Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2013:40
2013-06-28
Civiel recht
12/01073
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- conclusie ECLI:NL:HR:2013:40 → ECLI:NL:PHR:2013:BZ7188 gevolgd
Inhoudsindicatie
Verbintenissenrecht. Buitengerechtelijke incassokosten. Vermeerdering met de wettelijke rente als bedoeld in art. 6:119 BW in plaats van met de wettelijke handelsrente als bedoeld in art. 6:119a BW. Hoge Raad doet zelf de zaak af.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (70)
- ECLI:NL:RBAMS:2026:7698 Rechtbank Amsterdam 23-07-2026
- ECLI:NL:RBMNE:2026:4771 Rechtbank Midden-Nederland 15-07-2026
- ECLI:NL:RBNHO:2026:8081 Rechtbank Noord-Holland 17-06-2026
- ECLI:NL:RBAMS:2026:4722 Rechtbank Amsterdam 06-05-2026
- ECLI:NL:RBAMS:2026:3826 Rechtbank Amsterdam 02-04-2026
- ECLI:NL:PHR:2026:182 Parket bij de Hoge Raad 20-02-2026
- ECLI:NL:RBAMS:2026:1724 Rechtbank Amsterdam 03-02-2026
- ECLI:NL:RBAMS:2025:9915 Rechtbank Amsterdam 18-11-2025
- ECLI:NL:RBAMS:2025:8080 Rechtbank Amsterdam 09-09-2025
- ECLI:NL:RBMNE:2025:4831 Rechtbank Midden-Nederland 03-09-2025
- ECLI:NL:RBZWB:2025:5959 Rechtbank Zeeland-West-Brabant 27-08-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:15761 Rechtbank Den Haag 19-08-2025
- ECLI:NL:RBAMS:2025:6186 Rechtbank Amsterdam 15-08-2025
- ECLI:NL:GHARL:2025:4874 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 05-08-2025
- ECLI:NL:RBROT:2025:8382 Rechtbank Rotterdam 04-07-2025
- ECLI:NL:RBAMS:2025:3378 Rechtbank Amsterdam 16-05-2025
- ECLI:NL:GHARL:2025:2152 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 08-04-2025
- ECLI:NL:RBAMS:2025:1611 Rechtbank Amsterdam 12-03-2025
- ECLI:NL:RBAMS:2025:6074 Rechtbank Amsterdam 18-02-2025
- ECLI:NL:RBROT:2025:1311 Rechtbank Rotterdam 31-01-2025
- ECLI:NL:RBMNE:2025:172 Rechtbank Midden-Nederland 29-01-2025
- ECLI:NL:RBMNE:2024:6152 Rechtbank Midden-Nederland 13-11-2024
- ECLI:NL:RBMNE:2024:2563 Rechtbank Midden-Nederland 01-05-2024
- ECLI:NL:RBOVE:2024:2372 Rechtbank Overijssel 30-04-2024
- ECLI:NL:GHARL:2024:2813 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 23-04-2024
- ECLI:NL:GHARL:2024:2813 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 23-04-2024
- ECLI:NL:GHARL:2024:2797 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 23-04-2024
- ECLI:NL:RBNHO:2024:3640 Rechtbank Noord-Holland 10-04-2024
- ECLI:NL:RBMNE:2024:1895 Rechtbank Midden-Nederland 03-04-2024
- ECLI:NL:GHARL:2024:2233 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 02-04-2024
- ECLI:NL:RBGEL:2023:6510 Rechtbank Gelderland 29-11-2023
- ECLI:NL:PHR:2023:910 Parket bij de Hoge Raad 13-10-2023
- ECLI:NL:PHR:2023:911 Parket bij de Hoge Raad 13-10-2023
- ECLI:NL:PHR:2023:617 Parket bij de Hoge Raad 23-06-2023
- ECLI:NL:GHDHA:2022:2100 Gerechtshof Den Haag 04-10-2022
- ECLI:NL:RBOVE:2022:1927 Rechtbank Overijssel 21-06-2022
- ECLI:NL:GHARL:2022:2770 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 12-04-2022
- ECLI:NL:RBMNE:2021:5994 Rechtbank Midden-Nederland 15-12-2021
- ECLI:NL:RBMNE:2021:5994 Rechtbank Midden-Nederland 15-12-2021
- ECLI:NL:GHDHA:2021:1642 Gerechtshof Den Haag 31-08-2021
- ECLI:NL:RBOVE:2021:385 Rechtbank Overijssel 27-01-2021
- ECLI:NL:GHAMS:2020:3463 Gerechtshof Amsterdam 15-12-2020
- ECLI:NL:RBMNE:2020:2465 Rechtbank Midden-Nederland 01-07-2020
- ECLI:NL:PHR:2020:608 Parket bij de Hoge Raad 19-06-2020
- ECLI:NL:PHR:2020:389 Parket bij de Hoge Raad 17-04-2020
- ECLI:NL:RBOVE:2020:1549 Rechtbank Overijssel 15-04-2020
- ECLI:NL:RBNNE:2020:350 Rechtbank Noord-Nederland 29-01-2020
- ECLI:NL:GHSHE:2019:4386 Gerechtshof 's-Hertogenbosch 03-12-2019
- ECLI:NL:RBZWB:2019:6314 Rechtbank Zeeland-West-Brabant 31-07-2019
- ECLI:NL:RBGEL:2019:1998 Rechtbank Gelderland 26-04-2019
- ECLI:NL:PHR:2019:330 Parket bij de Hoge Raad 08-03-2019
- ECLI:NL:RBOVE:2018:5043 Rechtbank Overijssel 20-12-2018
- ECLI:NL:PHR:2018:513 Parket bij de Hoge Raad 18-05-2018
- ECLI:NL:RBAMS:2018:3415 Rechtbank Amsterdam 16-03-2018
- ECLI:NL:GHARL:2018:749 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 23-01-2018
- ECLI:NL:HR:2017:3106 Hoge Raad 08-12-2017
- ECLI:NL:PHR:2017:888 Parket bij de Hoge Raad 14-07-2017
- ECLI:NL:RBLIM:2017:2478 Rechtbank Limburg 22-03-2017
- ECLI:NL:RBMNE:2017:182 Rechtbank Midden-Nederland 25-01-2017
- ECLI:NL:GHSHE:2016:4301 Gerechtshof 's-Hertogenbosch 27-09-2016
Wetsverwijzingen
Volledige tekst
Volledige tekst (4.248 tekens)
28 juni 2013
Eerste Kamer
nr. 12/01073
EE/TT
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
COÖPERATIEVE RABOBANK VLIETSTREEK-ZOETERMEER U.A.,gevestigd te Zoetermeer,
EISERES tot cassatie,
advocaten: mr. B.T.M. van der Wiel en mr. P.A. Fruytier,
t e g e n
1. DESENCO INTERIOR CONTRACT MANAGEMENT B.V.,gevestigd te Zoetermeer,
2. DESENCO OFFICE PLANNING & PROJECT MANAGEMENT B.V.,gevestigd te Zoetermeer,
VERWEERSTERS in cassatie,
advocaten: mr. D. Rijpma en mr. M.S. van der Keur.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als Rabobank en Desenco.
1Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
de vonnissen in de zaak 305581/HA ZA 08-663 van de rechtbank ’s-Gravenhage van 4 juni 2008, 18 maart 2009 en 22 april 2009;
het arrest in de zaak 200.035.386/01 van het gerechtshof te ’s-Gravenhage van 22 november 2011.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof heeft Rabobank beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Desenco heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal F.F. Langemeijer strekt tot vernietiging van het bestreden arrest, voor zover de wettelijke handelsrente is toegewezen over de buitengerechtelijke kosten, en tot afdoening van de zaak zoals vermeld in de conclusie.
De advocaat van Rabobank heeft bij brief van18 april 2013 op die conclusie gereageerd.
3Beoordeling van het middel
3.1
De in de onderdelen 1-8 van het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
3.2
Onderdeel 9 klaagt erover dat het hof de veroordeling tot betaling van buitengerechtelijke incassokosten heeft vermeerderd met de wettelijke handelsrente (art. 6:119a BW). Deze klacht slaagt. Buitengerechtelijke kosten dienen te worden aangemerkt als vermogensschade (art. 6:96 lid 2, aanhef en onder c, BW). De wettelijke handelsrente als bedoeld in art. 6:119a BW heeft echter uitsluitend betrekking op verplichtingen tot betaling uit handelsovereenkomsten. Een verplichting tot vergoeding van schade kan daartoe niet worden gerekend (vgl. de considerans onder 13 van van Richtlijn 2000/35/EG, waarop art. 119a stoelt, alsmede Kamerstukken II 2001-2002, 28 239, nr. 3, p. 10).
3.3
De Hoge Raad kan zelf de zaak afdoen door de in het dictum wegens buitengerechtelijke incassokosten toegewezen bedragen van € 5.160,-- en € 904,-- te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in art. 6:119 BW in plaats van met de wettelijke handelsrente als bedoeld in art. 6:119a BW.
4Beslissing
De Hoge Raad:
vernietigt het arrest van het gerechtshof te ’s-Gravenhage van 22 november 2011, doch uitsluitend voor zover het dictum, onder “opnieuw recht doende”, vierde en zevende streepje, luidt “vermeerderd met de wettelijke handelsrente vanaf 15 februari 2008 tot aan de dag der voldoening” en, in zoverre opnieuw recht doende:
stelt de desbetreffende passages aldus vast dat deze luiden: “vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 15 februari 2008 tot aan de dag der voldoening”;
veroordeelt Rabobank in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Desenco begroot op € 6.218,82 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren C.A. Streefkerk, als voorzitter, A.H.T. Heisterkamp en C.E. Drion, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.A. Loth op 28 juni 2013.
Eerste Kamer
nr. 12/01073
EE/TT
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
COÖPERATIEVE RABOBANK VLIETSTREEK-ZOETERMEER U.A.,gevestigd te Zoetermeer,
EISERES tot cassatie,
advocaten: mr. B.T.M. van der Wiel en mr. P.A. Fruytier,
t e g e n
1. DESENCO INTERIOR CONTRACT MANAGEMENT B.V.,gevestigd te Zoetermeer,
2. DESENCO OFFICE PLANNING & PROJECT MANAGEMENT B.V.,gevestigd te Zoetermeer,
VERWEERSTERS in cassatie,
advocaten: mr. D. Rijpma en mr. M.S. van der Keur.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als Rabobank en Desenco.
1Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
de vonnissen in de zaak 305581/HA ZA 08-663 van de rechtbank ’s-Gravenhage van 4 juni 2008, 18 maart 2009 en 22 april 2009;
het arrest in de zaak 200.035.386/01 van het gerechtshof te ’s-Gravenhage van 22 november 2011.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof heeft Rabobank beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Desenco heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal F.F. Langemeijer strekt tot vernietiging van het bestreden arrest, voor zover de wettelijke handelsrente is toegewezen over de buitengerechtelijke kosten, en tot afdoening van de zaak zoals vermeld in de conclusie.
De advocaat van Rabobank heeft bij brief van18 april 2013 op die conclusie gereageerd.
3Beoordeling van het middel
3.1
De in de onderdelen 1-8 van het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
3.2
Onderdeel 9 klaagt erover dat het hof de veroordeling tot betaling van buitengerechtelijke incassokosten heeft vermeerderd met de wettelijke handelsrente (art. 6:119a BW). Deze klacht slaagt. Buitengerechtelijke kosten dienen te worden aangemerkt als vermogensschade (art. 6:96 lid 2, aanhef en onder c, BW). De wettelijke handelsrente als bedoeld in art. 6:119a BW heeft echter uitsluitend betrekking op verplichtingen tot betaling uit handelsovereenkomsten. Een verplichting tot vergoeding van schade kan daartoe niet worden gerekend (vgl. de considerans onder 13 van van Richtlijn 2000/35/EG, waarop art. 119a stoelt, alsmede Kamerstukken II 2001-2002, 28 239, nr. 3, p. 10).
3.3
De Hoge Raad kan zelf de zaak afdoen door de in het dictum wegens buitengerechtelijke incassokosten toegewezen bedragen van € 5.160,-- en € 904,-- te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in art. 6:119 BW in plaats van met de wettelijke handelsrente als bedoeld in art. 6:119a BW.
4Beslissing
De Hoge Raad:
vernietigt het arrest van het gerechtshof te ’s-Gravenhage van 22 november 2011, doch uitsluitend voor zover het dictum, onder “opnieuw recht doende”, vierde en zevende streepje, luidt “vermeerderd met de wettelijke handelsrente vanaf 15 februari 2008 tot aan de dag der voldoening” en, in zoverre opnieuw recht doende:
stelt de desbetreffende passages aldus vast dat deze luiden: “vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 15 februari 2008 tot aan de dag der voldoening”;
veroordeelt Rabobank in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Desenco begroot op € 6.218,82 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren C.A. Streefkerk, als voorzitter, A.H.T. Heisterkamp en C.E. Drion, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.A. Loth op 28 juni 2013.