Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2017:73
2017-01-24
Strafrecht
10/04367
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- conclusie ECLI:NL:HR:2017:73 → ECLI:NL:PHR:2016:1422 gevolgd
Inhoudsindicatie
Op grond van de inhoud van de brief van het Hof moet worden aangenomen dat is verzuimd een p-v op te maken van het onderzoek in raadkamer ex art 25.1 Sv. Dit verzuim heeft betrekking op een zo wezenlijke vorm van de raadkamerprocedure dat het nietigheid van het onderzoek en van de naar aanleiding daarvan gegeven beschikking meebrengt.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (16)
- ECLI:NL:PHR:2025:1276 Parket bij de Hoge Raad 18-11-2025
- ECLI:NL:PHR:2025:1275 Parket bij de Hoge Raad 18-11-2025
- ECLI:NL:PHR:2025:565 Parket bij de Hoge Raad 20-05-2025
- ECLI:NL:PHR:2024:1217 Parket bij de Hoge Raad 12-11-2024
- ECLI:NL:PHR:2024:111 Parket bij de Hoge Raad 06-02-2024
- ECLI:NL:PHR:2023:199 Parket bij de Hoge Raad 21-02-2023
- ECLI:NL:PHR:2022:1142 Parket bij de Hoge Raad 13-12-2022
- ECLI:NL:PHR:2022:1137 Parket bij de Hoge Raad 13-12-2022
- ECLI:NL:PHR:2022:1091 Parket bij de Hoge Raad 22-11-2022
- ECLI:NL:PHR:2022:814 Parket bij de Hoge Raad 13-09-2022
- ECLI:NL:PHR:2021:562 Parket bij de Hoge Raad 15-06-2021
- ECLI:NL:PHR:2021:563 Parket bij de Hoge Raad 15-06-2021
- ECLI:NL:PHR:2019:177 Parket bij de Hoge Raad 05-03-2019
- ECLI:NL:PHR:2018:1178 Parket bij de Hoge Raad 30-10-2018
- ECLI:NL:PHR:2018:1005 Parket bij de Hoge Raad 02-10-2018
- ECLI:NL:PHR:2018:487 Parket bij de Hoge Raad 27-03-2018
Wetsverwijzingen
Volledige tekst
Volledige tekst (2.968 tekens)
24 januari 2017
Strafkamer
nr. S 10/04367 B
ES
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
op het beroep in cassatie tegen een beschikking van het Gerechtshof te Amsterdam van 22 september 2010, nummer R 502/10, op een klaagschrift als bedoeld in art. 552a Sv, ingediend door:
[klaagster]
.
1Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de klaagster. Namens deze heeft K.K. Hansen Löve, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal W.H. Vellinga heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden beschikking en tot terugwijzing van de zaak naar het Hof teneinde op het bestaande beklag opnieuw te worden behandeld en afgedaan.
2Beoordeling van het eerste middel
2.1.
Het middel behelst onder meer de klacht dat het onderzoek door de raadkamer en de naar aanleiding daarvan gegeven beschikking nietig zijn, aangezien geen proces-verbaal van dat onderzoek is opgemaakt.
2.2.
Volgens art. 25, eerste lid, Sv moet van het onderzoek door de raadkamer door de griffier een proces-verbaal worden opgemaakt met daarin de zakelijke inhoud van de afgelegde verklaringen en hetgeen verder bij dat onderzoek is voorgevallen. Deze bepaling bevat tevens voorschriften over de inrichting, vaststelling en ondertekening van dat proces-verbaal en de voeging ervan bij de processtukken.
2.3.
De raadsvrouwe heeft op de voet van art. IV lid 3 van het Procesreglement Strafkamer Hoge Raad verzocht om toezending van het proces-verbaal van het onderzoek in raadkamer. Bij de aan de Hoge Raad toegezonden stukken bevindt zich een brief van het Hof. Op grond van de inhoud van deze brief moet worden aangenomen dat is verzuimd een proces-verbaal op te maken. Dit verzuim heeft betrekking op een zo wezenlijke vorm van de raadkamerprocedure dat het nietigheid van het onderzoek en van de naar aanleiding daarvan gegeven beschikking meebrengt.
2.4.
De klacht slaagt.
3Slotsom
Hetgeen hiervoor is overwogen brengt mee dat de bestreden beschikking niet in stand kan blijven, de middelen voor het overige geen bespreking behoeven en als volgt moet worden beslist.
4Beslissing
De Hoge Raad:
vernietigt de bestreden beschikking;
wijst de zaak terug naar het Gerechtshof Amsterdam, opdat de zaak opnieuw wordt behandeld en afgedaan.
Deze beschikking is gegeven door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren J. de Hullu en M.J. Borgers, in bijzijn van de waarnemend griffier J.D.M. Hart, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 24 januari 2017.
Strafkamer
nr. S 10/04367 B
ES
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
op het beroep in cassatie tegen een beschikking van het Gerechtshof te Amsterdam van 22 september 2010, nummer R 502/10, op een klaagschrift als bedoeld in art. 552a Sv, ingediend door:
[klaagster]
.
1Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de klaagster. Namens deze heeft K.K. Hansen Löve, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal W.H. Vellinga heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden beschikking en tot terugwijzing van de zaak naar het Hof teneinde op het bestaande beklag opnieuw te worden behandeld en afgedaan.
2Beoordeling van het eerste middel
2.1.
Het middel behelst onder meer de klacht dat het onderzoek door de raadkamer en de naar aanleiding daarvan gegeven beschikking nietig zijn, aangezien geen proces-verbaal van dat onderzoek is opgemaakt.
2.2.
Volgens art. 25, eerste lid, Sv moet van het onderzoek door de raadkamer door de griffier een proces-verbaal worden opgemaakt met daarin de zakelijke inhoud van de afgelegde verklaringen en hetgeen verder bij dat onderzoek is voorgevallen. Deze bepaling bevat tevens voorschriften over de inrichting, vaststelling en ondertekening van dat proces-verbaal en de voeging ervan bij de processtukken.
2.3.
De raadsvrouwe heeft op de voet van art. IV lid 3 van het Procesreglement Strafkamer Hoge Raad verzocht om toezending van het proces-verbaal van het onderzoek in raadkamer. Bij de aan de Hoge Raad toegezonden stukken bevindt zich een brief van het Hof. Op grond van de inhoud van deze brief moet worden aangenomen dat is verzuimd een proces-verbaal op te maken. Dit verzuim heeft betrekking op een zo wezenlijke vorm van de raadkamerprocedure dat het nietigheid van het onderzoek en van de naar aanleiding daarvan gegeven beschikking meebrengt.
2.4.
De klacht slaagt.
3Slotsom
Hetgeen hiervoor is overwogen brengt mee dat de bestreden beschikking niet in stand kan blijven, de middelen voor het overige geen bespreking behoeven en als volgt moet worden beslist.
4Beslissing
De Hoge Raad:
vernietigt de bestreden beschikking;
wijst de zaak terug naar het Gerechtshof Amsterdam, opdat de zaak opnieuw wordt behandeld en afgedaan.
Deze beschikking is gegeven door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren J. de Hullu en M.J. Borgers, in bijzijn van de waarnemend griffier J.D.M. Hart, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 24 januari 2017.