Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Hoge Raad

ECLI:NL:HR:2014:833

2014-04-04 Civiel recht 14/00641
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Hoge Raad
Uitspraakdatum
2014-04-04
Publicatiedatum
2014-04-04
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedure
Cassatie
Zaaknummer
14/00641
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl | JWB 2014/168 | RvdW 2014/559

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

Cassatieprocesrecht. Geen ondertekening cassatieverzoekschrift door advocaat, art. 426a lid 1 Rv. Ontvankelijkheid.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (8)

Volledige tekst

Volledige tekst (2.291 tekens)
4 april 2014
Eerste Kamer
nr. 14/00641
LZ/EE

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

in de zaak van:



[verzoeker],wonende te [woonplaats],
VERZOEKER tot cassatie,



tegen

DE Ontvanger van de Belastingdienst/Rivierenland, voorheen de Ontvanger van de Belastingdienst/Ondernemingen Gorinchem,
kantoorhoudende te Gorinchem,
VERWEERDER in cassatie,
niet verschenen.



Verzoeker zal hierna ook worden aangeduid als [verzoeker].





1Het geding in feitelijke instantie

Voor het verloop van het geding in feitelijke instantie verwijst de Hoge Raad naar het arrest in de zaak HD 200.086.699/01 van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch van 24 september 2013.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.





2Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het hof heeft [verzoeker] beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De conclusie van de Advocaat-Generaal F.F. Langemeijer strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van verzoeker in zijn cassatieberoep.

[verzoeker] heeft bij brief van 25 februari 2014 op die conclusie gereageerd. Nu deze brief niet door tussenkomst van een advocaat aan de Hoge Raad is toegestuurd, zal de Hoge Raad daarop geen acht slaan.





3Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep

[verzoeker] heeft bij brief van 30 november 2013 beroep in cassatie ingesteld tegen het arrest van het hof. Voornoemde brief voldoet niet aan de eisen van art. 426a lid 1 Rv omdat deze niet is getekend door een advocaat bij de Hoge Raad. Ook na daartoe in de gelegenheid te zijn gesteld, heeft [verzoeker] dit gebrek niet hersteld.
Dit brengt mee dat [verzoeker] in zijn beroep niet-ontvankelijk moet worden verklaard.





4Beslissing
De Hoge Raad verklaart [verzoeker] niet-ontvankelijk in zijn beroep.


Dit arrest is gewezen door de raadsheren C.A. Streefkerk, als voorzitter, A.H.T. Heisterkamp en C.E. Drion, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op 4 april 2014.