Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2016:950
Formele procesketen
- cassatie ECLI:NL:HR:2016:950 → ECLI:NL:GHAMS:2014:4827 bekrachtiging/bevestiging
- conclusie ECLI:NL:HR:2016:950 → ECLI:NL:PHR:2016:383 gevolgd
Inhoudsindicatie
Medeplegen van doodslag, gevolgd en/of voorafgegaan van een strafbaar feit en gepleegd met het oogmerk om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers aan dat feit straffeloosheid te verzekeren, meermalen gepleegd. Bewijsklacht dat de doodslag op X is gepleegd met het oogmerk om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf of andere deelnemers aan het oorsprongsfeit (poging tot diefstal) straffeloosheid te verzekeren. CAG: uit de b.m. heeft het Hof kunnen afleiden dat de doodslag op X al dan niet mede tot oogmerk had om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en de mededader straffeloosheid t.a.v. de poging tot gekwalificeerde diefstal te verzekeren. CAG voorts over de vraag of verdachte voldoende rechtens te honoreren belang heeft bij zijn klacht. HR: art. 81.1 RO en vermindering van de gevangenisstraf wegens overschrijding redelijke termijn. Samenhang met 14/06174.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (3)
- ECLI:NL:PHR:2020:725 Parket bij de Hoge Raad 25-08-2020
- ECLI:NL:PHR:2020:345 Parket bij de Hoge Raad 07-04-2020
- ECLI:NL:PHR:2016:586 Parket bij de Hoge Raad 14-06-2016
Wetsverwijzingen
Volledige tekst
Volledige tekst (2.652 tekens)
Strafkamer
nr. S 14/06092
CB
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam van 14 november 2014, nummer 23/003511-13, in de strafzaak tegen:
[verdachte]
, geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1978.
1Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft G. Spong, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal F.W. Bleichrodt heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak, maar uitsluitend wat betreft de duur van de opgelegde gevangenisstraf, tot vermindering daarvan en tot verwerping van het beroep voor het overige.
De raadsman heeft daarop schriftelijk gereageerd.
2. Beoordeling van het middel
Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
3Ambtshalve beoordeling van de bestreden uitspraak
De verdachte bevindt zich in voorlopige hechtenis. De Hoge Raad doet uitspraak nadat meer dan zestien maanden zijn verstreken na het instellen van het cassatieberoep. Dat brengt mee dat de redelijke termijn als bedoeld in art. 6, eerste lid, EVRM is overschreden. Dit moet leiden tot vermindering van de aan de verdachte opgelegde gevangenisstraf van zeventien jaren.
4Slotsom
Nu het middel niet tot cassatie kan leiden, terwijl de Hoge Raad geen andere dan de hiervoor onder 3 genoemde grond aanwezig oordeelt waarop de bestreden uitspraak ambtshalve zou behoren te worden vernietigd, brengt hetgeen hiervoor is overwogen mee dat als volgt moet worden beslist.
5Beslissing
De Hoge Raad:
vernietigt de bestreden uitspraak, maar uitsluitend wat betreft de duur van de opgelegde gevangenisstraf;
vermindert deze in die zin dat deze zestien jaren en tien maanden beloopt;
verwerpt het beroep voor het overige.
Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren J. de Hullu en H.A.G. Splinter-van Kan, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 24 mei 2016.