Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2013:BY2639
2013-02-08
Civiel recht
12/01692
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- conclusie ECLI:NL:HR:2013:BY2639 → ECLI:NL:PHR:2013:BY2639
Inhoudsindicatie
Cassatie. Niet-ontvankelijkheid. Middel dat niet voldoet aan de eisen van art. 407 lid 2 Rv.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (93)
- ECLI:NL:PHR:2026:586 Parket bij de Hoge Raad 12-06-2026
- ECLI:NL:PHR:2026:352 Parket bij de Hoge Raad 27-03-2026
- ECLI:NL:PHR:2025:1046 Parket bij de Hoge Raad 26-09-2025
- ECLI:NL:PHR:2025:658 Parket bij de Hoge Raad 06-06-2025
- ECLI:NL:PHR:2025:592 Parket bij de Hoge Raad 23-05-2025
- ECLI:NL:PHR:2024:1151 Parket bij de Hoge Raad 01-11-2024
- ECLI:NL:PHR:2024:915 Parket bij de Hoge Raad 06-09-2024
- ECLI:NL:PHR:2024:915 Parket bij de Hoge Raad 06-09-2024
- ECLI:NL:PHR:2024:336 Parket bij de Hoge Raad 22-03-2024
- ECLI:NL:PHR:2023:788 Parket bij de Hoge Raad 15-09-2023
- ECLI:NL:PHR:2023:639 Parket bij de Hoge Raad 30-06-2023
- ECLI:NL:PHR:2023:607 Parket bij de Hoge Raad 19-06-2023
- ECLI:NL:PHR:2023:430 Parket bij de Hoge Raad 14-04-2023
- ECLI:NL:PHR:2023:378 Parket bij de Hoge Raad 31-03-2023
- ECLI:NL:PHR:2023:171 Parket bij de Hoge Raad 10-02-2023
- ECLI:NL:PHR:2022:1024 Parket bij de Hoge Raad 04-11-2022
- ECLI:NL:PHR:2022:995 Parket bij de Hoge Raad 28-10-2022
- ECLI:NL:PHR:2022:976 Parket bij de Hoge Raad 28-10-2022
- ECLI:NL:PHR:2022:951 Parket bij de Hoge Raad 14-10-2022
- ECLI:NL:PHR:2022:883 Parket bij de Hoge Raad 30-09-2022
- ECLI:NL:PHR:2022:876 Parket bij de Hoge Raad 30-09-2022
- ECLI:NL:PHR:2022:684 Parket bij de Hoge Raad 08-07-2022
- ECLI:NL:PHR:2022:637 Parket bij de Hoge Raad 01-07-2022
- ECLI:NL:PHR:2022:586 Parket bij de Hoge Raad 17-06-2022
- ECLI:NL:PHR:2022:586 Parket bij de Hoge Raad 17-06-2022
- ECLI:NL:PHR:2022:536 Parket bij de Hoge Raad 03-06-2022
- ECLI:NL:PHR:2022:456 Parket bij de Hoge Raad 13-05-2022
- ECLI:NL:PHR:2022:251 Parket bij de Hoge Raad 18-03-2022
- ECLI:NL:PHR:2022:185 Parket bij de Hoge Raad 25-02-2022
- ECLI:NL:PHR:2022:47 Parket bij de Hoge Raad 21-01-2022
- ECLI:NL:PHR:2022:31 Parket bij de Hoge Raad 14-01-2022
- ECLI:NL:PHR:2022:14 Parket bij de Hoge Raad 07-01-2022
- ECLI:NL:PHR:2021:1253 Parket bij de Hoge Raad 10-12-2021
- ECLI:NL:PHR:2021:1253 Parket bij de Hoge Raad 10-12-2021
- ECLI:NL:PHR:2021:1086 Parket bij de Hoge Raad 19-11-2021
- ECLI:NL:PHR:2021:1058 Parket bij de Hoge Raad 12-11-2021
- ECLI:NL:PHR:2021:846 Parket bij de Hoge Raad 24-09-2021
- ECLI:NL:PHR:2021:847 Parket bij de Hoge Raad 24-09-2021
- ECLI:NL:PHR:2021:670 Parket bij de Hoge Raad 02-07-2021
- ECLI:NL:PHR:2021:669 Parket bij de Hoge Raad 02-07-2021
- ECLI:NL:PHR:2021:670 Parket bij de Hoge Raad 02-07-2021
- ECLI:NL:PHR:2021:564 Parket bij de Hoge Raad 04-06-2021
- ECLI:NL:PHR:2020:992 Parket bij de Hoge Raad 23-10-2020
- ECLI:NL:PHR:2020:877 Parket bij de Hoge Raad 28-08-2020
- ECLI:NL:PHR:2020:590 Parket bij de Hoge Raad 29-05-2020
- ECLI:NL:PHR:2020:590 Parket bij de Hoge Raad 29-05-2020
- ECLI:NL:PHR:2020:18 Parket bij de Hoge Raad 10-01-2020
- ECLI:NL:PHR:2019:1260 Parket bij de Hoge Raad 29-11-2019
- ECLI:NL:PHR:2019:631 Parket bij de Hoge Raad 14-06-2019
- ECLI:NL:PHR:2019:438 Parket bij de Hoge Raad 19-04-2019
- ECLI:NL:PHR:2019:111 Parket bij de Hoge Raad 18-01-2019
- ECLI:NL:PHR:2019:111 Parket bij de Hoge Raad 18-01-2019
- ECLI:NL:PHR:2018:1208 Parket bij de Hoge Raad 02-11-2018
- ECLI:NL:PHR:2018:513 Parket bij de Hoge Raad 18-05-2018
- ECLI:NL:PHR:2018:85 Parket bij de Hoge Raad 26-01-2018
- ECLI:NL:PHR:2018:54 Parket bij de Hoge Raad 19-01-2018
- ECLI:NL:PHR:2018:48 Parket bij de Hoge Raad 19-01-2018
- ECLI:NL:PHR:2017:990 Parket bij de Hoge Raad 22-09-2017
- ECLI:NL:PHR:2017:941 Parket bij de Hoge Raad 15-09-2017
- ECLI:NL:PHR:2016:847 Parket bij de Hoge Raad 12-08-2016
Wetsverwijzingen
Volledige tekst
Volledige tekst (5.150 tekens)
8 februari 2013
Eerste Kamer
12/01692
EE/AS
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
in de zaak van:
[Verzoeker],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKER tot cassatie,
advocaat: mr. M. de Boorder,
t e g e n
1. [Verweerder 1],
wonende te [woonplaats],
2. [Verweerder 2],
wonende te [woonplaats],
3. [Verweerster 3],
wonende te [woonplaats],
4. [Verweerster 4],
wonende te [woonplaats],
5. [Verweerder 5],
wonende te [woonplaats],
6. [Verweerder 6],
wonende te [woonplaats],
7. [Verweerder 7],
wonende te [woonplaats],
8. [Verweerder 8],
wonende te [woonplaats],
9. [Verweerder 9],
wonende te [woonplaats],
10. [Verweerster 10],
wonende te [woonplaats],
11. [Verweerder 11],
wonende te [woonplaats],
12. [Verweerder 12],
wonende te [woonplaats],
13. [Verweerder 13],
wonende te [woonplaats],
14. [Verweerder 14],
wonende te [woonplaats],
15. [Verweerder 15],
wonende te [woonplaats],
16. [Verweerder 16],
wonende te [woonplaats],
17. [Verweerder 17],
wonende te [woonplaats],
18. [Verweerder 18],
wonende te [woonplaats],
19. [Verweerder 19],
wonende te [woonplaats],
20. [Verweerder 20],
wonende te [woonplaats],
21. [Verweerder 21],
wonende te [woonplaats],
22. [Verweerder 22],
wonende te [woonplaats],
23. [Verweerder 23],
wonende te [woonplaats],
24. [Verweerder 24],
wonende te [woonplaats],
25. [Verweerder 25],
wonende te [woonplaats],
VERWEERDERS in cassatie,
niet verschenen.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [verzoeker] en [verweerder] c.s.
1. Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de beschikkingen in de zaak 391526/HA RK 08-133 van de rechtbank Amsterdam van 1 augustus 2008 en 4 december 2008;
b. de beschikkingen in de zaak 200.027.298/01 van het gerechtshof te Amsterdam van 12 juli 2011 en 27 december 2011.
De beschikkingen van het hof zijn aan deze beschikking gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen de beschikkingen van het hof heeft [verzoeker] beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
[Verweerder] c.s. hebben geen verweerschrift ingediend.
De conclusie van de Advocaat-Generaal F.F. Langemeijer strekt tot verwerping van het beroep.
De advocaat van [verzoeker] heeft bij brief van 14 november 2012 op die conclusie gereageerd.
3. Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep
3.1 Volgens vaste rechtspraak dient een cassatiemiddel, dat moet zijn opgenomen in de cassatiedagvaarding of het cassatieverzoekschrift, te vermelden tegen welke oordelen het is gericht en waarom door de bestreden oordelen het recht is geschonden of deze niet naar behoren zijn gemotiveerd. Een rechtsklacht dient met bepaaldheid en precisie in te houden welke beslissing of overweging in de bestreden uitspraak onjuist is en waarom door die beslissing of overweging het recht is geschonden. Een motiveringsklacht dient met bepaaldheid en precisie te vermelden welke beslissing of overweging onvoldoende gemotiveerd dan wel onbegrijpelijk is en waarom. Deze laatste eis houdt meer in het bijzonder in dat indien een cassatieklacht (mede) is gebaseerd op in de feitelijke instanties aangevoerde stellingen, het middel de vindplaats(en) moet vermelden van die stellingen in de stukken van het geding.
Dit alles lijdt slechts dan uitzondering indien het een rechtsklacht betreft en - zo nodig mede uit de gedingstukken - zonder meer duidelijk is waarin volgens de steller van het middel de onjuistheid van de bestreden rechtsopvatting is gelegen, dan wel indien de wederpartij op basis van de in het middel (en eventueel de daarop in de schriftelijke toelichting gegeven verduidelijking) vervatte rechts- of motiveringsklachten de rechtsstrijd in cassatie heeft aanvaard. (Zie voor het vorenstaande laatstelijk HR 5 november 2010, LJN BN6196.)
3.2 Het cassatiemiddel van [verzoeker] voldoet in geen van zijn onderdelen aan de hiervoor genoemde eisen. Nu zich in deze zaak geen van de hiervoor bedoelde uitzonderingen voordoet - [verweerder] c.s. hebben in cassatie verstek laten gaan -, heeft [verzoeker] geen middel aangevoerd dat voldoet aan de eisen van art. 407 lid 2 Rv. [Verzoeker] is derhalve niet-ontvankelijk in zijn cassatieberoep.
4. Beslissing
De Hoge Raad verklaart [verzoeker] niet-ontvankelijk in zijn beroep.
Deze beschikking is gegeven door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, C.E. Drion en G. Snijders, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.A. Loth op 8 februari 2013.
Eerste Kamer
12/01692
EE/AS
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
in de zaak van:
[Verzoeker],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKER tot cassatie,
advocaat: mr. M. de Boorder,
t e g e n
1. [Verweerder 1],
wonende te [woonplaats],
2. [Verweerder 2],
wonende te [woonplaats],
3. [Verweerster 3],
wonende te [woonplaats],
4. [Verweerster 4],
wonende te [woonplaats],
5. [Verweerder 5],
wonende te [woonplaats],
6. [Verweerder 6],
wonende te [woonplaats],
7. [Verweerder 7],
wonende te [woonplaats],
8. [Verweerder 8],
wonende te [woonplaats],
9. [Verweerder 9],
wonende te [woonplaats],
10. [Verweerster 10],
wonende te [woonplaats],
11. [Verweerder 11],
wonende te [woonplaats],
12. [Verweerder 12],
wonende te [woonplaats],
13. [Verweerder 13],
wonende te [woonplaats],
14. [Verweerder 14],
wonende te [woonplaats],
15. [Verweerder 15],
wonende te [woonplaats],
16. [Verweerder 16],
wonende te [woonplaats],
17. [Verweerder 17],
wonende te [woonplaats],
18. [Verweerder 18],
wonende te [woonplaats],
19. [Verweerder 19],
wonende te [woonplaats],
20. [Verweerder 20],
wonende te [woonplaats],
21. [Verweerder 21],
wonende te [woonplaats],
22. [Verweerder 22],
wonende te [woonplaats],
23. [Verweerder 23],
wonende te [woonplaats],
24. [Verweerder 24],
wonende te [woonplaats],
25. [Verweerder 25],
wonende te [woonplaats],
VERWEERDERS in cassatie,
niet verschenen.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [verzoeker] en [verweerder] c.s.
1. Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de beschikkingen in de zaak 391526/HA RK 08-133 van de rechtbank Amsterdam van 1 augustus 2008 en 4 december 2008;
b. de beschikkingen in de zaak 200.027.298/01 van het gerechtshof te Amsterdam van 12 juli 2011 en 27 december 2011.
De beschikkingen van het hof zijn aan deze beschikking gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen de beschikkingen van het hof heeft [verzoeker] beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
[Verweerder] c.s. hebben geen verweerschrift ingediend.
De conclusie van de Advocaat-Generaal F.F. Langemeijer strekt tot verwerping van het beroep.
De advocaat van [verzoeker] heeft bij brief van 14 november 2012 op die conclusie gereageerd.
3. Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep
3.1 Volgens vaste rechtspraak dient een cassatiemiddel, dat moet zijn opgenomen in de cassatiedagvaarding of het cassatieverzoekschrift, te vermelden tegen welke oordelen het is gericht en waarom door de bestreden oordelen het recht is geschonden of deze niet naar behoren zijn gemotiveerd. Een rechtsklacht dient met bepaaldheid en precisie in te houden welke beslissing of overweging in de bestreden uitspraak onjuist is en waarom door die beslissing of overweging het recht is geschonden. Een motiveringsklacht dient met bepaaldheid en precisie te vermelden welke beslissing of overweging onvoldoende gemotiveerd dan wel onbegrijpelijk is en waarom. Deze laatste eis houdt meer in het bijzonder in dat indien een cassatieklacht (mede) is gebaseerd op in de feitelijke instanties aangevoerde stellingen, het middel de vindplaats(en) moet vermelden van die stellingen in de stukken van het geding.
Dit alles lijdt slechts dan uitzondering indien het een rechtsklacht betreft en - zo nodig mede uit de gedingstukken - zonder meer duidelijk is waarin volgens de steller van het middel de onjuistheid van de bestreden rechtsopvatting is gelegen, dan wel indien de wederpartij op basis van de in het middel (en eventueel de daarop in de schriftelijke toelichting gegeven verduidelijking) vervatte rechts- of motiveringsklachten de rechtsstrijd in cassatie heeft aanvaard. (Zie voor het vorenstaande laatstelijk HR 5 november 2010, LJN BN6196.)
3.2 Het cassatiemiddel van [verzoeker] voldoet in geen van zijn onderdelen aan de hiervoor genoemde eisen. Nu zich in deze zaak geen van de hiervoor bedoelde uitzonderingen voordoet - [verweerder] c.s. hebben in cassatie verstek laten gaan -, heeft [verzoeker] geen middel aangevoerd dat voldoet aan de eisen van art. 407 lid 2 Rv. [Verzoeker] is derhalve niet-ontvankelijk in zijn cassatieberoep.
4. Beslissing
De Hoge Raad verklaart [verzoeker] niet-ontvankelijk in zijn beroep.
Deze beschikking is gegeven door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, C.E. Drion en G. Snijders, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.A. Loth op 8 februari 2013.