Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2016:169
2016-02-02
Strafrecht
14/03636
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- cassatie ECLI:NL:HR:2016:169 → ECLI:NL:GHARL:2014:5114 (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan
- conclusie ECLI:NL:HR:2016:169 → ECLI:NL:PHR:2015:2599 gevolgd
Inhoudsindicatie
Zwembadmoord in Marum. Medeplegen van moord en medeplegen van diefstal van de bij die moord gebruikte auto. HR: art. 81.1 RO en strafvermindering wegens overschrijding van de redelijke termijn.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (26)
- ECLI:NL:PHR:2025:775 Parket bij de Hoge Raad 08-07-2025
- ECLI:NL:PHR:2025:777 Parket bij de Hoge Raad 08-07-2025
- ECLI:NL:PHR:2025:777 Parket bij de Hoge Raad 08-07-2025
- ECLI:NL:PHR:2025:778 Parket bij de Hoge Raad 08-07-2025
- ECLI:NL:PHR:2025:776 Parket bij de Hoge Raad 08-07-2025
- ECLI:NL:PHR:2025:775 Parket bij de Hoge Raad 08-07-2025
- ECLI:NL:GHARL:2024:2834 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 15-05-2024
- ECLI:NL:GHARL:2024:2834 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 15-05-2024
- ECLI:NL:GHARL:2024:2838 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 15-05-2024
- ECLI:NL:GHARL:2024:2838 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 15-05-2024
- ECLI:NL:GHARL:2024:3402 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 15-05-2024
- ECLI:NL:GHARL:2024:3402 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 15-05-2024
- ECLI:NL:GHARL:2024:2762 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 15-05-2024
- ECLI:NL:GHARL:2024:2762 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 15-05-2024
- ECLI:NL:RBNNE:2022:4885 Rechtbank Noord-Nederland 23-12-2022
- ECLI:NL:RBNNE:2022:4886 Rechtbank Noord-Nederland 23-12-2022
- ECLI:NL:RBNNE:2022:4887 Rechtbank Noord-Nederland 23-12-2022
- ECLI:NL:RBNNE:2022:4884 Rechtbank Noord-Nederland 23-12-2022
- ECLI:NL:PHR:2017:244 Parket bij de Hoge Raad 28-02-2017
- ECLI:NL:PHR:2016:583 Parket bij de Hoge Raad 19-04-2016
- ECLI:NL:PHR:2016:567 Parket bij de Hoge Raad 05-04-2016
- ECLI:NL:PHR:2016:594 Parket bij de Hoge Raad 05-04-2016
- ECLI:NL:PHR:2016:584 Parket bij de Hoge Raad 05-04-2016
- ECLI:NL:PHR:2016:233 Parket bij de Hoge Raad 05-04-2016
- ECLI:NL:PHR:2016:234 Parket bij de Hoge Raad 05-04-2016
- ECLI:NL:PHR:2016:602 Parket bij de Hoge Raad 05-04-2016
Wetsverwijzingen
Volledige tekst
Volledige tekst (2.833 tekens)
2 februari 2016
Strafkamer
nr. S 14/03636
SG/CB
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden, van 26 juni 2014, nummer 21/008382-13, in de strafzaak tegen:
[verdachte]
, geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1968.
1Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. J. Boksem, advocaat te Leeuwarden, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal F.W. Bleichrodt heeft geconcludeerd tot vernietiging van het bestreden arrest, maar uitsluitend wat betreft de duur van de opgelegde gevangenisstraf, tot vermindering van de hoogte daarvan en tot verwerping van het beroep voor het overige.
2. Beoordeling van het zevende middel
2.1.
Het middel klaagt dat de redelijke termijn als bedoeld in art. 6, eerste lid, EVRM in de cassatiefase is overschreden omdat de stukken te laat door het Hof zijn ingezonden.
2.2.
Het middel is gegrond. Voorts doet de Hoge Raad in deze zaak waarin de verdachte zich in voorlopige hechtenis bevindt, uitspraak nadat meer dan zestien maanden zijn verstreken na het instellen van het cassatieberoep. Een en ander brengt mee dat de redelijke termijn als bedoeld in art. 6, eerste lid, EVRM is overschreden. Dit moet leiden tot vermindering van de aan de verdachte opgelegde gevangenisstraf van twintig jaren.
3Beoordeling van de overige middelen
De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4Slotsom
Nu de Hoge Raad geen grond aanwezig oordeelt waarop de bestreden uitspraak ambtshalve zou behoren te worden vernietigd, brengt hetgeen hiervoor is overwogen mee dat als volgt moet worden beslist.
5Beslissing
De Hoge Raad:
vernietigt de bestreden uitspraak, maar uitsluitend wat betreft de duur van de opgelegde gevangenisstraf;
vermindert deze in die zin dat deze negentien jaren en zeven maanden beloopt;
verwerpt het beroep voor het overige.
Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren J. de Hullu en A.L.J. van Strien, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 2 februari 2016.
Strafkamer
nr. S 14/03636
SG/CB
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden, van 26 juni 2014, nummer 21/008382-13, in de strafzaak tegen:
[verdachte]
, geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1968.
1Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. J. Boksem, advocaat te Leeuwarden, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal F.W. Bleichrodt heeft geconcludeerd tot vernietiging van het bestreden arrest, maar uitsluitend wat betreft de duur van de opgelegde gevangenisstraf, tot vermindering van de hoogte daarvan en tot verwerping van het beroep voor het overige.
2. Beoordeling van het zevende middel
2.1.
Het middel klaagt dat de redelijke termijn als bedoeld in art. 6, eerste lid, EVRM in de cassatiefase is overschreden omdat de stukken te laat door het Hof zijn ingezonden.
2.2.
Het middel is gegrond. Voorts doet de Hoge Raad in deze zaak waarin de verdachte zich in voorlopige hechtenis bevindt, uitspraak nadat meer dan zestien maanden zijn verstreken na het instellen van het cassatieberoep. Een en ander brengt mee dat de redelijke termijn als bedoeld in art. 6, eerste lid, EVRM is overschreden. Dit moet leiden tot vermindering van de aan de verdachte opgelegde gevangenisstraf van twintig jaren.
3Beoordeling van de overige middelen
De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4Slotsom
Nu de Hoge Raad geen grond aanwezig oordeelt waarop de bestreden uitspraak ambtshalve zou behoren te worden vernietigd, brengt hetgeen hiervoor is overwogen mee dat als volgt moet worden beslist.
5Beslissing
De Hoge Raad:
vernietigt de bestreden uitspraak, maar uitsluitend wat betreft de duur van de opgelegde gevangenisstraf;
vermindert deze in die zin dat deze negentien jaren en zeven maanden beloopt;
verwerpt het beroep voor het overige.
Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren J. de Hullu en A.L.J. van Strien, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 2 februari 2016.