Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2017:2492
Formele procesketen
- conclusie ECLI:NL:HR:2017:2492 → ECLI:NL:PHR:2017:837 gevolgd
Inhoudsindicatie
Afwijking uos inzake redelijke termijn in e.a. HR: Op de gronden die zijn vermeld in de CAG is het middel terecht voorgesteld. CAG: Hof heeft geen overweging gewijd aan de overschrijding van de redelijke termijn in e.a. Nu de Rb in haar strafmotivering uitdrukkelijk rekening heeft gehouden met de overschrijding van de redelijke termijn in e.a. en mede gelet op die overschrijding aan verdachte een gevangenisstraf van 57 maanden heeft opgelegd, is de motivering van de strafoplegging door het Hof, in aanmerking genomen het ttz. in h.b. gevoerde verweer, niet begrijpelijk, temeer niet nu het Hof aan verdachte een aanzienlijk hogere straf heeft opgelegd dan de Rb (een gevangenisstraf van 7 jaren). HR doet de zaak zelf af en vermindert de opgelegde gevangenisstraf. Daarbij betrekt HR de overschrijding van de inzendingstermijn in de cassatiefase.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (3)
- ECLI:NL:PHR:2020:980 Parket bij de Hoge Raad 08-09-2020
- ECLI:NL:PHR:2020:628 Parket bij de Hoge Raad 12-05-2020
- ECLI:NL:PHR:2018:1241 Parket bij de Hoge Raad 18-09-2018
Wetsverwijzingen
Volledige tekst
Volledige tekst (3.117 tekens)
Strafkamer
nr. S 15/04567
CeH/SG
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam van 15 september 2015, nummer 23/001201-14, in de strafzaak tegen:
[verdachte]
, geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1976.
1Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft M. Berndsen, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Namens de benadeelde partijen [betrokkene 1] en [betrokkene 2] heeft J. Bravo Mougán, advocaat te Amsterdam, verweerschriften ingediend.
De Advocaat-Generaal A.E. Harteveld heeft geconcludeerd tot vernietiging van het bestreden arrest, maar uitsluitend wat betreft de strafoplegging, en te dien aanzien tot zodanige op art. 440 Sv berustende beslissing als de Hoge Raad gepast voorkomt, en tot verwerping van het beroep voor het overige.
2Beoordeling van het vijfde en het zesde middel
2.1.
Het vijfde middel klaagt dat het Hof heeft verzuimd in het bijzonder de redenen op te geven waarom het is afgeweken van een door de verdediging naar voren gebracht uitdrukkelijk onderbouwd standpunt inzake de overschrijding van de redelijke termijn. Het zesde middel klaagt dat de redelijke termijn als bedoeld in art. 6 EVRM in de cassatiefase is overschreden omdat de stukken te laat door het Hof zijn ingezonden.
2.2.
Op de gronden die zijn vermeld in de conclusie van de Advocaat-Generaal onder 7.4, 7.5 en 8.2 zijn de middelen terecht voorgesteld.
2.3.
De Hoge Raad zal zelf de zaak afdoen. Een en ander moet leiden tot vermindering van de aan de verdachte opgelegde gevangenisstraf van zeven jaren.
3Beoordeling van de overige middelen
De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4Slotsom
Nu de Hoge Raad geen grond aanwezig oordeelt waarop de bestreden uitspraak ambtshalve zou behoren te worden vernietigd, brengt hetgeen hiervoor is overwogen mee dat als volgt moet worden beslist.
5Beslissing
De Hoge Raad:
vernietigt de bestreden uitspraak, maar uitsluitend wat betreft de duur van de opgelegde gevangenisstraf;
vermindert deze in die zin dat deze zes jaren en zes maanden beloopt;
verwerpt het beroep voor het overige.
Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en A.L.J. van Strien, in bijzijn van de waarnemend griffier L. Nuy, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 26 september 2017.