Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2013:CA1727
2013-07-12
Civiel recht
12/01990
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- cassatie ECLI:NL:HR:2013:CA1727 → ECLI:NL:GHARN:2011:2821 niet ontvankelijk
- conclusie ECLI:NL:HR:2013:CA1727 → ECLI:NL:PHR:2013:CA1727 gevolgd
Inhoudsindicatie
Cassatie. Eisen waaraan cassatiemiddelen dienen te voldoen. Art. 407 lid 2 Rv.
Citeert (3)
- ECLI:NL:HR:2010:BN6196 Hoge Raad 05-11-2010
- ECLI:NL:HR:2013:BY2639 Hoge Raad 08-02-2013
- ECLI:NL:HR:2013:CA0828 Hoge Raad 24-05-2013
Geciteerd door (49)
- ECLI:NL:PHR:2026:430 Parket bij de Hoge Raad 24-04-2026
- ECLI:NL:PHR:2026:352 Parket bij de Hoge Raad 27-03-2026
- ECLI:NL:PHR:2026:115 Parket bij de Hoge Raad 30-01-2026
- ECLI:NL:PHR:2024:1254 Parket bij de Hoge Raad 22-11-2024
- ECLI:NL:PHR:2024:940 Parket bij de Hoge Raad 13-09-2024
- ECLI:NL:PHR:2024:172 Parket bij de Hoge Raad 19-01-2024
- ECLI:NL:PHR:2023:430 Parket bij de Hoge Raad 14-04-2023
- ECLI:NL:PHR:2023:430 Parket bij de Hoge Raad 14-04-2023
- ECLI:NL:PHR:2023:378 Parket bij de Hoge Raad 31-03-2023
- ECLI:NL:PHR:2023:229 Parket bij de Hoge Raad 24-02-2023
- ECLI:NL:PHR:2023:171 Parket bij de Hoge Raad 10-02-2023
- ECLI:NL:PHR:2022:1024 Parket bij de Hoge Raad 04-11-2022
- ECLI:NL:PHR:2022:883 Parket bij de Hoge Raad 30-09-2022
- ECLI:NL:PHR:2022:586 Parket bij de Hoge Raad 17-06-2022
- ECLI:NL:PHR:2022:586 Parket bij de Hoge Raad 17-06-2022
- ECLI:NL:PHR:2021:457 Parket bij de Hoge Raad 07-05-2021
- ECLI:NL:PHR:2020:1176 Parket bij de Hoge Raad 11-12-2020
- ECLI:NL:PHR:2019:111 Parket bij de Hoge Raad 18-01-2019
- ECLI:NL:PHR:2018:1375 Parket bij de Hoge Raad 14-12-2018
- ECLI:NL:PHR:2018:1425 Parket bij de Hoge Raad 14-12-2018
- ECLI:NL:PHR:2018:1521 Parket bij de Hoge Raad 23-11-2018
- ECLI:NL:PHR:2018:1208 Parket bij de Hoge Raad 02-11-2018
- ECLI:NL:PHR:2018:513 Parket bij de Hoge Raad 18-05-2018
- ECLI:NL:PHR:2018:50 Parket bij de Hoge Raad 19-01-2018
- ECLI:NL:PHR:2017:1050 Parket bij de Hoge Raad 18-08-2017
- ECLI:NL:PHR:2017:651 Parket bij de Hoge Raad 30-06-2017
- ECLI:NL:PHR:2017:481 Parket bij de Hoge Raad 02-06-2017
- ECLI:NL:PHR:2016:1263 Parket bij de Hoge Raad 09-12-2016
- ECLI:NL:PHR:2016:1020 Parket bij de Hoge Raad 14-10-2016
- ECLI:NL:PHR:2015:2525 Parket bij de Hoge Raad 18-12-2015
- ECLI:NL:PHR:2015:2415 Parket bij de Hoge Raad 11-12-2015
- ECLI:NL:PHR:2015:2126 Parket bij de Hoge Raad 14-08-2015
- ECLI:NL:PHR:2015:1377 Parket bij de Hoge Raad 30-06-2015
- ECLI:NL:PHR:2015:851 Parket bij de Hoge Raad 05-06-2015
- ECLI:NL:PHR:2015:502 Parket bij de Hoge Raad 17-04-2015
- ECLI:NL:PHR:2015:523 Parket bij de Hoge Raad 17-04-2015
- ECLI:NL:PHR:2015:523 Parket bij de Hoge Raad 17-04-2015
- ECLI:NL:PHR:2015:524 Parket bij de Hoge Raad 17-04-2015
- ECLI:NL:PHR:2015:415 Parket bij de Hoge Raad 10-04-2015
- ECLI:NL:PHR:2015:359 Parket bij de Hoge Raad 27-03-2015
- ECLI:NL:PHR:2015:345 Parket bij de Hoge Raad 20-03-2015
- ECLI:NL:PHR:2015:185 Parket bij de Hoge Raad 06-03-2015
- ECLI:NL:PHR:2015:33 Parket bij de Hoge Raad 23-01-2015
- ECLI:NL:PHR:2014:2198 Parket bij de Hoge Raad 21-11-2014
- ECLI:NL:PHR:2014:187 Parket bij de Hoge Raad 14-03-2014
- ECLI:NL:PHR:2014:3 Parket bij de Hoge Raad 10-01-2014
- ECLI:NL:PHR:2013:874 Parket bij de Hoge Raad 20-09-2013
- ECLI:NL:PHR:2013:893 Parket bij de Hoge Raad 20-09-2013
- ECLI:NL:PHR:2013:835 Parket bij de Hoge Raad 06-09-2013
Wetsverwijzingen
Volledige tekst
Volledige tekst (4.084 tekens)
12 juli 2013
Eerste Kamer
nr. 12/01990
LZ/EE
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
1. [eiser 1],wonende te [woonplaats],
2. NATIONAAL EN INTERNATIONAAL BELGICA DISTRIBUTIECENTRUM B.V.,gevestigd te Hedel, gemeente Maasdriel,
EISERS tot cassatie,
advocaat: mr. M.L. Kleyn,
t e g e n
[verweerster],gevestigd te [vestigingsplaats],
VERWEERSTER in cassatie,
niet verschenen.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eisers] en [verweerster].
1Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
de vonnissen in de zaak 185401/HA ZA 09-993 van de rechtbank Arnhem van 9 december 2009 en 23 juni 2010;
het arrest in de zaak 200.076.470 van het gerechtshof te Arnhem van 8 november 2011.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof hebben [eisers] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Tegen [verweerster] is verstek verleend.
De zaak is voor [eisers] toegelicht door hun advocaat.
De conclusie van de Advocaat-Generaal E.B. Rank-Berenschot strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van [eisers] in hun beroep.
3Beoordeling van de middelen
3.1
Volgens vaste rechtspraak dient een cassatiemiddel, dat moet zijn opgenomen in de cassatiedagvaarding of het cassatieverzoekschrift, te vermelden tegen welke oordelen het is gericht en waarom door de bestreden oordelen het recht is geschonden of deze niet naar behoren zijn gemotiveerd. Een rechtsklacht dient met bepaaldheid en precisie in te houden welke beslissing of overweging in de bestreden uitspraak onjuist is en waarom door die beslissing of overweging het recht is geschonden.
Een motiveringsklacht dient met bepaaldheid en precisie te vermelden welke beslissing of overweging onvoldoende gemotiveerd dan wel onbegrijpelijk is en waarom. Deze laatste eis houdt meer in het bijzonder in dat indien een cassatieklacht (mede) is gebaseerd op in de feitelijke instanties aangevoerde stellingen, het middel de vindplaats(en) moet vermelden van die stellingen in de stukken van het geding.
Dit alles lijdt slechts dan uitzondering, indien het een rechtsklacht betreft en – zo nodig mede uit de gedingstukken – zonder meer duidelijk is waarin volgens de steller van het middel de onjuistheid van de bestreden rechtsopvatting is gelegen, dan wel indien de wederpartij op basis van de in het middel (en eventueel de daarop in de schriftelijke toelichting gegeven verduidelijking) vervatte rechts- en/of motiveringsklachten de rechtsstrijd in cassatie heeft aanvaard. (Zie voor het vorenstaande HR 5 november 2010, ECLI:NL:HR:2010:BN6196, NJ 2013/124; HR 8 februari 2013, ECLI:NL:HR:2013:BY2639, NJ 2013/125; HR 24 mei 2013, ECLI:NL:HR:2013:CA0828)
3.2
De cassatiemiddelen van [eisers] voldoen niet aan de hiervoor genoemde eisen. Nu zich in deze zaak geen van de hiervoor bedoelde uitzonderingen voordoet – [verweerster] heeft in cassatie verstek laten gaan – hebben [eisers] geen middel aangevoerd dat voldoet aan de eisen van art. 407 lid 2 Rv. [eisers] zijn derhalve niet-ontvankelijk in hun cassatieberoep.
4Beslissing
De Hoge Raad:
verklaart [eisers] niet-ontvankelijk in hun beroep;
veroordeelt [eisers] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerster] begroot op nihil.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, G. Snijders en M.V. Polak, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.A. Loth op 12 juli 2013.
Eerste Kamer
nr. 12/01990
LZ/EE
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
1. [eiser 1],wonende te [woonplaats],
2. NATIONAAL EN INTERNATIONAAL BELGICA DISTRIBUTIECENTRUM B.V.,gevestigd te Hedel, gemeente Maasdriel,
EISERS tot cassatie,
advocaat: mr. M.L. Kleyn,
t e g e n
[verweerster],gevestigd te [vestigingsplaats],
VERWEERSTER in cassatie,
niet verschenen.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eisers] en [verweerster].
1Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
de vonnissen in de zaak 185401/HA ZA 09-993 van de rechtbank Arnhem van 9 december 2009 en 23 juni 2010;
het arrest in de zaak 200.076.470 van het gerechtshof te Arnhem van 8 november 2011.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof hebben [eisers] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Tegen [verweerster] is verstek verleend.
De zaak is voor [eisers] toegelicht door hun advocaat.
De conclusie van de Advocaat-Generaal E.B. Rank-Berenschot strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van [eisers] in hun beroep.
3Beoordeling van de middelen
3.1
Volgens vaste rechtspraak dient een cassatiemiddel, dat moet zijn opgenomen in de cassatiedagvaarding of het cassatieverzoekschrift, te vermelden tegen welke oordelen het is gericht en waarom door de bestreden oordelen het recht is geschonden of deze niet naar behoren zijn gemotiveerd. Een rechtsklacht dient met bepaaldheid en precisie in te houden welke beslissing of overweging in de bestreden uitspraak onjuist is en waarom door die beslissing of overweging het recht is geschonden.
Een motiveringsklacht dient met bepaaldheid en precisie te vermelden welke beslissing of overweging onvoldoende gemotiveerd dan wel onbegrijpelijk is en waarom. Deze laatste eis houdt meer in het bijzonder in dat indien een cassatieklacht (mede) is gebaseerd op in de feitelijke instanties aangevoerde stellingen, het middel de vindplaats(en) moet vermelden van die stellingen in de stukken van het geding.
Dit alles lijdt slechts dan uitzondering, indien het een rechtsklacht betreft en – zo nodig mede uit de gedingstukken – zonder meer duidelijk is waarin volgens de steller van het middel de onjuistheid van de bestreden rechtsopvatting is gelegen, dan wel indien de wederpartij op basis van de in het middel (en eventueel de daarop in de schriftelijke toelichting gegeven verduidelijking) vervatte rechts- en/of motiveringsklachten de rechtsstrijd in cassatie heeft aanvaard. (Zie voor het vorenstaande HR 5 november 2010, ECLI:NL:HR:2010:BN6196, NJ 2013/124; HR 8 februari 2013, ECLI:NL:HR:2013:BY2639, NJ 2013/125; HR 24 mei 2013, ECLI:NL:HR:2013:CA0828)
3.2
De cassatiemiddelen van [eisers] voldoen niet aan de hiervoor genoemde eisen. Nu zich in deze zaak geen van de hiervoor bedoelde uitzonderingen voordoet – [verweerster] heeft in cassatie verstek laten gaan – hebben [eisers] geen middel aangevoerd dat voldoet aan de eisen van art. 407 lid 2 Rv. [eisers] zijn derhalve niet-ontvankelijk in hun cassatieberoep.
4Beslissing
De Hoge Raad:
verklaart [eisers] niet-ontvankelijk in hun beroep;
veroordeelt [eisers] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerster] begroot op nihil.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, G. Snijders en M.V. Polak, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.A. Loth op 12 juli 2013.