Medeplegen versus andere deelnemingsvormen. Wanneer is de samenwerking zo nauw en bewust geweest dat van medeplegen mag worden gesproken? HR formuleert aandachtspunten voor de strafrechtelijke beoordeling van tlgd medeplegen. HR stelt voorop dat de kwalificatie van medeplegen alleen gerechtvaardigd
Wetboek van Strafvordering
Art. 440 Sv
Genoemd in 1.129 uitspraken · Officiële wettekst
1.129 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · cache
HR wijst overzichtsarrest inzake het oproepen en horen van getuigen t.tz. op verzoek van de verdediging in gewone strafzaken. Ic heeft het Hof het horen van de getuigen niet noodzakelijk geacht. Dat is een beslissing ex. art. 328 en 331.1 jo art. 315 Sv welke bepalingen op de voet van art. 415 Sv oo
OM-cassatie. Mensenhandel. Art. 273a (oud) Sr. 1. Misbruik. 2. Uitbuiting. Ad 1. De totstandkomingsgeschiedenis en rechtspraak (m.n. HR LJN AD5235) m.b.t. art. 250a (oud) Sr (welk artikel is geïncorporeerd in art. 273a (oud) Sr) en art. 250ter (oud) Sr hebben niet hun belang verloren. Ook onder art.
1. Ontvankelijkheid OM. Rechtmatigheid opsporingsoptreden in buitenland. 2. Art. 152 Sv. Plicht tot opmaken proces-verbaal. 3. Onttrekking aan het verkeer. Ad 1. HR geeft overzicht aangaande de beoordeling van verweren m.b.t. de rechtmatigheid van opsporingsonderzoek of van onderzoek in de daaraan v
Art. 80a RO. HR wijst overzichtsarrest i.v.m. het op 1 juli 2012 in werking getreden art. 80a RO: de mogelijkheid om het beroep in cassatie n-o te verklaren. De HR geeft aan welke zaken zich daarvoor kunnen lenen en hoe de HR voornemens is met art. 80a RO procedureel gezien om te gaan. De HR zal art
Medeplegen diefstal met braak en inklimming, art. 311.1.4 en 311.1.5 Sr. Vordering b.p. Vergoeding van immateriële schade aan bewoners van woning t.g.v. inbraak in woning en diefstal van sieraden uit woning, art. 6:106 BW. HR herhaalt relevante overwegingen uit ECLI:NL:HR:2019:793 en ECLI:NL:HR:2019
Poging doodslag en zware mishandeling van X (art. 287 jo. 45 Sr en 302 Sr), poging zware mishandeling van Y (art. 302 jo. 45 Sr) en mishandeling van Z (art. 300 Sr). 1. Voortgezette handeling t.a.v. poging doodslag en zware mishandeling X (art. 56.1 Sr)? 2. Vordering b.p. Ad 1. De HR wijdt algemene
Witwassen, art. 420bis Sr. HR herhaalt relevante overwegingen uit ECLI:NL:HR:2013:2001, m.b.t. het verwerven en voorhanden hebben van voorwerpen verkregen uit eigen misdrijf. In die gevallen waarin sprake is van voorwerpen die "middellijk" afkomstig zijn uit een door de verdachte zelf begaan misdrij
Belaging, art. 285b Sr. OM-cassatie tegen vrijspraak slaagt op twee punten. 1. Het oordeel van het Hof steunt op de opvatting dat een in art. 285b Sr omschreven gedraging uitsluitend dan als inbreuk makend op de persoonlijke levenssfeer van een ander kan worden aangemerkt indien die ander ten tijde
Openlijke geweldpleging (art. 141 Sr). Steekpartij tijdens nieuwjaarsnacht 2016 in Haarlem waarbij een van de slachtoffers is overleden. Vordering benadeelde partijen t.z.v. proceskosten (reis- en verblijfkosten). Heeft hof in strijd met art. 238 en 239 Rv verdachte veroordeeld in proceskosten, terw
1. Bewijsminimum, art. 342.2 Sv (unus testis, nullus testis). 2. Vordering b.p. Wettelijke rente. Ad. 1. HR herhaalt relevante overwegingen uit HR LJN BM2452. Het kennelijke oordeel van het Hof dat het bewijs dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan niet alleen kan worden aangenomen o.g.v. het
OM-cassatie. Vrijheid van meningsuiting (i.h.k.v. een publiek debat), art. 10 EVRM. Groepsbelediging en aanzetten tot discriminatie, art. 137c Sr en art. 137d Sr. Het, o.m. in art. 10 EVRM gegarandeerde, recht op vrijheid van meningsuiting staat aan strafrechtelijke veroordeling t.z.v. groepsbeledig
Profijtontneming. Staat ontbreken van voorafgaand strafrechtelijk financieel onderzoek (sfo) in de weg aan oplegging betalingsverplichting? Art. 1.1 Sr en art. 36e.3 Sr. Tot 1 juli 2011 was – v.zv. i.c. van belang – slechts ontneming mogelijk o.g.v. art. 36e.3 (oud) Sr indien tegen betrokkene een sf
Art. 46.1 Sr. Voorbereidingshandelingen. “Bestemd tot het (in vereniging) begaan van dat misdrijf”. Uit de tekst van art. 46.1 Sr “volgt” dat met “dat misdrijf” in de zinsnede “bestemd tot het begaan van dat misdrijf” wordt gedoeld op het misdrijf dat is voorbereid, en dus niet op de voorbereiding z
Salduz-klacht. Consultatierecht en recht op ‘verhoorbijstand’. Uit de stukken van het geding blijkt niet dat aan het Hof de klacht is voorgelegd dat de aangehouden verdachte voor de aanvang van het eerste verhoor door de Koninklijke marechaussee niet is gewezen op zijn recht een advocaat te raadpleg
Grootschalige fiscale fraude. Feitelijk leiding geven aan medeplegen van door rechtspersoon opzettelijk indienen van 9 onjuiste aangiften omzetbelasting met benadelingsbedrag van ruim € 150.000, art. 69 AWR. Strafmotivering. Kon hof bij strafoplegging rekening houden met 23 onjuiste belastingaangift
1. Vordering wijziging tll. Art. 313 Sv. Art. 68 Sr. 2. “Kennelijk bestemd” ex art. 46.1 Sr. Ad 1. HR herhaalt relevante overwegingen uit HR 1 februari 2011, ECLI:NL:HR:2011:BM9102. I.c. is zowel het verschil in de rechtsgoederen ter bescherming waarvan de onderscheiden delictsomschrijvingen strekke
Ontvankelijkheid OM. Vervolging ongewenst verklaarde vreemdeling. De woorden “op grond van een wettelijk voorschrift tot ongewenst vreemdeling verklaard” i.d.z.v. art. 197 Sr dienen aldus te worden verstaan dat daarvan geen sprake kan zijn indien de ongewenstverklaring in strijd is met rechtstreeks
Veroordeling gemeenteraadslid A t.z.v. belediging gemeenteraadslid B door aansluitend aan debat in gemeenteraad op Twitteraccount en Facebookpagina B “racist” te noemen, art. 266 Sr en 10 EVRM. Uitlatingen politicus onnodig grievend? HR herhaalt relevante overwegingen uit ECLI:NL:HR:2014:3583 m.b.t.
Vordering b.p. Kosten rechtsbijstand. Liquidatietarief. HR herhaalt uit ECLI:NL:HR:1999:ZD1533 en ECLI:NL:HR:2000:ZD1786 dat rechtsbijstandskosten geen rechtstreekse schade zijn a.b.i. art. 51f.1 Sv en daarom niet als onderdeel van de schade in de zin van art. 51f Sv kunnen worden gevorderd, dan wel
Artt. 126g, 152, 359a Sv. Aanhouding t.z.v. winkeldiefstal na observatie door ‘veelplegersteam’. Verdachte is aangehouden ter zake van winkeldiefstal nadat hij was gevolgd en geobserveerd door verbalisanten werkzaam bij een zgn. ‘veelplegersteam’. De HR herhaalt relevante overwegingen uit HR LJN AA5
Conclusie AG's Spronken en Lindenbergh. Veroordeling wegens moord en stalking. Middelen verdachte over afwijzing contra-expertise, horen getuige-deskundige, voorbedachte raad en schending redelijke termijn. Middel benadeelde partijen over niet-ontvankelijkverklaring van vorderingen wegens 'shockscha
Poging tot doodslag, meermalen gepleegd. 73-jarige verdachte wordt in zijn eigen woning geconfronteerd met twee mannen, onder wie “de gorilla”, die een langlopend betalingsgeschil komen oplossen. 1. Voorwaardelijk opzet op de dood? 2. Beroep op noodweer, proportionaliteitseis. Ad 1. Gericht laag sch
Diefstal van elektriciteit t.b.v. hennepkwekerij, art. 310 Sr. Uit de bewijsvoering kan niet z.m. worden afgeleid dat verdachte elektriciteit heeft "weggenomen”. Bestreden uitspraak is niet naar de eis der wet met redenen omkleed. Volgt vernietiging en terugwijzing. Vervolg op ECLI:NL:HR:2015:3585.
OM-cassatie. Nijmeegse scooterzaak. Medeplegen. Het Hof heeft vastgesteld dat niet is gebleken “van enige samenwerking of overleg tussen de beide verdachten over de wijze waarop zij zich aan de controle door de politie wilden onttrekken vanaf het moment dat zij zich ter hoogte van het hotel door de
Slagende bewijsklacht medeplegen. Uit de gebezigde bewijsmiddelen en de nadere bewijsoverweging kan niet zonder meer volgen dat verdachte van wie niet is vastgesteld dat hij is herkend als een van de feitelijke daders zo bewust en nauw met anderen heeft samengewerkt dat hij kan worden aangemerkt als
Cassatie OM en verdachte. Rotterdamse havenaffaire. OM-cassatie tegen: 1. vrijspraak van feitelijk leiding geven c.q. medeplegen van bedrieglijke bankbreuk m.b.t. gefailleerde BV X; art. 341 (oud) en 343 (oud) Sr en 2. vrijspraak van bedrieglijke bankbreuk m.b.t. de gefailleerde BV’s Y en Z. Cassati
Voorhanden hebben patronen (art. 26.1 WWM) en boksbeugel (art. 13.1 WWM) en medeplegen gewoontewitwassen van panden door growshopexploitant (art. 420ter jo. 420bis.1.b Sr). 1. Verjaring WWM feiten begaan op 15-4-2008, art. 70.1.2 jo. 72.2 Sr. 2. Algemene beschouwingen over bewijs van “gewoonte”. Is
‘Unis testis nullus testis’- regel. Ex art. 342.2 Sv kan het bewijs dat verdachte het tlg. feit heeft begaan, door de rechter niet uitsluitend worden aangenomen op de verklaring van één getuige. Gelet hierop en in aanmerking genomen dat m.b.t. feit 3 de bewezenverklaring slechts kan volgen uit de ve
Beklag ex art. 552a Sv na vordering van gegevens (klantdossiers) bij derde i.v.m. onderzoek naar frauduleuze (belasting)constructies, terwijl zich bij verstrekte gegevens correspondentie bevindt tussen advocaten (klagers) en verdachte (belastingadviseur). Verschoningsrecht advocaten, art. 218 Sv. Zi
Caribische zaak. Gewapende overval op geldtransport van supermarkt op Bonaire in 2019. 1. Verhouding afpersing en diefstal met geweld. Kon hof bewezenverklaarde feiten aanmerken als (eendaadse samenloop van) afpersing en diefstal met geweld? 2. Bewijsklacht medeplegen afpersing en diefstal met gewel
Medeplegen van het opzettelijk aanwezig hebben van verdovende middelen in een woning en medeplegen van het voorhanden hebben van versnijdingsmiddelen in een schuur. Aangezien de bewezenverklaring, v.zv. inhoudende dat verdachte tezamen en in vereniging met een ander of anderen opzettelijk de in de b
Art. 80a RO. HR wijst overzichtsarrest i.v.m. het op 1 juli 2012 in werking getreden art. 80a RO: de mogelijkheid om het beroep in cassatie n-o te verklaren. De HR geeft aan welke zaken zich daarvoor kunnen lenen en hoe de HR voornemens is met art. 80a RO procedureel gezien om te gaan. De HR zal art
Moord op zijn 10-jarige zoon, art. 289 Sr. 1. Overschrijding redelijke termijn in hoger beroep. Beroep op overschrijding redelijke termijn niet voor het eerst in cassatie. 2. Schriftuur benadeelde partij (moeder). Is voldaan aan voorwaarden voor toekenning van schadevergoeding wegens shockschade? Ad
Niet-ontvankelijkverklaring in h.b.. Bekendheid met vonnis. HR herhaalt relevante overwegingen uit HR NJ 1994/578. Kennelijk heeft het Hof uit de omstandigheid dat verdachte denkt de dagvaarding in de maand september 2009 in handen te hebben gekregen en te hebben gelezen, zodat hij toen van de tll o
Profijtontneming. De beslissing op een vordering a.b.i. art. 36e Sr dient op straffe van nietigheid de inhoud te bevatten van de (wettige) bewijsmiddelen waaraan de schatting van het w.v.v. is ontleend. Daarom moet ook in ontnemingszaken van de rechter worden gevergd dat hij met voldoende mate van n
1. Nietigheid dagvaarding. 2. Art. 261 Sr, “ telastlegging van bepaalde feiten”. Ad 1. Anders dan uit HR NJ 1990, 276 wellicht kan worden afgeleid, kan een verweer strekkende tot nietigheid van de dagvaarding niet voor het eerst in cassatie worden gevoerd, nu de beoordeling samenhangt met waardering
OM-cassatie. Kampvuur te Castricum. “Schuld” a.b.i. art. 308 Sr. Onder schuld als delictsbestanddeel wordt een min of meer grove of aanmerkelijke schuld verstaan. Of sprake is van dergelijke schuld i.d.z.v. art. 308 Sr wordt bepaald door de manier waarop die schuld in de tll. nader is geconcretiseer
Profijtontneming. Toerekening voordeel aan verschillende daders. HR herhaalt relevante overwegingen uit HR LJN BG1667. In de hoofdzaak is bewezenverklaard dat betrokkene de hennepkwekerij tezamen met (een) ander(en) aanwezig heeft gehad. Gelet daarop vormt de enkele door het Hof in aanmerking genome
Schuld i.d.z.v. art. 6 WVW1994. HR herhaalt relevante overwegingen uit HR LJN AO5822. Anders dan het Hof kennelijk heeft geoordeeld, kan uit de enkele omstandigheid dat verdachte in de door het Hof vastgestelde omstandigheden van het geval de motorrijder aan wie hij voorrang had dienen te verlenen n
Opzetheling van een monstrans uit museum Catharijneconvent in Utrecht in 2013, art. 416.1.a Sr. Strafmotivering (achttien maanden gevangenisstraf, waarvan drie maanden voorwaardelijk). Wekt opgelegde gevangenisstraf in het licht van procesverloop en door AG gevorderde gevangenisstraf (veertien maand
Falende bewijsklacht verduistering, art. 321 Sr. “Wederrechtelijk zich heeft toegeëigend”. HR herhaalt relevante overwegingen uit ECLI:NL:HR:1989:ZC8253. Uit de gebezigde bewijsmiddelen kan worden afgeleid dat verdachte 1,5 jaar na het “lenen” van de geldbedragen het geld nog niet had teruggegeven o
Medeplegen moord op echtgenoot, art. 289 Sr. 1. Redengevendheid voor bewijs van overeenkomst in samenstelling van verfdeeltjes in letsel van slachtoffer en in auto van verdachte waaraan NFI geen bewijskracht kon toekennen. 2. Kennelijke leugenachtigheid. Is sprake van kennelijk leugenachtige verklar
Bezit en vervaardigen kinderporno, meermalen gepleegd (art. 240b.1 Sr) en ontucht met buurmeisje, meermalen gepleegd (art. 247 Sr). Bijzondere voorwaarde, art. 14c.2.14 Sr en art. 14c.2.5 (oud) Sr. Uitleg van “andere voorwaarden, het gedrag van veroordeelde betreffende”. Kon hof controle aan huis va
Diefstal elektriciteit en gas. Art. 310 Sr. Er is pas sprake van diefstal van elektriciteit en gas i.d.z.v. van art. 310 Sr door het verbruik daarvan door apparaten en installaties die zijn aangesloten op het elektriciteitsnet respectievelijk het gasnet. Het enkele aansluiten van een afgesloten elek
Rechtmatige uitoefening van de bediening, art. 22 Ambtsinstructie voor de politie, de Koninklijke marechaussee en de buitengewoon opsporingsambtenaar en art. 180 Sr. Gelet op hetgeen het Hof heeft vastgesteld heeft het Hof niet onbegrijpelijk geoordeeld dat de verbalisant, die redelijkerwijs ermee r
Noodweer(exces) en culpa in causa. Indien verdachte een beroep doet op noodweer(exces), moet de rechter onderzoeken of de voorwaarden voor aanvaarding van dat verweer zijn vervuld. Blijkens art. 41 Sr: a) wat betreft noodweer: dat het begane feit was geboden door de noodzakelijke verdediging van eig
Art. 359.2 Sv, u.o.s. m.b.t. betrouwbaarheid bekennende verklaringen van verdachte. Het Hof heeft i.s.m. art. 359.2 Sv in onvoldoende mate de redenen opgegeven die hebben geleid tot afwijking van het u.o.s..
1. Motivering strafoplegging. 2. Overschrijding redelijke termijn art. 6 EVRM. Ad 1. HR herhaalt HR LJN BK9252 m.b.t. het aan de rechter die over de feiten oordeelt voorbehouden zijn van de keuze van de factoren die voor de strafoplegging van belang zijn te achten, terwijl die keuze geen motivering
Jeugdzaak. “Ontuchtige handelingen” a.b.i. art. 246 Sr. Het oordeel van het Hof dat verdachte, X door het aanraken van haar billen heeft gedwongen tot het dulden van ontuchtige handelingen, en dat het mogelijk ontbreken van “seksuele intentie” bij de verdachte daaraan niet afdoet, geeft - gelet op h
Medeplegen mensenhandel (meermalen gepleegd) door uit Polen afkomstige vrouwen naar Nederland over te brengen om daar prostitutiewerkzaamheden te verrichten, art. 273f.1 Sr. 1. Redelijke termijn in e.a. (16 maanden of 2 jaar). Beroep op overschrijding redelijke termijn in e.a. t.a.v. verdachte die t
Omvang terugwijzingsopdracht na cassatie. Omvat door HR uitgesproken vernietiging en terugwijzing t.z.v. de strafoplegging tevens de beslissing van het hof tot strafbepaling ex art. 423.4 Sv? I.c. heeft de Rb. verdachte veroordeeld voor 5 feiten, maar is het h.b. beperkt tot de feiten 1 en 2. Het ho
Schadevergoedingsmaatregel, art. 36f.1 Sr. Het Hof heeft kennelijk geoordeeld dat onder het toegekende bedrag aan schadevergoeding de kosten betreffende “aanwezigheid bij rechtszaak” moet worden begrepen. Deze kosten heeft de b.p. kennelijk gemaakt in het kader van de voegingsprocedure en worden in
OM-cassatie. Mensenhandel. Art. 273a (oud) Sr. 1. Misbruik. 2. Uitbuiting. Ad 1. De totstandkomingsgeschiedenis en rechtspraak (m.n. HR LJN AD5235) m.b.t. art. 250a (oud) Sr (welk artikel is geïncorporeerd in art. 273a (oud) Sr) en art. 250ter (oud) Sr hebben niet hun belang verloren. Ook onder art.
Opzettelijk Beïnvloeden van getuige door vanuit penitentiaire inrichting te bellen met persoon die getuige was van eerdere bedreiging met mes waarvoor verdachte werd vervolgd, art. 285a.1 Sr. Niet beslist op uos dat geen sprake is geweest van ‘beïnvloeden’. HR herhaalt relevante overwegingen uit ECL
Bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht, art. 285 Sr. Verdachte zegt tegen politieambtenaren: "Ik ga jullie namen doorgeven aan de criminele onderwereld en dan zijn jullie niet meer veilig. Die komen jullie dan wel opzoeken." HR herhaalt ECLI:NL:HR:2005:AT3659 m.b.t. eis dat bedreiging
Profijtontneming. ’s Hofs oordeel is kennelijk gebaseerd op de opvatting dat o.m. bepaalde contante stortingen en opnames van bankrekeningen, nu zij voorwerpen van het in de samenhangende strafzaak bewezenverklaarde gewoontewitwassen waren, reeds daardoor w.v.v. vormden. Die opvatting is niet juist.
Gerechtvaardigd vertrouwen niet verdere vervolging? Toezegging hoofdagent van politie. De HR herhaalt de toepasselijke overwegingen uit HR 6 november 2012, LJN BX4280, NJ 2013/109. Een in dat arrest bedoeld uitzonderlijk geval doet zich voor wanneer de vervolging wordt ingesteld of voortgezet nadat
OM-cassatie en cassatie verdachte. 1. Ontvankelijkheid partieel cassatieberoep verdachte. Art. 429 Sv 2. O.a.h.v. “verlammingsapparaat” (middel verdachte). 3. Gewoontewitwassen. Afkomstig uit enig misdrijf. (middel OM) Ad 1. De HR herhaalt toepasselijke overweging uit ECLI:NL:HR:2013:CA1610. De door
Slagende bewijsklacht medeplegen.
Artt 38, 39 en 51 Sv. Stelbrief noodzakelijk of kan rechtsbijstand ook worden afgeleid uit het indienen van een appelmemorie? HR herhaalt HR LJN ZD1192 m.b.t. het moment van eindigen van rechtsbijstand en HR LJN ZD2182 m.b.t. het kennisgeven van het optreden als rm a.b.i. art. 39 Sv of wanneer een r
Terugverwijzingsopdracht. Vervolg op HR LJN BF3297. Art. 301 Sv. Gebruik van een getuigenverklaring afgelegd op een vóór de terugwijzing gehouden onderzoek t.t.z. HR herhaalt de relevante overwegingen uit HR LJN BM4310. Een en ander geldt ook voor het onderzoek na verwijzing of terugwijzing van de z
1. Strafmotivering. 2. Motivering verbeurdverklaring. Ad 1. Het staat de rechter vrij bij de strafoplegging in aanmerking te nemen hetgeen in redelijkheid is te verwachten m.b.t. het toekomstig gedrag van verdachte (HR LJN AC 9886). Nochtans is ’s Hofs oordeel dat het “in de niet onwaarschijnlijke m
Conclusie AG. Vervolg op HR 15 december 2015, ECLI:NL:HR:2015:3585. Diefstal van elektriciteit bij hennepteelt. Ontoereikend bewijs. Vernietiging.
Gekwalificeerde doodslag (art. 288 Sr), vrijheidsberoving (art. 282 Sr) en verkrachting (art. 242 Sr) jonge vrouw in 2017 in Soest en mishandeling beveiligingsmedewerker, meermalen gepleegd (art. 300 Sr). 1. Heeft hof juiste rechtsgevolgen verbonden aan onrechtmatig optreden politie bij arrestatie v
Zware mishandeling, art. 302.1 Sr. Hof heeft verdachte n-o verklaard in zijn h.b., omdat het te laat is ingesteld, art. 408.2 Sv. Verontschuldigbare termijnoverschrijding op de grond dat ex art. 366.4 Sv vertaling mededeling verstekuitspraak van Rb aan verdachte (Guineese nationaliteit) had moeten w
Voorhanden hebben munitie, art. 26.1 WWM. Levert aanwezigheid tas met 100 patronen in ouderslaapkamer van woning verdachte voorhanden hebben munitie op? HR herhaalt relevante overwegingen uit ECLI:NL:HR:1999:ZD1169 m.b.t. vereisten voor veroordeling t.z.v. voorhanden hebben wapen of munitie in de zi
Profijtontneming. Overschrijding redelijke termijn. Het middel, dat klaagt over ’s Hofs oordeel dat geen rechtsgevolg behoeft te worden verbonden aan de vaststelling dat tijdens de behandeling van de zaak in e.a. de redelijke termijn a.b.i. art. 6.1 EVRM is overschreden, is op de gronden vermeld in
1. Oplichting; a. listige kunstgrepen; b. valse naam. 2. Oogmerk criminele organisatie; a. oplichten van personen toereikend gemotiveerd; b. opzetheling ontoereikend gemotiveerd; vernietiging met terugwijzing. Ad 1a. Aangaande listige kunstgrepen eist de wet niet meer dan dat het slachtoffer daardoo
Appeltermijn, bekendheid uitspraak (art. 408.2 Sv), brief raadsman. De in de wet bepaalde termijnen voor het indienen van een rechtsmiddel zijn van openbare orde. Een overschrijding van de daarvoor gestelde termijn betekent dat verdachte niet in appel kan worden ontvangen. Ex art. 408.2 Sv kan verd
OM-cassatie tegen vrijspraak van verdachte die over dranghekken ambassade VS klom en op grond ging liggen. Verstoring openbare orde a.b.i. art. 76 APV Den Haag. Dit art. heeft, gelet op de titel waarin het is geplaatst, het oog op verstoring van de openbare orde, hetgeen in de tekst daarvan tot uitd
Beslissing op (voor de terechtzitting ontvangen) aanhoudingsverzoek ex art. 278.3 Sv van verdachte of gemachtigde raadsman. Uit de art. 278.3 en 4, 329, 330 en 331.1 Sv volgt dat op een verzoek van verdachte ex art. 278.3 Sv ter terechtzitting moet worden beslist, nadat het OM omtrent dat verzoek is
Opzettelijk aanwezig hebben hennepplanten in woning verdachte (art. 3.C Opiumwet) en diefstal elektriciteit t.b.v. hennepkwekerij (art. 310 Sr). Mede gelet op hetgeen namens verdachte ttz. in h.b. is aangevoerd, is de bewezenverklaring, v.zv. inhoudende dat verdachte elektriciteit heeft "weggenomen"
Verblijf in NL door ongewenst verklaarde vreemdeling, art. 197 Sr. Bestanddeel “op grond van een wettelijk voorschrift tot ongewenste vreemdeling is verklaard”. Vloeit uit verblijfsrecht verdachte in België voort dat zijn ongewenstverklaring in Nederland niet tot veroordeling kan leiden? HR herhaalt
Poging tot doodslag. Bewijs (voorwaardelijk) opzet feit 2. Uit de bewijsvoering kan het in de bewezenverklaring omschreven opzet van verdachte niet zonder meer worden afgeleid, mede in aanmerking genomen dat het Hof niets heeft vastgesteld waaruit kan volgen dat en in welke mate een ongeval waarschi
HR: 80a RO. Dat brengt met zich dat de HR niet kan toekomen aan een beoordeling van rechtspunten betreffende de vordering van de b.p. (vgl. HR ECLI:NL:HR:2012:BX0146, rov. 2.5).
Slagende bewijsklacht medeplegen.
Slagende bewijsklacht diefstal. “Toebehorende aan een ander of anderen dan aan verdachte”. ’s Hofs oordeel dat de door verdachte weggenomen fiets toebehoorde “aan een ander of anderen dan aan de verdachte” is niet zonder meer begrijpelijk, in aanmerking genomen dat door de raadsman een beroep is ged
Art. 80a RO. HR wijst overzichtsarrest i.v.m. het op 1 juli 2012 in werking getreden art. 80a RO: de mogelijkheid om het beroep in cassatie n-o te verklaren. De HR geeft aan welke zaken zich daarvoor kunnen lenen en hoe de HR voornemens is met art. 80a RO procedureel gezien om te gaan. De HR zal art
OM-cassatie. Mensenhandel. Art. 273a (oud) Sr. 1. Misbruik. 2. Uitbuiting. Ad 1. De totstandkomingsgeschiedenis en rechtspraak (m.n. HR LJN AD5235) m.b.t. art. 250a (oud) Sr (welk artikel is geïncorporeerd in art. 273a (oud) Sr) en art. 250ter (oud) Sr hebben niet hun belang verloren. Ook onder art.
OM-cassatie.Onderzoek ex art. 8.2.a WVW 1994, ademanalyse. Het voorschrift van art. 7 Besluit alcoholonderzoeken strekt ertoe de juistheid te waarborgen van het resultaat van een ademanalyse door de uitvoering van een dergelijk onderzoek uitsluitend op te dragen aan opsporingsambtenaren die de benod
Poging moord. Voorbedachte raad. HR herhaalt relevante overwegingen uit ECLI:NL:HR:2013:963. Het Hof heeft zijn oordeel, gelet op hetgeen in genoemd arrest is vooropgesteld m.b.t. mogelijke contra-indicaties, ontoereikend gemotiveerd, mede in aanmerking genomen dat het Hof kennelijk heeft geoordeeld
Strafoplegging. Afroomboete. Het Hof heeft bij het opleggen van de geldboete van € 200.000,- overwogen dat deze boete mede dient ter afroming van het door verdachte behaalde voordeel. Het Hof heeft daarmee tot uitdrukking gebracht dat de ernst van de bewezenverklaarde feiten mede wordt bepaald door
Art. 359.3 Sv. Opgave van bewijsmiddelen bij bekennende verdachte. De opvatting dat in de aantekening van het mondeling arrest wat betreft de inhoud van de gebezigde bewijsmiddelen slechts in het geval van een bekennende verdachte mag worden verwezen naar de processtukken, vindt geen steun in de Reg
Poging tot zware mishandeling door met een mes te zwaaien, waarbij verdachte een ander in het bovenlichaam heeft geraakt. Verdachte wordt slapend in de door hem gehuurde bovenwoning geconfronteerd met hoofdbewoner die hem d.m.v. (bedreiging met) geweld uit de woning wil zetten. Beroep op noodweer, p
Bewijsklacht schuldheling. In aanmerking genomen dat uit de gebezigde bewijsmiddelen niet zonder meer kan worden afgeleid dat verdachte t.t.v. het voorhanden krijgen van de bromfiets in die mate is tekortgeschoten in zijn onderzoeksplicht dat hij met de voor schuldheling vereiste aanmerkelijke onvoo
Vervolg op HR LJN BP0291. OM-cassatie. Art. 266 en 267 Sr. Beledigen agent door dragen van jack met daarop de opdruk "A.C.A.B."? HR herhaalt relevante overweging uit HR LJN BK3366. Het Hof heeft een te beperkte uitleg gegeven aan artt. 266 jo. 267 Sr. Bij de beoordeling van de vraag of de uitlating
Piranha II. 1. Slagende bewijsklacht art. 140a Sr, 2. Slagende bewijsklacht medeplegen voorbereidingshandelingen moord/doodslag, 3. Psychische overmacht. Ad 1. HR herhaalt relevante overwegingen uit HR NJ 1998/225 m.b.t. art. 140a Sr. Uit de bewijsvoering kan de wetenschap dat de organisatie tot oog
OM-cassatie. Art. 416.3 Sv. Het Hof heeft na behandeling ttz. het OM alsnog n-o verklaard wegens niet tijdig indienen (4 mnd te laat) van appelschriftuur. 1. De opvatting dat art. 416.3 Sv slechts van toepassing is indien geen schriftuur wordt ingediend, is onjuist. Die bepaling is mede van toepas
Schuldheling. Relationele sfeer. ’s Hofs oordeel dat i.c. sprake is van schuldheling is niet onbegrijpelijk en behoefde geen nadere motivering, ook niet in het licht van de tussen verdachte en X bestaande relatie. Conclusie AG: anders.
Opzettelijk aanwezig hebben van hennepplanten (art. 3.C Opiumwet) en diefstal van elektriciteit (art. 311.1.5 Sr) in door verdachte gehuurde woning. 1. ’s Hofs oordeel dat verdachte hennepplanten opzettelijk aanwezig heeft gehad begrijpelijk, gelet op verklaring verdachte dat zij inwoonde bij haar v
Jeugdzaak. Ontoereikende strafmotivering. ’s Hofs kennelijke vaststelling dat verdachte eerder voor soortgelijke feiten onherroepelijk is veroordeeld, is niet begrijpelijk, aangezien het Uittreksel Justitiële Documentatie enkel drie niet onherroepelijke veroordelingen ter zake van soortgelijke feit
1. Bewijsminimum, art. 342.2 Sv (unus testis, nullus testis). 2. Vordering b.p. Wettelijke rente. Ad. 1. HR herhaalt relevante overwegingen uit HR LJN BM2452. Het kennelijke oordeel van het Hof dat het bewijs dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan niet alleen kan worden aangenomen o.g.v. het
Aanwezigheidsrecht. Art. 588a Sv. De HR herhaalt relevante overwegingen uit HR LJN AD4727. Gelet daarop en in aanmerking genomen dat de raadsman blijkens het p-v van de tz. in h.b. in de gelegenheid is gesteld de afwezigheid van verdachte toe te lichten doch daartoe niet heeft aangevoerd dat geen af
OM-cassatie tegen vrijspraak van verdachte die over dranghekken ambassade VS klom en op grond ging liggen. Verstoring openbare orde a.b.i. art. 76 APV Den Haag. Dit art. heeft, gelet op de titel waarin het is geplaatst, het oog op verstoring van de openbare orde, hetgeen in de tekst daarvan tot uitd
Opzettelijk aanwezig hebben van 4 tabletten bevattende MDMA in keukenkastje van woning waarvan verdachte hoofdbewoner was, art. 2.C Opiumwet. Moet verdachte zich in meer of mindere mate bewust zijn geweest van aanwezigheid van verdovende middelen? ’s Hofs oordeel dat verdachte verdovende middelen op
Verkrachting door echtgenoot in eigen slaapkamer, terwijl verdachte toegang woning was ontzegd en aangeefster zich niet heeft verzet tegen seksuele handelingen teneinde verdachte gunstig te stemmen en erger te voorkomen. Uitleg bestanddeel ‘dwingt’ a.b.i. art. 242 Sr. Heeft verdachte bewust aanmerke
Artt. 5 en 8 Leerplichtwet (Lpw). Artt. 8, 9 en 14 EVRM. Art. 2 Eerste Protocol EVRM. Artt. 10 en 14 Handvest EU. 1. Bepalingen Lpw i.s.m. art. 9 EVRM, art. 2 EP EVRM en artt. 10 en 14 Handvest? 2. Bepalingen Lpw i.s.m. artt. 8 en 14 EVRM? Ad. 1. Het Hof heeft geoordeeld dat art. 8.2 Lpw geen ongere
1. Slagende bewijsklacht verduistering. 2. Vordering herroeping voorwaardelijke invrijheidstelling, art. 15i Sr. De opvatting dat ingeval de vordering tot herroeping van de voorwaardelijke vrijheidstelling in strijd met art. 15i.2 Sr niet "onverwijld" is ingediend, zulks dient te leiden tot de n-o v
Slagende middelen over afstand aanwezigheidsrecht en afwijzing aanhoudingsverzoek. Het oordeel van het Hof, inhoudende dat verdachte vrijwillig afstand heeft gedaan van zijn recht bij de behandeling van zijn zaak aanwezig te zijn, berust kennelijk op de enkele grond dat de voorzitter van de receptie