Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Hoge Raad

ECLI:NL:HR:2014:2955

2014-10-07 Strafrecht 13/05033
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Hoge Raad
Uitspraakdatum
2014-10-07
Publicatiedatum
2014-10-13
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedure
Cassatie
Zaaknummer
13/05033
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl | RvdW 2014/1171 | NJ 2015/244 met annotatie van J.M. Reijntjes

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

Schriftelijk bescheid, art. 344 Sv. Het Hof heeft het door de OvJ “voor fotocopie conform” gewaarmerkt p-v kennelijk gebezigd als een bewijsmiddel i.d.z.v. art. 344.1.2 Sv. Het in de bestreden uitspraak besloten liggende oordeel van het Hof dat deze kopie met het origineel van het p-v mag worden gelijkgesteld op grond dat de kopie is gevoegd in een omslag die door de OvJ “Voor fotocopie conform” is gewaarmerkt, geeft – in aanmerking genomen dat niet blijkt van een beroep op bijzondere omstandigheden die tot een ander oordeel nopen – niet blijk van een onjuiste uitleg van de voormelde bepaling. In het licht hiervan en gelet op art. 344.2 Sv is de bewezenverklaring toereikend gemotiveerd.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (3)

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (4.661 tekens)
7 oktober 2014
Strafkamer
nr. 13/05033

Hoge Raad der Nederlanden


Arrest



op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden, van 27 september 2013, nummer 21/003166-13, in de strafzaak tegen:



[verdachte]
, geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1939.




1Geding in cassatie


Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. R.J. Baumgardt, advocaat te Spijkenisse, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal A.E. Harteveld heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.





2Beoordeling van het middel


2.1.
Het middel klaagt dat de bewezenverklaring ontoereikend is gemotiveerd nu het Hof deze slechts heeft doen steunen op een kopie van een proces-verbaal van politie.


2.2.1.

Ten laste van de verdachte is bewezenverklaard dat:
"hij op 26 juni 2012 te Erm, gemeente Coevorden, buiten de bebouwde kom, als bestuurder van een motorvoertuig (personenauto) op de voor het openbaar verkeer openstaande weg, de provinciale weg N34, welke weg als autoweg was aangeduid, heeft gereden met een snelheid van 140 kilometer per uur."




2.2.2.

Deze bewezenverklaring steunt op het volgende bewijsmiddel:
"een schriftelijk stuk, inhoudende een kopie van het proces-verbaal met bonnummer 26.06.25012.1005.000191 en zaaknummer 001043177, d.d. 4 juli 2012, opgemaakt door [verbalisant 1], buitengewoon opsporingsambtenaar van politie, conform de gegevens in de aangehechte kennisgeving van bekeuring d.d. 26 juni 2012, welke als proces-verbaal op ambtseed is opgemaakt door [verbalisant 2], brigadier van politie, Divisie Operationele Diensten, Unit Verkeerstaken, Politie Drenthe."




2.2.3.
Dit door het Hof als bewijsmiddel gebezigde stuk bevindt zich bij de op de voet van art. 434, eerste lid, Sv aan de Hoge Raad toegezonden stukken en is gevoegd in een omslag waarop een stempelafdruk is geplaatst vermeldende "Voor fotocopie conform, De Officier van Justitie in het Arrondissement Assen", welke stempelafdruk is voorzien van een paraaf, naar de Hoge Raad begrijpt van voornoemde Officier van Justitie.




2.3.
De volgende wettelijke bepalingen zijn van belang.
- Art. 339, eerste lid aanhef en onder 5°, Sv:

"1. Als wettige bewijsmiddelen worden alleen erkend:
(...)
5° schriftelijke bescheiden."


- Art. 344 Sv:

"1. Onder schriftelijke bescheiden worden verstaan:
1° (...)
2° processen-verbaal en andere geschriften, in den wettelijken vorm opgemaakt door colleges en personen, die daartoe bevoegd zijn, en behelzende hunne mededeeling van feiten of omstandigheden, door hen zelf waargenomen of ondervonden;
3° (...)
4° (...)
5° alle andere geschriften; doch deze kunnen alleen gelden in verband met den inhoud van andere bewijsmiddelen.
2. Het bewijs dat de verdachte het telastegelegde feit heeft gepleegd, kan door den rechter worden aangenomen op het proces-verbaal van een opsporingsambtenaar."




2.4.

Het Hof heeft de hiervoor onder 2.2.2 weergegeven kopie kennelijk gebezigd als een bewijsmiddel in de zin van art. 344, eerste lid aanhef en onder 2°, Sv. Het in de bestreden uitspraak besloten liggende oordeel van het Hof dat deze kopie met het origineel van het proces-verbaal mag worden gelijkgesteld op de grond dat de kopie is gevoegd in een omslag die door de Officier van Justitie "Voor fotocopie conform" is gewaarmerkt, geeft - in aanmerking genomen dat niet blijkt van een beroep op bijzondere omstandigheden die tot een ander oordeel nopen - niet blijk van een onjuiste uitleg van de voormelde bepaling. In het licht hiervan en gelet op art. 344, tweede lid, Sv, is de bewezenverklaring toereikend gemotiveerd.




2.5.
Het middel faalt.





3Beslissing


De Hoge Raad verwerpt het beroep.



Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren J. de Hullu en E.S.G.N.A.I. van de Griend, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 7 oktober 2014.