Post-Keskin zaak. Mishandeling van fietsenmaker, art. 300.1 Sr. 1. HR gaat in op uitspraak van EHRM in zaak Keskin tegen Nederland (nr. 2205/16) en betekenis van die uitspraak voor beoordeling van verzoeken tot oproepen en horen van getuigen door Nederlandse strafrechter en voor
Wetboek van Strafvordering
Art. 344 Sv
Genoemd in 296 uitspraken · Officiële wettekst
296 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · live
Overzichtsarrest HR over de toepassing van art. 80a RO. Vervolg op de overzichtsarresten van 11 september 2012.
Getuigen. De getuige heeft ttz geweigerd vragen te beantwoorden De verklaring van de getuige afgelegd bij de politie wordt tot het bewijs gebezigd. De HR vult de rechtsregels over het oproepen van getuigen en het ondervragingsrecht uit HR LJN AB7528 nader in. De HR heeft in HR L
Terrorisme-zaak. 1. Algemene overwegingen omtrent verhouding BVD-onderzoek en strafrechtelijk onderzoek; mate van controle strafrechter van BVD-onderzoek en toetsing bruikbaarheid in strafproces van door BVD vergaard materiaal. 2. Consequenties van onregelmatigheden in onderzoek
Veroordeling tot onvoorwaardelijke gevangenisstraffen voor deelneming aan een criminele organisatie met terroristisch oogmerk (LTTE – de organisatie van Tamil Tijgers). Het hof acht tevens bewezen dat het oogmerk van de LTTE onder andere gericht was op het plegen van oorlogsmisdr
Ambtsedig p-v. Art. 344.2 Sv. Ingevolge art. 344.2 Sv kan het bewijs dat verdachte het tlgd. feit heeft gepleegd, door de rechter worden aangenomen op enkel een door een bevoegde opsporingsambtenaar op ambtseed opgemaakt p-v. Genoemde bepaling maakt geen uitzondering voor feiten
1. 's Hofs beslissing geen bevel tot gijzeling van een getuige te geven, is, zonder miskenning van de maatstaf van art. 289 lid 1 Sv, toereikend gemotiveerd. 2. Gebruik voor het bewijs van verklaringen van getuigen opgenomen in ambtsedige processen-verbaal.
CONCLUSIE: Op woensdag 12 april 2017 neemt staatsraad advocaat-generaal Keus een conclusie over bewijsvergaering in boetezaken. De voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak heeft de staatsraad advocaat-generaal in november 2016 gevraagd te onderzoeken welke waarborgen bij he
Tot bewijs gebezigd proces-verbaal houdende de verklaring van iemand wiens identiteit niet blijkt. 1) Aan art. 344.3.b Sv is voldaan als de wens die persoon te ondervragen naderhand is ingetrokken. 2) 's Hofs arrest houdt in strijd met art. 360.1 Sv geen uitdrukkelijk oordeel ove
-
Conclusie AG. Deelneming aan criminele organisatie gericht op plegen misdrijven a.b.i. art. 10 en 10a OW. Klacht m.b.t. verweer dat bewijs uitsluitend zou worden gevormd door pgp-berichten. Conclusie strekt tot verwerping van het beroep.
Vordering tot cassatie in het belang der wet over het gebruik van een onjuiste tekst bij beëdigingen van raadsheren(-plaatsvervangers). De procureur-generaal komt tot de conclusie dat de onvolkomenheden bij deze beëdigingen geen grond voor nietigheid opleveren.
Medeplegen (poging) invoer en uitvoer cocaïne (art. 2.A Opiumwet), deelname aan criminele organisatie (art. 140.1 Sr), valsheid in geschrift (art. 225.1 Sr) en overtredingen WWM. Fenomeen van kroongetuige. 1. HR wijdt voorafgaande beschouwingen aan toelaatbaarheid van kroongetuig
Salduz-verweer. De HR herhaalt toepasselijke overwegingen uit ECLI:NL:HR:2009:BH3079. Het Hof heeft de door verdachte bij de politie afgelegde verklaringen tot het bewijs van de feiten 3, 5 en 6 gebezigd. Daarmee heeft het Hof miskend dat een dergelijk verzuim behoudens een tweet
-
Rijden onder invloed (art. 8.2.a WVW 1994), verlaten plaats van ongeval (art. 7.1 WVW 1994) en veroorzaken van gevaar op de weg (art. 5 WVW 1994). Verbaliseringsplicht m.b.t. politiegeweld bij aanhouding verdachte, bereik van art. 359a Sv. 1. Levert omstandigheid dat in het door
Onderzoek 26Zenne. Verweren ten aanzien van de verkrijging en het gebruik van EncroChat- en SkyECC-berichten als bewijs worden door de rechtbank verworpen. De rechtbank ziet geen noodzaak tot het stellen van prejudiciële vragen aan het Europees Hof van Justitie en/of de Hoge Raad
Vandros | Strafzaak Willem Holleeder
Alcoholslotprogramma (asp). Art. 8 WVW 1994. Bij de huidige Nederlandse regelgeving is de strafvervolging van een verdachte t.z.v. het rijden onder invloed van alcoholhoudende drank in strijd met de beginselen van een goede procesorde in die gevallen waarin verdachte o.g.v. datze
Terrorisme-zaak. 1. Algemene overwegingen omtrent verhouding BVD-onderzoek en strafrechtelijk onderzoek; mate van controle strafrechter van BVD-onderzoek en toetsing bruikbaarheid in strafproces van door BVD vergaard materiaal. 2. Consequenties van onregelmatigheden in onderzoek
Opzettelijk belemmeren van ambtshandeling ter uitvoering van wettelijk voorschrift door politieagent te belemmeren bij aanhouding van ander die werd verdacht van openbare dronkenschap, art. 184.1 Sr. Ondervragingsrecht verbalisanten, art. 6.3.d EVRM. Vindt betrokkenheid verdachte
Het hof bezigde voor het bewijs naast niet ambtsedige pv’s niet ondertekende pv’s, terwijl de laatsten slechts een nadere bewerking waren van de eersten. Een door een opsporingsambtenaar opgemaakt pv dat niet op ambtseed of ambtsbelofte is opgemaakt, is niet in de wettelijk voorg
De rechtbank heeft in het onderzoek Bosnië - met de deelonderzoeken Brandberg, IJshamer en Maan - 6 mannen veroordeeld tot gevangenisstraffen variërend van 7 jaar tot levenslang. De mannen krijgen deze straffen voor hun aandeel in een reeks liquidaties, poging tot liquidaties en
De verdachte heeft welbewust deelgenomen aan een (internationale) criminele organisatie die onder andere tot oogmerk had het voorbereiden van het teweegbrengen van ontploffingen en moord of doodslag zoals bewezenverklaard. Terroristische activiteiten als door deze organisatie nag
Art. 8 EVRM gegarandeerde recht van de verdachte op respect voor diens privéleven een meer dan beperkte - en daardoor niet meer door art. 2 Politiewet en art. 141 Sv gelegitimeerde - inbreuk is gemaakt, beantwoord aan de hand van de frequentie, de duur, de plaatsen, de methoden,