Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2018:2295
Formele procesketen
- conclusie ECLI:NL:HR:2018:2295 → ECLI:NL:PHR:2018:1185
Inhoudsindicatie
Medeplegen poging afpersing, meermalen gepleegd (art. 317.1 Sr), (medeplegen) telen hennep, meermalen gepleegd (art. 3.B Opiumwet) en voorhanden hebben vuurwapen (art. 26.1 WWM). Wettelijk niet toegestane combinatie van taakstraf en deels onvoorwaardelijke gevangenisstraf, art. 9.4 Sr. Hof heeft verdachte veroordeeld tot (i) gevangenisstraf van 11 maanden, waarvan 3 maanden voorwaardelijk met proeftijd van 2 jaren, en (ii) taakstraf van 240 uren, subsidiair 120 dagen hechtenis. Oplegging van taakstraf naast veroordeling tot gevangenisstraf waarvan onvoorwaardelijk ten uitvoer te leggen deel acht maanden bedraagt, heeft gelet op art. 9.4 Sr geen wettelijke grondslag. Volgt partiële vernietiging en terugwijzing. Samenhang met 17/02957 P, 17/05748 en 17/05752 P.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (5)
- ECLI:NL:PHR:2026:65 Parket bij de Hoge Raad 13-01-2026
- ECLI:NL:PHR:2025:297 Parket bij de Hoge Raad 25-03-2025
- ECLI:NL:PHR:2023:622 Parket bij de Hoge Raad 27-06-2023
- ECLI:NL:PHR:2020:1019 Parket bij de Hoge Raad 03-11-2020
- ECLI:NL:PHR:2019:220 Parket bij de Hoge Raad 12-03-2019
Wetsverwijzingen
Volledige tekst
Volledige tekst (3.072 tekens)
Strafkamer
nr. S 17/03178
DAZ/CB
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden, van 6 juni 2017, nummer 21/005610-13, in de strafzaak tegen:
[verdachte]
, geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1986.
1Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft G.J.P.M. Mooren, advocaat te Goirle, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Advocaat-Generaal F.W. Bleichrodt heeft geconcludeerd tot vernietiging van het bestreden arrest, maar uitsluitend wat betreft de strafoplegging, en tot terugwijzing van de zaak naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden, teneinde op het bestaande hoger beroep opnieuw te worden berecht en afgedaan en tot verwerping van het beroep voor het overige.
2Beoordeling van het eerste middel
2.1.
Het middel klaagt dat het Hof een wettelijk niet toegestane combinatie van straffen heeft opgelegd.
2.2.
Het Hof heeft de verdachte veroordeeld tot:
(i) een gevangenisstraf van 11 maanden, waarvan 3 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren, en
(ii) een taakstraf van 240 uren, subsidiair 120 dagen hechtenis.
2.3.
Het middel klaagt terecht dat de oplegging door het Hof van een taakstraf naast een veroordeling tot een gevangenisstraf waarvan het onvoorwaardelijk ten uitvoer te leggen deel acht maanden bedraagt, geen wettelijke grondslag heeft. Art. 9, vierde lid, Sr bepaalt immers:
"In geval van veroordeling tot gevangenisstraf of tot hechtenis, vervangende hechtenis daaronder niet begrepen, waarvan het onvoorwaardelijk ten uitvoer te leggen deel ten hoogste zes maanden bedraagt, kan de rechter tevens een taakstraf opleggen."
3Slotsom
Nu de Hoge Raad geen grond aanwezig oordeelt waarop de bestreden uitspraak ambtshalve zou behoren te worden vernietigd, brengt hetgeen hiervoor is overwogen mee dat het tweede middel geen bespreking behoeft en als volgt moet worden beslist.
4 Beslissing
De Hoge Raad:
vernietigt de bestreden uitspraak maar uitsluitend wat betreft de strafoplegging;
wijst de zaak terug naar het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden, opdat de zaak in zoverre op het bestaande hoger beroep opnieuw wordt berecht en afgedaan;
verwerpt het beroep voor het overige.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren A.J.A. van Dorst en M.T. Boerlage, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 11 december 2018.