Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2018:661
Formele procesketen
- conclusie ECLI:NL:HR:2018:661 → ECLI:NL:PHR:2018:216
Inhoudsindicatie
Aanwezigheidsrecht, detentie uit anderen hoofde. Hof heeft verstek verleend tegen niet verschenen verdachte. HR: Op de gronden die zijn vermeld in de CAG is het middel terecht voorgesteld. Volgt vernietiging en terugwijzing. CAG: Aan de cassatieschriftuur is een kopie gehecht van een p-v van bevindingen, waaruit moet worden afgeleid dat verdachte slechts enkele uren vóór de aanvang van de tz. in h.b. door de politie is aangehouden en is ingesloten op het politiebureau, welke insluiting voortduurde t.t.v. de behandeling van de zaak door het Hof. Dit brengt met zich dat achteraf moet worden vastgesteld dat de beslissing van het Hof om tegen verdachte verstek te verlenen en het onderzoek voort te zetten onjuist was en dat aan het recht van verdachte om in zijn tegenwoordigheid te worden berecht, is tekortgedaan.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (4)
- ECLI:NL:PHR:2021:1128 Parket bij de Hoge Raad 30-11-2021
- ECLI:NL:PHR:2021:1127 Parket bij de Hoge Raad 30-11-2021
- ECLI:NL:PHR:2020:822 Parket bij de Hoge Raad 22-09-2020
- ECLI:NL:PHR:2020:821 Parket bij de Hoge Raad 22-09-2020
Wetsverwijzingen
Volledige tekst
Volledige tekst (2.250 tekens)
Strafkamer
nr. S 17/01822
NA/SA
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een bij verstek gewezen arrest van het Gerechtshof Den Haag van 10 april 2017, nummer 22/005549-16, in de strafzaak tegen:
[verdachte]
, geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1960.
1Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft M.R. Mantz, advocaat te 's-Gravenhage, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De plaatsvervangend Advocaat-Generaal D.J.M.W Paridaens heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak en tot terugwijzing van de zaak naar het Gerechtshof Den Haag, opdat de zaak opnieuw wordt berecht en afgedaan.
2. Beoordeling van het middel
2.1.
Het middel klaagt dat de verdachte in strijd met art. 6 EVRM niet in de gelegenheid is gesteld bij de berechting van zijn zaak in hoger beroep aanwezig te zijn, aangezien hij ten tijde van de behandeling ter terechtzitting in hoger beroep uit anderen hoofde was gedetineerd en hij niet vrijwillig afstand heeft gedaan van zijn aanwezigheidsrecht.
2.2.
Op de gronden die zijn vermeld in de conclusie van de plaatsvervangend Advocaat-Generaal onder 4 tot en met 8 is het middel terecht voorgesteld.
3Slotsom
Hetgeen hiervoor is overwogen brengt mee dat de bestreden uitspraak niet in stand kan blijven en als volgt moet worden beslist.
4Beslissing
De Hoge Raad:
vernietigt de bestreden uitspraak;
wijst de zaak terug naar het Gerechtshof Den Haag, opdat de zaak op het bestaande hoger beroep opnieuw wordt berecht en afgedaan.
Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en V. van den Brink, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 24 april 2018.