Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Hoge Raad

ECLI:NL:HR:2020:54

2020-01-17 Bestuursrecht; Belastingrecht 19/05090
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Hoge Raad
Uitspraakdatum
2020-01-17
Publicatiedatum
2020-01-15
Rechtsgebied
Bestuursrecht; Belastingrecht
Procedure
Cassatie
Zaaknummer
19/05090
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

HR verklaart het beroep in cassatie n-o.

Citeert (3)

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (1.868 tekens)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN


BELASTINGKAMER



Nummer 19/05090

Datum 17 januari 2020



ARREST


in de zaak van



[X] te [Z] (hierna: belanghebbende)


tegen


de STAATSSECRETARIS VAN FINANCIËN


op het beroep in cassatie tegen de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 6 juni 2019, nrs. 18/5897 AW en 18/5898 AW, betreffende een verzoek van belanghebbende tot herziening van de uitspraken van de Centrale Raad van 4 september 2014, nrs. 14/1533 en 14/1534, 23 juli 2015, nrs. 15/480 en 15/481, 9 maart 2017, nrs. 15/7798 en 15/8085 en 30 augustus 2018, nrs. 17/3894 en 17/3895.




1Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie
Ingevolge artikel 78, lid 4, van de Wet op de rechterlijke organisatie neemt de Hoge Raad alleen kennis van het beroep in cassatie tegen uitspraken van de bestuursrechter voor zover dit bij wet is bepaald. Er is geen wettelijke bepaling die beroep in cassatie openstelt tegen een uitspraak van de Centrale Raad van Beroep als deze (zie HR 5 december 2014, nr. 14/05139, ECLI:NL:HR:2014:3516, HR 9 oktober 2015, nr. 15/03980, ECLI:NL:HR:2015:3007 en HR 21 september 2018, nr. 18/02943, ECLI:NL:HR:2018:1715). Het beroep in cassatie moet daarom niet‑ontvankelijk worden verklaard.



2Proceskosten
De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.



3Beslissing
De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.


Dit arrest is gewezen door de raadsheer J. Wortel als voorzitter, en de raadsheren A.F.M.Q. Beukers-van Dooren en P.A.G.M. Cools, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 17 januari 2020.