Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2013:CA0828
2013-05-24
Civiel recht
12/03191
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- cassatie ECLI:NL:HR:2013:CA0828 → ECLI:NL:GHSHE:2011:BU8342 niet ontvankelijk
- conclusie ECLI:NL:HR:2013:CA0828 → ECLI:NL:PHR:2013:CA0828
Inhoudsindicatie
Cassatie. Niet-ontvankelijkheid. Eisen waaraan cassatiemiddelen dienen te voldoen; art. 407 lid 2 Rv.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (30)
- ECLI:NL:PHR:2023:576 Parket bij de Hoge Raad 09-06-2023
- ECLI:NL:PHR:2023:430 Parket bij de Hoge Raad 14-04-2023
- ECLI:NL:PHR:2023:378 Parket bij de Hoge Raad 31-03-2023
- ECLI:NL:PHR:2022:883 Parket bij de Hoge Raad 30-09-2022
- ECLI:NL:PHR:2022:586 Parket bij de Hoge Raad 17-06-2022
- ECLI:NL:PHR:2022:586 Parket bij de Hoge Raad 17-06-2022
- ECLI:NL:PHR:2021:670 Parket bij de Hoge Raad 02-07-2021
- ECLI:NL:PHR:2021:669 Parket bij de Hoge Raad 02-07-2021
- ECLI:NL:PHR:2019:1260 Parket bij de Hoge Raad 29-11-2019
- ECLI:NL:PHR:2019:631 Parket bij de Hoge Raad 14-06-2019
- ECLI:NL:PHR:2019:111 Parket bij de Hoge Raad 18-01-2019
- ECLI:NL:PHR:2018:1208 Parket bij de Hoge Raad 02-11-2018
- ECLI:NL:PHR:2018:513 Parket bij de Hoge Raad 18-05-2018
- ECLI:NL:PHR:2016:1263 Parket bij de Hoge Raad 09-12-2016
- ECLI:NL:PHR:2015:2525 Parket bij de Hoge Raad 18-12-2015
- ECLI:NL:PHR:2015:2415 Parket bij de Hoge Raad 11-12-2015
- ECLI:NL:PHR:2015:2581 Parket bij de Hoge Raad 16-10-2015
- ECLI:NL:PHR:2015:2084 Parket bij de Hoge Raad 09-10-2015
- ECLI:NL:PHR:2015:816 Parket bij de Hoge Raad 17-04-2015
- ECLI:NL:PHR:2015:415 Parket bij de Hoge Raad 10-04-2015
- ECLI:NL:PHR:2015:359 Parket bij de Hoge Raad 27-03-2015
- ECLI:NL:PHR:2014:2199 Parket bij de Hoge Raad 21-11-2014
- ECLI:NL:PHR:2014:1951 Parket bij de Hoge Raad 31-10-2014
- ECLI:NL:PHR:2014:1812 Parket bij de Hoge Raad 19-09-2014
- ECLI:NL:PHR:2014:181 Parket bij de Hoge Raad 07-03-2014
- ECLI:NL:PHR:2013:2375 Parket bij de Hoge Raad 13-12-2013
- ECLI:NL:PHR:2013:1832 Parket bij de Hoge Raad 06-12-2013
- ECLI:NL:PHR:2013:874 Parket bij de Hoge Raad 20-09-2013
- ECLI:NL:PHR:2013:785 Parket bij de Hoge Raad 06-09-2013
- ECLI:NL:HR:2013:CA1727 Hoge Raad 12-07-2013
Wetsverwijzingen
Volledige tekst
Volledige tekst (3.872 tekens)
24 mei 2013
Eerste Kamer
12/03191
EE/AS
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[Eiser], handelend onder de naam [A],
wonende te [woonplaats],
EISER tot cassatie,
advocaat: mr. H.H.M. Meijroos,
t e g e n
[Verweerder],
wonende te [woonplaats],
VERWEERDER in cassatie,
niet verschenen.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] en [verweerder].
1. Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. het vonnis in de zaak 179320/HA ZA 08-1583 van de rechtbank 's-Hertogenbosch van 10 september 2008;
b. de vonnissen in de zaak 185320/HA ZA 08-2462 van de rechtbank 's-Hertogenbosch van 31 december 2008 en 16 juni 2010;
c. het arrest in de zaak 200.074.496 van het gerechtshof te 's-Hertogenbosch van 13 december 2011.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Tegen [verweerder] is verstek verleend.
De conclusie van de Advocaat-Generaal J. Wuisman strekt tot het niet-ontvankelijk verklaren van het cassatieberoep.
3. Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep
3.1 Volgens vaste rechtspraak dient een cassatiemiddel, dat moet zijn opgenomen in de cassatiedagvaarding of het cassatieverzoekschrift, te vermelden tegen welke oordelen het is gericht en waarom door de bestreden oordelen het recht is geschonden of deze niet naar behoren zijn gemotiveerd. Een rechtsklacht dient met bepaaldheid en precisie in te houden welke beslissing of overweging in de bestreden uitspraak onjuist is en waarom door die beslissing of overweging het recht is geschonden.
Een motiveringsklacht dient met bepaaldheid en precisie te vermelden welke beslissing of overweging onvoldoende gemotiveerd dan wel onbegrijpelijk is en waarom. Deze laatste eis houdt meer in het bijzonder in dat indien een cassatieklacht (mede) is gebaseerd op in de feitelijke instanties aangevoerde stellingen, het middel de vindplaats(en) moet vermelden van die stellingen in de stukken van het geding.
Dit alles lijdt slechts dan uitzondering, indien het een rechtsklacht betreft en - zo nodig mede uit de gedingstukken - zonder meer duidelijk is waarin volgens de steller van het middel de onjuistheid van de bestreden rechtsopvatting is gelegen, dan wel indien de wederpartij op basis van de in het middel (en eventueel de daarop in de schriftelijke toelichting gegeven verduidelijking) vervatte rechts- en/of motiveringsklachten de rechts-strijd in cassatie heeft aanvaard. (Zie voor het vorenstaande HR 5 november 2010, LJN BN6196, NJ 2013/124, en HR 8 februari 2013, LJN BY2639, NJ 2013/125.)
3.2 De cassatiemiddelen van [eiser] voldoen niet aan de hiervoor genoemde eisen. Nu zich in deze zaak geen van de hiervoor bedoelde uitzonderingen voordoet - [verweerder] heeft in cassatie verstek laten gaan - heeft [eiser] geen middel aangevoerd dat voldoet aan de eisen van art. 407 lid 2 Rv. [Eiser] is derhalve niet-ontvankelijk in zijn cassatieberoep.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verklaart [eiser] niet-ontvankelijk in zijn beroep;
veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerder] begroot op nihil.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, A.H.T. Heisterkamp en M.V. Polak, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.A. Loth op 24 mei 2013.
Eerste Kamer
12/03191
EE/AS
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[Eiser], handelend onder de naam [A],
wonende te [woonplaats],
EISER tot cassatie,
advocaat: mr. H.H.M. Meijroos,
t e g e n
[Verweerder],
wonende te [woonplaats],
VERWEERDER in cassatie,
niet verschenen.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] en [verweerder].
1. Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. het vonnis in de zaak 179320/HA ZA 08-1583 van de rechtbank 's-Hertogenbosch van 10 september 2008;
b. de vonnissen in de zaak 185320/HA ZA 08-2462 van de rechtbank 's-Hertogenbosch van 31 december 2008 en 16 juni 2010;
c. het arrest in de zaak 200.074.496 van het gerechtshof te 's-Hertogenbosch van 13 december 2011.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Tegen [verweerder] is verstek verleend.
De conclusie van de Advocaat-Generaal J. Wuisman strekt tot het niet-ontvankelijk verklaren van het cassatieberoep.
3. Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep
3.1 Volgens vaste rechtspraak dient een cassatiemiddel, dat moet zijn opgenomen in de cassatiedagvaarding of het cassatieverzoekschrift, te vermelden tegen welke oordelen het is gericht en waarom door de bestreden oordelen het recht is geschonden of deze niet naar behoren zijn gemotiveerd. Een rechtsklacht dient met bepaaldheid en precisie in te houden welke beslissing of overweging in de bestreden uitspraak onjuist is en waarom door die beslissing of overweging het recht is geschonden.
Een motiveringsklacht dient met bepaaldheid en precisie te vermelden welke beslissing of overweging onvoldoende gemotiveerd dan wel onbegrijpelijk is en waarom. Deze laatste eis houdt meer in het bijzonder in dat indien een cassatieklacht (mede) is gebaseerd op in de feitelijke instanties aangevoerde stellingen, het middel de vindplaats(en) moet vermelden van die stellingen in de stukken van het geding.
Dit alles lijdt slechts dan uitzondering, indien het een rechtsklacht betreft en - zo nodig mede uit de gedingstukken - zonder meer duidelijk is waarin volgens de steller van het middel de onjuistheid van de bestreden rechtsopvatting is gelegen, dan wel indien de wederpartij op basis van de in het middel (en eventueel de daarop in de schriftelijke toelichting gegeven verduidelijking) vervatte rechts- en/of motiveringsklachten de rechts-strijd in cassatie heeft aanvaard. (Zie voor het vorenstaande HR 5 november 2010, LJN BN6196, NJ 2013/124, en HR 8 februari 2013, LJN BY2639, NJ 2013/125.)
3.2 De cassatiemiddelen van [eiser] voldoen niet aan de hiervoor genoemde eisen. Nu zich in deze zaak geen van de hiervoor bedoelde uitzonderingen voordoet - [verweerder] heeft in cassatie verstek laten gaan - heeft [eiser] geen middel aangevoerd dat voldoet aan de eisen van art. 407 lid 2 Rv. [Eiser] is derhalve niet-ontvankelijk in zijn cassatieberoep.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verklaart [eiser] niet-ontvankelijk in zijn beroep;
veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerder] begroot op nihil.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, A.H.T. Heisterkamp en M.V. Polak, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.A. Loth op 24 mei 2013.