Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2015:137
2015-02-03
Strafrecht
14/01381
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- conclusie ECLI:NL:HR:2015:137 → ECLI:NL:PHR:2014:2824 gevolgd
Inhoudsindicatie
Cassatieschriftuur raadsvrouwe verzonden naar griffie (ander) Hof i.p.v. naar HR. Doorzendplicht wanneer raadsvrouwe schriftuur naar verkeerde instantie heeft gestuurd? Cassatieberoep gericht tegen arrest Hof Den Haag. Geen middelen ingediend, verdachte n-o. Omstandigheid dat - naar in de reactie op CAG wordt gesteld - schriftuur binnen termijn per fax is verzonden naar en is ontvangen op griffie Hof Amsterdam en dat aldaar is verzuimd deze naar HR door te zenden, leidt niet tot ander oordeel, ook niet indien schriftuur zou zijn gezonden naar griffie Hof Den Haag.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (3)
- ECLI:NL:PHR:2022:579 Parket bij de Hoge Raad 10-05-2022
- ECLI:NL:PHR:2022:580 Parket bij de Hoge Raad 10-05-2022
- ECLI:NL:PHR:2016:910 Parket bij de Hoge Raad 05-07-2016
Wetsverwijzingen
Volledige tekst
Volledige tekst (2.032 tekens)
3 februari 2015
Strafkamer
nr. 14/01381
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Den Haag van 14 november 2013, nummer 22/002805-13, in de strafzaak tegen:
[verdachte]
, geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1989.
1Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. C.C. Peterse, advocaat te 's-Gravenhage, een schriftuur ingediend, die echter eerst na afloop van de bij de wet gestelde termijn bij de griffie van de Hoge Raad is ingekomen.
De Advocaat-Generaal D.J.C. Aben heeft geconcludeerd tot niet-ontvankelijkverklaring van de verdachte in het beroep.
De raadsvrouwe heeft daarop schriftelijk gereageerd.
2Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep
Het cassatieberoep is gericht tegen een arrest van het Gerechtshof Den Haag. De verdachte kan in dat beroep niet worden ontvangen nu hij in strijd met art. 437, tweede lid, Sv niet binnen de bij de wet gestelde termijn bij de Hoge Raad door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie heeft doen indienen.
De omstandigheid dat - naar in de reactie op de conclusie wordt gesteld - de schriftuur binnen die termijn per fax is verzonden naar en is ontvangen op de griffie van het Gerechtshof Amsterdam en dat aldaar is verzuimd deze naar de Hoge Raad door te zenden, leidt niet tot een ander oordeel, ook niet indien de schriftuur zou zijn gezonden naar de griffie van het Gerechtshof Den Haag.
3Beslissing
De Hoge Raad verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en N. Jörg, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 3 februari 2015.
Strafkamer
nr. 14/01381
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Den Haag van 14 november 2013, nummer 22/002805-13, in de strafzaak tegen:
[verdachte]
, geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1989.
1Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. C.C. Peterse, advocaat te 's-Gravenhage, een schriftuur ingediend, die echter eerst na afloop van de bij de wet gestelde termijn bij de griffie van de Hoge Raad is ingekomen.
De Advocaat-Generaal D.J.C. Aben heeft geconcludeerd tot niet-ontvankelijkverklaring van de verdachte in het beroep.
De raadsvrouwe heeft daarop schriftelijk gereageerd.
2Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep
Het cassatieberoep is gericht tegen een arrest van het Gerechtshof Den Haag. De verdachte kan in dat beroep niet worden ontvangen nu hij in strijd met art. 437, tweede lid, Sv niet binnen de bij de wet gestelde termijn bij de Hoge Raad door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie heeft doen indienen.
De omstandigheid dat - naar in de reactie op de conclusie wordt gesteld - de schriftuur binnen die termijn per fax is verzonden naar en is ontvangen op de griffie van het Gerechtshof Amsterdam en dat aldaar is verzuimd deze naar de Hoge Raad door te zenden, leidt niet tot een ander oordeel, ook niet indien de schriftuur zou zijn gezonden naar de griffie van het Gerechtshof Den Haag.
3Beslissing
De Hoge Raad verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en N. Jörg, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 3 februari 2015.