heeft [verzoeker] een verzoek ingediend bij de rechtbank Overijssel tot ontslag van mr. Warnink als curator.
3.2.2
De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 3 november 2017.
3.2.3
De rechtbank heeft het verzoek afgewezen.
3.3
Het middel klaagt dat de rechtbank art. 65 Fw heeft geschonden door op het ontslagverzoek te beslissen zonder de in het faillissement van [verzoeker] benoemde rechter-commissaris te hebben gehoord.
3.4
De klacht is gegrond. Ingevolge art. 65 Fw is de rechtbank verplicht de rechter-commissaris te horen alvorens in enige zaak, het beheer of de vereffening van de failliete boedel betreffende, een beslissing te geven. Hieruit volgt dat de rechtbank de rechter-commissaris diende te horen alvorens op de voet van art. 73 Fw over ontslag van de curator te beslissen. Nu uit de stukken van het geding niet valt op te maken dat de rechtbank de rechter-commissaris heeft gehoord, kan de bestreden beschikking niet in stand blijven. (HR 16 oktober 2009, ECLI:NL:HR:2009:BJ7318, NJ 2009/517)
4Beslissing
De Hoge Raad:
vernietigt de beschikking van de rechtbank Overijssel van 8 november 2017;
wijst het geding terug naar die rechtbank ter verdere behandeling en beslissing.
Deze beschikking is gegeven door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, C.H. Sieburgh en H.M. Wattendorff, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer T.H. Tanja-van den Broek op 4 mei 2018.