Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2015:218
2015-02-03
Strafrecht
14/02074
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- conclusie ECLI:NL:HR:2015:218 → ECLI:NL:PHR:2015:40
Inhoudsindicatie
Herziening. De A-G heeft n.a.v. de aanvraag op de voet van art. 468.2 Sv een nader onderzoek ingesteld a.b.i. art. 463 Sv. Een afschrift van de daarop betrekking hebbende stukken is niet overeenkomstig art. 466.2 i.v.m. art. 463.6 Sv aan de raadsvrouwe van aanvrager toegezonden. De HR zal de A-G daartoe alsnog in de gelegenheid stellen, zodat de raadsvrouwe - gelet op art. 466.2 Sv - desgewenst binnen zes weken nadat de A-G de stukken heeft toegezonden, de herzieningsaanvraag nader schriftelijk kan toelichten. De A-G zal ingeval de aanvraag nader schriftelijk wordt toegelicht, op na te noemen of op een nadere tz. opnieuw kunnen concluderen.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (1)
- ECLI:NL:HR:2015:1106 Hoge Raad 21-04-2015
Wetsverwijzingen
Volledige tekst
Volledige tekst (2.717 tekens)
3 februari 2015
Strafkamer
nr. 14/02074 H
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op een aanvraag tot herziening van een in kracht van gewijsde gegaan arrest van het Gerechtshof te Arnhem van 16 december 2010, nummer 21/004326-08, ingediend door mr. M.M.A.J. Goris, advocaat te Almelo, namens:
[aanvrager] alias [A], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1981.
1De uitspraak waarvan herziening is gevraagd
Het Hof heeft in hoger beroep - met vernietiging van een vonnis van de Rechtbank Arnhem van 22 oktober 2008 - de aanvrager ter zake van "medeplegen van moord" veroordeeld tot een gevangenisstraf van dertien jaren, welke straf bij arrest van de Hoge Raad van 6 november 2012 is verminderd tot twaalf jaren en zes maanden.
2De aanvraag tot herziening
De aanvraag tot herziening is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
3De conclusie van de Advocaat-Generaal
De Advocaat-Generaal P.C. Vegter heeft geconcludeerd dat de Hoge Raad de aanvraag zal afwijzen.
4Beoordeling van de aanvraag
Naar aanleiding van de aanvraag is door de Advocaat-Generaal op de voet van art. 468, tweede lid, Sv een nader onderzoek ingesteld als bedoeld in art. 463 Sv. Een afschrift van de daarop betrekking hebbende stukken is niet overeenkomstig art. 466, tweede lid, in verbinding met art. 463, zesde lid, Sv aan de raadsvrouwe van de aanvrager toegezonden. De Hoge Raad zal de Advocaat-Generaal daartoe alsnog in de gelegenheid stellen, zodat de raadsvrouwe - gelet op art. 466, tweede lid, Sv - desgewenst binnen zes weken nadat de Advocaat-Generaal de stukken heeft toegezonden, de herzieningsaanvraag nader schriftelijk kan toelichten. De Advocaat-Generaal zal ingeval de aanvraag nader schriftelijk wordt toegelicht, op na te noemen of op een nadere terechtzitting opnieuw kunnen concluderen.
5Beslissing
De Hoge Raad:
stelt de Advocaat-Generaal in de gelegenheid een afschrift van de hiervoor onder 4 bedoelde stukken toe te zenden aan de raadsvrouwe van de aanvrager;
verwijst de zaak naar de rolzitting van 24 maart 2015;
houdt elke verdere beslissing aan.
Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren J.P. Balkema en J.W. Ilsink, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 3 februari 2015.
Mr. Balkema en mr. Ilsink zijn buiten staat dit arrest te ondertekenen.
Strafkamer
nr. 14/02074 H
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op een aanvraag tot herziening van een in kracht van gewijsde gegaan arrest van het Gerechtshof te Arnhem van 16 december 2010, nummer 21/004326-08, ingediend door mr. M.M.A.J. Goris, advocaat te Almelo, namens:
[aanvrager] alias [A], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1981.
1De uitspraak waarvan herziening is gevraagd
Het Hof heeft in hoger beroep - met vernietiging van een vonnis van de Rechtbank Arnhem van 22 oktober 2008 - de aanvrager ter zake van "medeplegen van moord" veroordeeld tot een gevangenisstraf van dertien jaren, welke straf bij arrest van de Hoge Raad van 6 november 2012 is verminderd tot twaalf jaren en zes maanden.
2De aanvraag tot herziening
De aanvraag tot herziening is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
3De conclusie van de Advocaat-Generaal
De Advocaat-Generaal P.C. Vegter heeft geconcludeerd dat de Hoge Raad de aanvraag zal afwijzen.
4Beoordeling van de aanvraag
Naar aanleiding van de aanvraag is door de Advocaat-Generaal op de voet van art. 468, tweede lid, Sv een nader onderzoek ingesteld als bedoeld in art. 463 Sv. Een afschrift van de daarop betrekking hebbende stukken is niet overeenkomstig art. 466, tweede lid, in verbinding met art. 463, zesde lid, Sv aan de raadsvrouwe van de aanvrager toegezonden. De Hoge Raad zal de Advocaat-Generaal daartoe alsnog in de gelegenheid stellen, zodat de raadsvrouwe - gelet op art. 466, tweede lid, Sv - desgewenst binnen zes weken nadat de Advocaat-Generaal de stukken heeft toegezonden, de herzieningsaanvraag nader schriftelijk kan toelichten. De Advocaat-Generaal zal ingeval de aanvraag nader schriftelijk wordt toegelicht, op na te noemen of op een nadere terechtzitting opnieuw kunnen concluderen.
5Beslissing
De Hoge Raad:
stelt de Advocaat-Generaal in de gelegenheid een afschrift van de hiervoor onder 4 bedoelde stukken toe te zenden aan de raadsvrouwe van de aanvrager;
verwijst de zaak naar de rolzitting van 24 maart 2015;
houdt elke verdere beslissing aan.
Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren J.P. Balkema en J.W. Ilsink, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 3 februari 2015.
Mr. Balkema en mr. Ilsink zijn buiten staat dit arrest te ondertekenen.