Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2018:1715
2018-09-21
Bestuursrecht; Belastingrecht
18/02943
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- cassatie ECLI:NL:HR:2018:1715 → ECLI:NL:CRVB:2017:1018
Inhoudsindicatie
HR verklaart het beroep in cassatie n-o.
Citeert (2)
- ECLI:NL:HR:2014:3516 Hoge Raad 05-12-2014
- ECLI:NL:HR:2015:3007 Hoge Raad 09-10-2015
Geciteerd door (2)
- ECLI:NL:HR:2020:54 Hoge Raad 17-01-2020
- ECLI:NL:CRVB:2019:1888 Centrale Raad van Beroep 06-06-2019
Volledige tekst
Volledige tekst (1.529 tekens)
21 september 2018
Nr. 18/02943
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van [X] te [Z] (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 9 maart 2017, nrs. 15/7798 AW en 15/8085 AW, betreffende een verzoek tot herziening van de uitspraken van de Centrale Raad van Beroep van 4 september 2014, nrs. 14/1533 AW en 14/1534, en van 23 juli 2015, nrs. 15/480 AW en 15/481 AW.
1Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie
Ingevolge artikel 78, lid 4, van de Wet op de rechterlijke organisatie neemt de Hoge Raad enkel kennis van het beroep in cassatie tegen uitspraken van de bestuursrechter voor zover dit bij wet is bepaald. Er is geen wettelijke bepaling die beroep in cassatie openstelt tegen een uitspraak van de Centrale Raad van Beroep als de onderhavige (zie HR 5 december 2014, nr. 14/05139, ECLI:NL:HR:2014:3516 en HR 9 oktober 2015, 15/03980, ECLI:NL:HR:2015:3007). Het beroep in cassatie dient derhalve niet-ontvankelijk te worden verklaard.
2Proceskosten
De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.
3Beslissing
De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet‑ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer J. Wortel als voorzitter, en de raadsheren A.F.M.Q. Beukers-van Dooren en P.A.G.M. Cools, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 21 september 2018.
Nr. 18/02943
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van [X] te [Z] (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 9 maart 2017, nrs. 15/7798 AW en 15/8085 AW, betreffende een verzoek tot herziening van de uitspraken van de Centrale Raad van Beroep van 4 september 2014, nrs. 14/1533 AW en 14/1534, en van 23 juli 2015, nrs. 15/480 AW en 15/481 AW.
1Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie
Ingevolge artikel 78, lid 4, van de Wet op de rechterlijke organisatie neemt de Hoge Raad enkel kennis van het beroep in cassatie tegen uitspraken van de bestuursrechter voor zover dit bij wet is bepaald. Er is geen wettelijke bepaling die beroep in cassatie openstelt tegen een uitspraak van de Centrale Raad van Beroep als de onderhavige (zie HR 5 december 2014, nr. 14/05139, ECLI:NL:HR:2014:3516 en HR 9 oktober 2015, 15/03980, ECLI:NL:HR:2015:3007). Het beroep in cassatie dient derhalve niet-ontvankelijk te worden verklaard.
2Proceskosten
De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.
3Beslissing
De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet‑ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer J. Wortel als voorzitter, en de raadsheren A.F.M.Q. Beukers-van Dooren en P.A.G.M. Cools, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 21 september 2018.