Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2015:3007
2015-10-09
Bestuursrecht; Belastingrecht
15/03980
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- cassatie ECLI:NL:HR:2015:3007 → ECLI:NL:CRVB:2014:2919
Inhoudsindicatie
HR verklaart het beroep in cassatie n-o.
Citeert (1)
- ECLI:NL:HR:2014:3516 Hoge Raad 05-12-2014
Geciteerd door (3)
- ECLI:NL:HR:2020:54 Hoge Raad 17-01-2020
- ECLI:NL:CRVB:2019:1888 Centrale Raad van Beroep 06-06-2019
- ECLI:NL:HR:2018:1715 Hoge Raad 21-09-2018
Volledige tekst
Volledige tekst (1.409 tekens)
9 oktober 2015
Nr. 15/03980
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van [X] te [Z] (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 23 juli 2015, nrs. 15/480 AW en 15/481 AW, betreffende een verzoek tot herziening van de uitspraak van de Centrale Raad van 4 september 2014, nrs. 14/1533 AW en 14/1534 AW.
1Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie
Ingevolge artikel 78, lid 4, van de Wet op de rechterlijke organisatie neemt de Hoge Raad enkel kennis van het beroep in cassatie tegen uitspraken van de administratieve rechter voor zover dit bij wet is bepaald. Er is geen wettelijke bepaling die beroep in cassatie openstelt tegen een uitspraak van de Centrale Raad van Beroep als de onderhavige (zie ook HR 5 december 2014, nr. 14/05139, ECLI:NL:HR:2014:3516). Het beroep in cassatie dient derhalve niet-ontvankelijk te worden verklaard.
2Proceskosten
De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.
3Beslissing
De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer C. Schaap als voorzitter, en de raadsheren Th. Groeneveld en M.E. van Hilten, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 9 oktober 2015.
Nr. 15/03980
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van [X] te [Z] (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 23 juli 2015, nrs. 15/480 AW en 15/481 AW, betreffende een verzoek tot herziening van de uitspraak van de Centrale Raad van 4 september 2014, nrs. 14/1533 AW en 14/1534 AW.
1Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie
Ingevolge artikel 78, lid 4, van de Wet op de rechterlijke organisatie neemt de Hoge Raad enkel kennis van het beroep in cassatie tegen uitspraken van de administratieve rechter voor zover dit bij wet is bepaald. Er is geen wettelijke bepaling die beroep in cassatie openstelt tegen een uitspraak van de Centrale Raad van Beroep als de onderhavige (zie ook HR 5 december 2014, nr. 14/05139, ECLI:NL:HR:2014:3516). Het beroep in cassatie dient derhalve niet-ontvankelijk te worden verklaard.
2Proceskosten
De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.
3Beslissing
De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer C. Schaap als voorzitter, en de raadsheren Th. Groeneveld en M.E. van Hilten, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 9 oktober 2015.