Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2016:2828
2016-12-09
Civiel recht
16/02744
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- cassatie ECLI:NL:HR:2016:2828 → ECLI:NL:GHAMS:2014:3962 bekrachtiging/bevestiging
- cassatie ECLI:NL:HR:2016:2828 → ECLI:NL:GHAMS:2015:177 bekrachtiging/bevestiging
- cassatie ECLI:NL:HR:2016:2828 → ECLI:NL:GHAMS:2015:2703 bekrachtiging/bevestiging
- cassatie ECLI:NL:HR:2016:2828 → ECLI:NL:GHAMS:2016:444 bekrachtiging/bevestiging
- conclusie ECLI:NL:HR:2016:2828 → ECLI:NL:PHR:2016:1223 gevolgd
Inhoudsindicatie
Art. 81 lid 1 RO. Effectenleaseovereenkomst. Restschuld; heeft Dexia ter uitvoering van de overeenkomst daadwerkelijk aandelen voor de cliënt aangekocht? Beroep op hardheidsclausule?
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (15)
- ECLI:NL:GHARL:2021:3012 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 30-03-2021
- ECLI:NL:GHARL:2021:3014 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 30-03-2021
- ECLI:NL:GHARL:2021:3015 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 30-03-2021
- ECLI:NL:GHARL:2020:1865 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 03-03-2020
- ECLI:NL:GHARL:2019:9508 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 05-11-2019
- ECLI:NL:GHARL:2019:5266 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 25-06-2019
- ECLI:NL:GHARL:2019:2661 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 26-03-2019
- ECLI:NL:GHARL:2019:2662 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 26-03-2019
- ECLI:NL:GHARL:2019:1545 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 19-02-2019
- ECLI:NL:GHARL:2019:1377 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 12-02-2019
- ECLI:NL:GHARL:2019:317 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 15-01-2019
- ECLI:NL:GHARL:2019:315 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 15-01-2019
- ECLI:NL:GHARL:2019:111 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 08-01-2019
- ECLI:NL:PHR:2018:1429 Parket bij de Hoge Raad 21-12-2018
- ECLI:NL:GHARL:2018:1697 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 20-02-2018
Volledige tekst
Volledige tekst (2.667 tekens)
9 december 2016
Eerste Kamer
16/02744
EE
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
1. [eiser 1] ,wonende te [woonplaats] ,
2. [eiser 2] ,wonende te [woonplaats] ,
EISERS tot cassatie,
advocaat: aanvankelijk mr. H.L. van Lookeren Campagne, thans mr. K. Aantjes,
t e g e n
ASSET REFINANCE COMPANY B.V.,gevestigd te Curaçao,
VERWEERSTER in cassatie,
advocaat: mr. J. de Bie Leuveling Tjeenk.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] c.s. en ARC B.V.
1Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de vonnissen in de zaak 1185907 DX EXPL 10-234 van de rechtbank Amsterdam van 5 januari 2011, 16 maart 2011, 17 augustus 2011 en 23 mei 2012, verbeterd op 15 augustus 2012;
b. de arresten in de zaak 200.115.738/01 van het gerechtshof Amsterdam van 23 september 2014, 27 januari 2015, 30 juni 2015 en 9 februari 2016.
De arresten van het hof zijn aan dit arrest gehecht.
2Het geding in cassatie
Tegen de arresten van het hof hebben [eiser] c.s. beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
ARC c.s. hebben geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen mondeling toegelicht, namens [eiser] c.s. door mr. L.C.M. Jurgens.
De conclusie van de Advocaat-Generaal M.H. Wissink strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van [eiser] c.s. heeft bij brief van 2 december 2016 op die conclusie gereageerd.
3Beoordeling van de middelen
De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiser] c.s. in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van ARC B.V. begroot op € 2.678,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de vice-president E.J. Numann als voorzitter en de raadsheren C.A. Streefkerk, G. Snijders, G. de Groot en T.H. Tanja-van den Broek, en in het openbaar uitgesproken door de vice-president E.J. Numann op 9 december 2016.
Eerste Kamer
16/02744
EE
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
1. [eiser 1] ,wonende te [woonplaats] ,
2. [eiser 2] ,wonende te [woonplaats] ,
EISERS tot cassatie,
advocaat: aanvankelijk mr. H.L. van Lookeren Campagne, thans mr. K. Aantjes,
t e g e n
ASSET REFINANCE COMPANY B.V.,gevestigd te Curaçao,
VERWEERSTER in cassatie,
advocaat: mr. J. de Bie Leuveling Tjeenk.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] c.s. en ARC B.V.
1Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de vonnissen in de zaak 1185907 DX EXPL 10-234 van de rechtbank Amsterdam van 5 januari 2011, 16 maart 2011, 17 augustus 2011 en 23 mei 2012, verbeterd op 15 augustus 2012;
b. de arresten in de zaak 200.115.738/01 van het gerechtshof Amsterdam van 23 september 2014, 27 januari 2015, 30 juni 2015 en 9 februari 2016.
De arresten van het hof zijn aan dit arrest gehecht.
2Het geding in cassatie
Tegen de arresten van het hof hebben [eiser] c.s. beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
ARC c.s. hebben geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen mondeling toegelicht, namens [eiser] c.s. door mr. L.C.M. Jurgens.
De conclusie van de Advocaat-Generaal M.H. Wissink strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van [eiser] c.s. heeft bij brief van 2 december 2016 op die conclusie gereageerd.
3Beoordeling van de middelen
De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiser] c.s. in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van ARC B.V. begroot op € 2.678,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de vice-president E.J. Numann als voorzitter en de raadsheren C.A. Streefkerk, G. Snijders, G. de Groot en T.H. Tanja-van den Broek, en in het openbaar uitgesproken door de vice-president E.J. Numann op 9 december 2016.