Hoge Raad herijkt regels inzake overschrijding van de redelijke termijn. De HR acht het dienstig de uitgangspunten en regels over de inbreuk op het in art. 6.1 EVRM gewaarborgde recht van de verdachte op behandeling van zijn strafzaak binnen een redelijke termijn en het rechtsgev
Wetboek van Strafrecht
Art. 9 Sr
Genoemd in 159 uitspraken · Officiële wettekst
159 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · live
-
OM-cassatie. Valkenburgse zedenzaak. Jeugdprostitutie, art. 248b Sr. Oplegging taakstraf in combinatie met onvoorwaardelijke gevangenisstraf van één dag i.s.m. taakstrafverbod? Art. 22b.3 Sr staat in de in art. 22b.1 en 22b.2 Sr vermelde gevallen de oplegging van een taakstraf to
Medeplegen witwassen, meermalen gepleegd (art. 420bis.1.b Sr), medeplegen diefstal d.m.v. valse sleutels (art. 311.1 Sr) en medeplegen oplichting (art. 326 Sr). 1. Ontvankelijkheid vordering b.p. van N.V., nu niet blijkt dat gemachtigde van vennootschap door b.p. is gemachtigd. A
Diefstal (art. 310 Sr) en medeplegen diefstal d.m.v. valse sleutels (art. 311.1 Sr). Taakstrafmaximum bij meerdaadse samenloop, art. 22c.2 en 63 Sr. Veroordeling tot gevangenisstraf van 2 dagen en taakstraf van 200 uren, terwijl in samenhangende zaak (HR:2022:1187) aan verdachte
Valkenburgse zedenzaak. Veroordeling voor ontucht plegen met minderjarige prostituee (art. 248b Sr). Gevangenisstraf van één dag en een taakstraf van 120 uren. Geen afwezigheid van alle schuld (AVAS). Verdachte heeft zich onvoldoende vergewist van de ware leeftijd van de bezochte
-
Herroeping en bijzondere voorwaarde voorwaardelijke invrijheidstelling (v.i.). 1. Het recht kent niet de eis dat een schriftelijke vordering tot herroeping van de v.i. onverwijld aan de verdachte wordt betekend. Ingevolge art. 15i.2 Sr dient de vordering onverwijld door het OM bi
Profijtontneming. Begrijpelijkheid van het door het Hof aan de vastgestelde overschrijding van de redelijke termijn verbonden rechtsgevolg. HR stelt ECLI:NL:HR:2008:BD2578, NJ 2008/358, rov. 3.7 m.b.t. de toetsingsruimte in cassatie voorop. Het Hof heeft vastgesteld dat de redeli
Opzetheling van monstrans uit museum Catharijneconvent Utrecht, art. 416.1.a.Sr. Wettelijk niet toegestane combinatie van taakstraf en onvoorwaardelijke gevangenisstraf, art. 9.4 Sr. Hof heeft verdachte veroordeeld tot (i) gevangenisstraf van 15 maanden en (ii) taakstraf van 120
Medeplegen poging afpersing, meermalen gepleegd (art. 317.1 Sr), (medeplegen) telen hennep, meermalen gepleegd (art. 3.B Opiumwet) en voorhanden hebben vuurwapen (art. 26.1 WWM). Wettelijk niet toegestane combinatie van taakstraf en deels onvoorwaardelijke gevangenisstraf, art. 9
1. Vordering b.p. 2. Tul, art. 77k Sr. Ad 1. In aanmerking genomen dat de aantekening van het mondelinge vonnis van de Pr niet een toewijzing inhoudt van de door de b.p. gevorderde schadevergoeding, en niet blijkt dat de b.p zich op de voet van art. 421.3 Sv in het geding in h.b.
Medeplegen invoer cocaïne vanuit Curaçao naar Nederland, art. 2A Opiumwet. Vrijspraak eerste aanleg. 1. Bewijsklacht medeplegen. Is aannemelijk dat verdachte de inhoud van gesprek tussen medeverdachten voorafgaand aan invoer van cocaïne niet heeft meegekregen? 2. Strafoplegging i
Conclusie AG. Verdachte die behandelingen uitvoert met iboga(ïne) veroordeeld voor o.a. doodslag. Overlevering o.g.v. EAB. Klachten over o.a. ontvankelijkheid OM (M1) en strafoplegging (M4) v.w.b. niet in EAB genoemde feiten; en over motivering opzet (M2) en causaliteit (M3) bewe
Rijden met vals kenteken, art. 41.1.d WVW 1994. Motivering verbeurdverklaring auto in het licht van draagkrachtverweer, art. 24 jo. 33.2 Sr. Heeft hof voldoende gemotiveerd aangegeven hoe het rekening heeft gehouden met draagkracht van verdachte t.a.v. verbeurdverklaring? HR: art
Medeplegen poging afpersing, meermalen gepleegd (art. 317.1 Sr) en medeplegen telen hennep (art. 3.B Opiumwet). Wettelijk niet toegestane combinatie van taakstraf en onvoorwaardelijke gevangenisstraf, art. 9.4 Sr. Hof heeft verdachte veroordeeld tot (i) gevangenisstraf van 8 maan
Valkenburgse zedenzaak. Veroordeling voor ontucht plegen met minderjarige prostituee (art. 248b Sr). Gevangenisstraf van één dag en een taakstraf van 210 uren. Geen afwezigheid van alle schuld (AVAS). Verdachte heeft zich onvoldoende vergewist van de ware leeftijd van de bezochte
Art. 6, lid 1, EVRM. Navorderingsaanslag met verhoging. Vuistregels inzake overschrijding van de redelijke termijn.
Medeplegen hennepteelt in uitoefening van beroep of bedrijf, meermalen gepleegd (art. 3B jo. 11.3 Opiumwet) en aanwezig hebben van hennep (art. 3C Opiumwet). Duur vervangende hechtenis als bij meerdaadse samenloop taakstraf van meer dan 240 uren wordt opgelegd, art. 22d.3 en 57 S
Combinatie ISD met bijkomende straffen. De HR herhaalt relevante overwegingen uit HR LJN AV1161. De HR neemt in aanmerking dat blijkens art. 9.5 Sr voor bijkomende straffen als algemeen uitgangspunt geldt dat zij gecombineerd mogen worden met andere straffen en dat niet valt in t
Omzetting jeugddetentie in gevangenisstraf. 1. Art. 77k Sr kan pas voor toepassing in aanmerking komen nadat de uitspraak waarbij de straf van jeugddetentie is opgelegd in kracht van gewijsde is gegaan. 2. Het bij een last tot tenuitvoerlegging van een voorwaardelijke jeugddetent
Feitelijk leidinggeven aan valsheid in geschrift, meermalen gepleegd (art. 225.1 Sr), voorhanden hebben van geweer, pistool en patronen (art. 26.1 WWM) en voorhanden hebben van geluiddemper (art. 13.1 WWM). 1. Voorhanden hebben van verschillende patronen. Meervoudige kwalificatie
Conclusie AG. Opzetheling (art. 416 Sr) van een monstrans (een liturgisch kunstvoorwerp dat is gestolen uit het Catharijneconvent in Utrecht). Derde cassatieronde. Het middel dat op komt tegen de strafmotivering slaagt deels. De door het hof opgelegde straf roept verbazing op teg
Verkopen en aanwezig hebben van hennep, meermalen gepleegd (art. 3.B en 3.C Opiumwet), diefstal stroom d.m.v. verbreking (art. 311.1 Sr) en medeplegen valsheid in geschrift m.b.t. inkomensverklaring bij hypotheekaanvraag (art. 225.1 Sr). 1. Bewijsklacht medeplegen vervalsen inkom
Kort geding over vervangende hechtenis n.a.v. door strafrechter opgelegde schadevergoedingsmaatregel (art. 36f lid 8 en art. 24c (oud) Sr). Tenuitvoerlegging onrechtmatig indien veroordeelde niet in staat is tot betaling? Strijd met art. 5, 6, 7 of 18 EVRM? Anticiperende toepassi